Van alpenhoorn tot zingende zaag

Mondharmonica

Foto Tom Beetz

Als we het in de jazz over de mondharmonica hebben, bedoelen we altijd de chromatische mondharmonica. Het principe van geluid maken is hetzelfde, maar het instrument is wezenlijk anders dan de diatonische mondharmonica die in de blues, folk en pop wordt gebruikt en die in deze rubriek eerder werd besproken.

De chromatische mondharmonica is eigenlijk een dubbele diatonische mondharmonica die een schuif heeft die aan de zijkant kan worden bediend en waarmee gekozen wordt of de bovenste of onderste toonrij, die een halve toon verschillen, wordt aangeblazen. In tegenstelling tot de diatonische mondharmonica die tien gaten geeft, heeft de chromatische doorgaans twaalf gaten, soms zelfs veertien of zestien. Op die manier kunnen alle chromatische tonen worden gespeeld.

De eerste mondharmonicaspeler in de jazz was Larry Adler. Zijn eerste jazzopnamen zijn van 1935 en hij werd als dé virtuoos van de mondharmonica beschouwd. Op hoge leeftijd maakte hij nog opnamen met Kate Bush en Sting. Als het bij Adler was gebleven zou de mondharmonica een status van novelty-instrument hebben behouden. Want hoe grappig ook, Adler swingde als een lantaarnpaal met het gevoel van een regenworm.

Dat de mondharmonica als volwaardig jazzinstrument uiteindelijk serieus genomen werd, is volledig te danken aan Toots Thielemans (foto). Kijk naar filmpjes van Adler en je ziet zijn handen als aangeschoten vogeltjes fladderen. Zie Thielemans, bijna onbewogen en in trance op zijn kleine speeltuig. In 1952 ging Toots een tijdje naar Amerika. Toen Charlie Parker hem daar hoorde, met hem speelde en het voor eerst duidelijk werd dat daarop wel degelijk onversneden bebop gespeeld kon worden, verging het lachen om wat een belachelijk muziekinstrument leek.

Thielemans was wegbereider voor andere serieuze jazzmondharmonicaspelers onder wie de in Amerika woonachtige Duitser Hendrik Meurkens, Stevie Wonder, Grégoire Maret en in ons land Hermine Deurloo en Jan Verwey. Overigens is Toots Thielemans de enige Belgische jazzmuzikant die voor zijn verdiensten door koning Albert II in de adelstand werd verheven.

 

Vorige bericht

Jazz ten tijde van corona: Erwin Benjamins

volgende bericht

Jazz ten tijde van corona: Deborah J. Carter

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *