Concertrecensies

Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren

Orkest Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren
Een overzicht van de St. Janskathedraal tijdens de repetitie van ‘Requiem voor Jheronimus Bosch’.

Je zult als festivalorganisatie een opening van je evenement in de schoot geworpen krijgen, zoals November Music deze avond overkwam. De wereldpremière van een groot orkestwerk, uitgevoerd door het beste symfonieorkest ter wereld en het imposantste koor van dit land, door gerenommeerde solisten en dit alles tot leven gebracht in de majestueuze entourage van een grote basiliek, de St. Janskathedraal in ’s-Hertogenbosch.

Requiem voor Jheronimus Bosch vormde die opening, een nieuwe dodenmis van de Duitse componist Detlev Glanert (1960), opgedragen aan de zo beroemde schilder Jheronimus Bosch ter gelegenheid van het feit dat hij vijfhonderd jaar geleden stierf. Bosch, die een familieatelier had op de Markt in ’s-Hertogenbosch, van waaruit zijn roem zich wereldwijd verspreidde. Roem die was en nog altijd is gebaseerd op zijn apocalyptische afbeeldingen op zijn schilderijen. En die nu ook ten grondslag lagen aan het nieuwe requiem dat aan hem is gewijd en een van de hoogtepunten is van het bijna voorbije Jeroen Boschjaar.

David-Wilson-Johnson Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren
Bariton David Wilson-Johnson als de aartsengel Michaël.

HUIVEREN

Een dodenmis moet schrijnen, overdonderen, je doen huiveren, je kleinheid doen voelen. Dat deed het Bosch Requiem ten volle. Al deze emoties kwamen gedurende bijna anderhalf uur in enorme vloedgolven over de volle St. Janskathedraal heen, met als gegarandeerd resultaat dat als Jheronimus Bosch nog in het vagevuur had vertoefd, hij nu rechtstreeks de hemel in is gezongen. Want dit element uit de katholieke eredienst was de bouwstof voor Glanerts requiem: het speelt zich af enkele seconden nadat de schilder is overleden en een hemels gericht zijn ziel verdoemt af te dalen naar het vagevuur. Dat hemels gericht maakt de toehoorder mee bij Bosch Requiem. De aartsengel Michaël leidt hem of haar langs de zeven hoofdzonden om vast te stellen of Jheronimus Bosch zich aan een ervan heeft verlustigd. Dat is niet het geval: de schilder vaart aan het einde van het requiem ten hemel.

Koor-bij-het-orgel Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren
Het enorme Renaissance-orgel van de St. Janskathedraal met ervoor het kleine koor.

Bosch Requiem bevat bestanddelen waaruit katholieke dodenmissen zijn opgebouwd, zoals het Kyrië, Sanctus, Requiem Aeternam, Agnus Dei en vooral het Dies Irae, de Dag van Toorn, ‘die de wereld tot as zal verteren’. Oftewel het Laatste Oordeel waarvoor alle gelovigen ter wereld doodsangst hebben. Wel, je hoeft niet gelovig te zijn als je meemaakte hoe het Koninklijk Concertgebouworkest, het Groot Omroepkoor en alle vier de solisten de hel ontketenden en als baarlijke duivels de Bossche kathedraal deden sidderen. Ondersteund door het enorme Renaissance-orgel van de St. Jan dat mede het Laatste Oordeel tot leven bulderde.

De kracht van dit nieuwe meesterwerk van Detlev Glanert is gelegen in de enorme tegenstellingen die hij inbouwde en de zorgvuldigheid waarmee hij het requiem zijn glans gaf. De misdelen werden afgewisseld met de hoofdzonden gulzigheid, toorn, afgunst, luiheid, hoogmoed, wellust en hebzucht, in zorgvuldige instrumentale en vocale samenstellingen gezet. Bovendien had de componist een klein koor gesitueerd in het oksaal van de kerk, de ruimte bij het orgel. En was er de aartsengel Michaël, gestalte gegeven door de bekende bariton David Wilson-Johnson, die vanaf de preekstoel met grote regelmaat ‘Jheronimus! Jheronimus Bosch’ de kerk in schreeuwde. Dit telkens als aankondiging van een nieuw orkestdeel, maar zeker ook als verantwoording van de overledene voor het hemels gericht.

De mis begon indrukwekkend met een beheerst en donker Requiem Aeterna vanaf het oksaal. Waarna je een zelden zo’n ingehouden Kyrië kreeg opgediend door het Groot Omroepkoor. Van de solisten werd het uiterste gevergd, zoals in Invidia, waarin sopraan Aga Mikolaj aan het reiken naar het allerhoogste stembereik eigenlijk nog te kort kwam. Of het optreden in Acedia van Aga Mikolaj en mezzosopraan Ursula Hesse von den Steinen, dat een waarlijk goddelijke twee-eenheid vormde. En wat te denken van de klank van slechts één hobo, die verstilling niet beter had kunnen uitbeelden.

Markus-Stenz Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren
Dirigent Markus Stenz

IN PARADISUM

En dan het slotdeel, het In Paradisum van elke dodenmis. De hemelvaart van Jheronimus Bosch zogezegd. Aartsengel Michaël leidde het in met teksten uit de Openbaring van Johannes, waarna het orgel met donderend geraas de doorgang naar de hemel forceerde. ‘Ten paradijze begeleiden u de engelen’ zongen de koren en solisten en speelden orgel en orkest. Om de aanwezigen in de St. Janskathedraal verdoofd achter te laten. Murw geslagen door de overdaad aan klanken, mede veroorzaakt door de oerkracht die de kathedraal in zich bergt.

Dit laatste is ook het enige minpunt dat aan deze wereldpremière kleeft. Waaraan overigens niemand iets kan doen. Een basiliek die in 1530 werd geopend, kan nooit gebouwd zijn voor grote orkesten, eenvoudigweg omdat die in die tijd nog niet bestonden. De akoestiek van dergelijke bijna monstrueuze gebouwen laat massale klanken als die van het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor niet toe. Dus moet de toehoorder het doen met enorme nagalm, onverstaanbare teksten, met elkaar in botsing komende klankvelden. Maar wie hier doorheen kon luisteren, heeft een historische gebeurtenis bijgewoond.

Ursula-Hesse-von-den-Steinen-en-Markus-Stenz Jheronimus Bosch donderend ten hemel gevaren
Mezzosopraan Ursula Hesse von den Steinen kijkt naar de aanwijzingen van dirigent Markus Stenz.

Tot slot: de wereldpremière van Bosch Requiem was een samenwerkingsverband van (stichting) Jheronimus Bosch 500 en November Music 2016. De stichting organiseert vanaf 2010 jaarlijks de uitvoering van een requiem. November Music gaat daar volgend jaar in zijn eentje mee verder. De opdracht van een nieuw requiem is al verstrekt aan de Tilburgse componist Anthony Fiumara (1968). Of zijn première ook in de St. Janskathedraal plaatsvindt, is nog niet bekend.

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN
De foto’s zijn ’s middags gemaakt tijdens de laatste repetitie vóór aanvang van de wereldpremière ’s avonds.

Wereldpremière Requiem voor Jheronimus Bosch
St. Janskathedraal ’s-Hertogenbosch, 4 november ’16

 Componist – Detlev Glanert
Koninklijk Concertgebouworkest – dirigent Markus Stenz
Groot Omroepkoor – dirigent Edward Caswell

 Aga Mikolaj – sopraan
Ursula Hesse von den Steinen – mezzosopraan
Gerhard Siegel – tenor
Christof Fischesser – bas
David Wilson-Johnson – spreekstem
Leo van Doeselaar – orgel

 www.bosch500.nl

www.novembermusic.net

 

 

Vorig Artikel

Multi-talent Robert Glasper verenigt alles en iedereen

Volgend Artikel

Cutting Edge Festival zoekt volstrekt eigen opzet

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *