Niets is zo vergankelijk als een pluisje. Het wordt door de wind aangevoerd, zweeft aan je oog voorbij en verdwijnt. Naar het niets. Of misschien daar naar waar het vandaan komt. Bij sommige muziek kan deze definitie van een pluis beeldend werken, bij ‘Pluis’, de nieuwe cd van Mete Erker en Jeroen van Vliet is dat zelfs een dwingend element.

Sopraan- en tenorsaxofonist Mete Erker en pianist Jeroen van Vliet hebben Pluis gekozen als de titel voor hun nieuwe cd. Tien stukken, afwisselend gecomponeerd door deze twee uitvoerders, brengen als een pluis de ultieme schoonheid van eigentijdse gecomponeerde- en vooral geïmproviseerde muziek. Met dien verstande dat dit bijna een uur durende defilé van ultiem kunnen, ongeëvenaard vakmanschap en ongrijpbare fantasie niet door de wind verder wordt gevoerd, maar als balsem in je geheugen wordt gemasseerd.

Pluis zal bij de beide uitvoerders zeker de betekenis hebben van vergankelijkheid. Een miniseconde verblijven in de eeuwigheid waarin het begrip tijd is vervat. Maar elk van de tien pluisjes die dit wonderschone album bevat heeft naast vergankelijkheid ook eeuwigheidswaarde. Elk pluisje is een symfonie voor twee instrumenten, waar de scheppers de klanken die ze voortbrengen tot een ondefinieerbare eenheid hebben gesmeed. Klanken die soms voortkabbelen als een pluis in de wind en andere keren zich vastgrijpen in de aarde waarop wij leven. Want aardser dan deze wellicht door sommigen als hemels omschreven muziek, kan de samenwerking tussen twee muzikale mastodonten niet zijn.

Mete Erker en Jeroen van Vliet kennen elkaar al dertig jaar. Ooit ontmoetten zij elkaar in het Erker Kwartet. Dat was in 1989 en nadien troffen ze elkaar in de vreemdsoortigste muziekgroepen: van dat van de Zuid-Afrikaanse trompettist Feya Faku tot het adembenemende ensemble Asko/Schönberg. Ze bevruchtten elkaar bij Conny Janssen Danst en lieten ’s luisteraars adem stokken bij de klanken van de Zwitserse zangeres Kristina Fuchs. Steeds waren die wendingen in hun carrière onvoorspelbaar en grillig en zo moet je de keuze voor de ragfijne muziek op Pluis wellicht ook beschouwen.

Dit fascinerende album toont improvisatiemuziek in haar volste kracht. Nergens worden trucages toegepast, nergens is plaats voor mannetjesmakerij. Zeker, soms klinkt het riet van de tenorsaxofoon van Mete Erker wel heel erg nat en het getik van de kleppen van zijn instrument is vaker gehoord. Maar op Pluis zijn dit omstandigheden die de muziek dienen, het natte riet als een metafoor voor melancholie, het akoestische geluid van de tikkende kleppen als de weerslag van het leven dat in feite altijd berust op de hartenklop van de mens.

De rechterhand van Jeroen van Vliet laat de piano twinkelen als vogels op een mooie meidag. De ondersteunende linkerhand verdrijft woestheid waar je die door het verloop van de muziek soms mocht verwachten, doch nergens opduikt. Het luisteren naar elkaar is volstrekt organisch in de muzikale klanken ingebouwd; struikelen – al zou dat niet erg zijn – is aan deze twee rasmusici niet voorbehouden. Pluis wil liever behagen; niet in algemene of commerciële betekenis van het woord. Slechts als overtuigend bewijs van volstrekt uitgerijpt vakmanschap, beklonken, innige vriendschap en als de onontkoombare ándere betekenis van pluis: als het bijvoeglijk naamwoord dat muziek bij deze twee giganten pluis is. In de juiste handen en als de veiligste schuilplaats voor luisteraars die verre willen blijven van nogal wat gevaren die de hedendaagse muziekpraktijk belagen.

Opvallend is het cd-hoesje van Pluis: een pluizig, grijs omslag, ontworpen door Kaat Zeedijk en Studio Strapats. Gecreëerd om de ‘special’ edition van de cd te markeren. Maar ook zonder deze prachtige hoes was Pluis een ‘special edition’ geweest.

RINUS VAN DER HEIJDEN

Mete Erker & Jeroen van Vliet – Pluis
Induplomusic

Mete Erker – sopraan- en tenorsaxofoon
Jeroen van Vliet – piano

www.mete.nl

www.jeroenvanvliet.com

Previous

Nieuwe 'Einstein on the Beach' in de Oude Kerk Amsterdam

Next

Jazz à Liège 'onbekend' pareltje tussen de jazzfestivals

Lees ook