Als je de hoes ziet van de eerste (volledige) cd van Kruidkoek zou je – in combinatie met de groepsnaam – kunnen concluderen dat het om een geintje gaat. Humor zit in het kwartet zeker ingebakken, in zijn muziek ook. Maar een serieuze aanpak in elf korte stukken overheerst.

De vier leden van Kruidkoek leerden elkaar kennen op het conservatorium van Zwolle en verenigden zich in 2012 onder die prikkelende naam. Zij brachten twee EP’s uit, nu een volledige cd die vreemd genoeg nog geen veertig minuten duurt. En dat voor elf eigen composities. Met opvallende titels als Automatische Picasso, Kaneelkasteel, Vliegende Zweem, Pardon mevrouw uw snor staat in brand en Struisvogel. Humor verzekerd dus. Maar die is niet altijd om te lachen, omdat de lach ondergeschikt wordt gemaakt aan de uitvoering van de stukken.

De laatste jaren is het langzaam een trend aan het worden dat jonge musici weer gaan grazen op het terrein van de jazzrock uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. De bekende formaties uit die tijd leden nogal eens aan eenduidigheid. Daar is bij Kruidkoek echter geen sprake van, omdat zij hun terrein kruiden met verworvenheden die zich na die jaren zeventig aandienden: funk, Afrikaans, ska, disco, gitaarrock, noem maar op. En daarmee brengt Kruidkoek niet de zoveelste afgezaagde ode aan een tijdperk dat voorbij is, maar veeleer aan een ontwikkeling die wortelt in de muziek van nu.

Kruidkoek is een allegaartje van individuele prestaties, toegepaste snelheid en zoals gezegd: stijlen en vooral verrassingen. De techniek van de bandleden staat buiten kijf, hun enthousiasme om aan elke noot eigen identiteit toe te voegen verandert de muziek niet alleen in geredigeerde chaos maar ook in een serieus exposé van wat jazz anno 2018 allemaal in zich bergt. Op het flauwe Het Speet Me na, zijn de elf stukken van Kruidkoek pijlertjes die het verdienen serieus te worden beluisterd. Dan hoor je hoe Tertsen Tarantino door de uitbundige orkestratie een majestueuze uit elkaar getrokken blues is en hoe in Vliegende Zweem de altsaxofoon een uitzinnige solo ten beste geeft.

Kruidkoek geeft bij elk van de elf stukken een korte inleiding. Hoewel die vaak lollig is bedoeld, zit er soms ook een kern van serieusheid onder. Zoals het stuk Fiep (Takkie) dat is opgedragen aan kinderboekenillustratrice Fiep Westendorp. En hoewel het er niet héél serieus in toe gaat in Toen had je nog zo’n mooie lach, wordt de tiener die het meisje wil ontmoeten uit zijn natte dromen, met enige fantasie toch werkelijk tot klinken gebracht.

RINUS VAN DER HEIJDEN

Kruidkoek – Kruidkoek
Spicecake Records – eigen beheer

Tijmen Kooiker– gitaar
Nick Feenstra– altsaxofoon
Reindert Kragt– basgitaar
Bram Knol– slagwerk

www.kruidkoek.com

Previous

Festival Dinant Jazz rijst boven zijn eigen roem uit

Next

Robin Verheyen met drie ensembles op Jazz Middelheim

Lees ook