Concertrecensies

Artvark en Van Oostrom chirurgen van de saxofoon

Was het nu een concert, of was het een bijles saxofoonwetenschap? Laat geen mens er om malen, want het samenzijn van Artvark Saxophone Quartet en saxofoon’professor’ Leo van Oostrom in Paradox was zo bijzonder dat je én van de muziek én van de uitleg over saxofoons een verheven gevoel hebt overgehouden. Met als conclusie: een fantastisch initiatief!

Rolf Delfos, Mete Erker en Leo van Oostrom tijdens het Adolphe Sax-project in Paradox.

Het Artvark Saxophone Quartet – Artvark afgekort – ontmoette een paar jaar geleden op het conservatorium van Manchester Leo van Oostrom. Deze 79-jarige saxofonist/klarinettist, pedagoog, conservatoriumdocent en saxofoonkenner, is daarnaast ook nog verzamelaar van saxofoons. Hij heeft er honderden, waaronder nogal wat historische instrumenten. Artvark raakte in Manchester in gesprek met de Amsterdammer, er werden wat suggesties uitgewisseld, waaruit de belangrijkste conclusie was dat het ‘wel mooi zou zijn eens iets te doen met oude instrumenten in een nieuwe context’. Daaruit kwam het project Adolphe Sax, de saxofoon 1840-2022 voort, waarmee beide grootheden deze avond in Paradox optraden.

Via streaming kregen de toehoorders een concert met uitleg. Niet zomaar een concert, maar een waarin de nadruk niet alleen lag op de inhoud van de stukken, maar vooral ook op de manier waarop ze werden voortgebracht: door een keur aan instrumenten, hedendaagse, antieke en zelfs een waarvan er nog maar één op de wereld is; in de verzameling van Leo van Oostrom en deze avond dus in Paradox.

Het concert werd geopend met Walhalla, een eigen compositie van Artvark, gevolgd door het gloednieuwe Waltz de Guizerix, ook van eigen hand. Leo van Oostrom schoof daarvoor aan met zijn F-alto, een altsaxofoon die kleiner is dan de gebruikelijke. Dit instrument van de Conn-fabriek in Indiana (VS) was er een van de ongeveer honderdduizend die Conn aan het begin van de vorige eeuw per jaar bouwde. Zo’n F-alt klinkt echt anders, zijn geluid lijkt voller en dat hoorde je vooral toen dit oudje en een hedendaagse altsaxofoon samenspraak voerden. Hij heeft een vreemde karakteristiek: in het hoog lijkt hij op een sopraansaxofoon, maar in het middenregister neigt hij naar de tenorsax.

Peter Broekhuizen bespeelt een schuifsaxofoon.

Leo van Oostrom nam nadien de Straight Alto uit 1928 ter hand ter vertolking van Manhattan Serenade dat Louis Alter in hetzelfde jaar schreef. Die Straight Alto, door multi-saxofonist Roland Kirk ooit ‘Stritch’ genoemd, ziet eruit als een heel lange sopraan, met een lichte buiging na het mondstuk en dan kaarsrecht naar beneden. Het instrument roerde zich gedegen met de blazers van Artvark, waardoor deze Manhattan Serenade de Charleston Paradox binnen voerde.

Daarna kregen de vier Artvark-leden een krachttoer op hun bordje. Samen met Leo van Oostrom speelden zij op vijf originele Adolphe-saxofoons uit de jaren 1859-1866. Heeft een hedendaagse saxofoon pakweg zo’n achtentwintig kleppen, de Adolphe’s hebben er hooguit twintig. Volgens de uitleg van Leo van Oostrom zijn ze vooral van belang vanwege hun hoge akoestische kwaliteiten. Zelf speelde hij in Ah! Dolphe e Rolphe Jouent Le Saxo Original – ook een nieuw stuk, vorig jaar geschreven – op een sopraansaxofoon. De krachttoer bestond er vooral uit dat door het verminderde aantal kleppen het bespelen van de instrumenten driemaal zo licht moet als op de originele.

Met Inner Circle – ook al gloednieuw – werden de Adolphe-saxofoons nogmaals beproefd, terwijl Lissom Leo – dat je zou mogen vertalen als Lenige Leo – een ode bracht aan ‘saxofoonprofessor’ Van Oostrom, die voor de gelegenheid zijn Straight Alto weer had aangegespt.

Bart Wirtz en Leo van Oostrom op een grote schuifsaxofoon en een kleine 'Swanee'.
Bart Wirtz en Leo van Oostrom op een grote schuifsaxofoon en een kleine ‘Swanee’.

De verrassingen waren de zaal nog niet uit. Want na een korte uitleg van Leo van Oostrom over wie Adolphe Sax was kwam hij uit bij weer een meer dan bijzondere altsaxofoon. De uitvinder van de saxofoon kreeg tegen het einde van zijn leven te maken met ingezakte verkopen. Om die op te vangen, had hij in 1881 patent aangevraagd op een instrument met een speciale klep voor een bijzonder effect, een soort kazoo-achtig distortion geluid. Er is nog één instrument van op de wereld en dat ene speelde Leo van Oostrom in Soundtrack for a Distorted  Element.

Het rariteitenkabinet was nog niet leeg. Dat bleek toen de vijf musici instrumenten omhingen die visueel nauwelijks gelijkenis vertoonden met saxofoons. Het waren schuifsaxofoons, waarbij een schuif hoogte en diepte van de klank weergeeft. Het ging om drie kleine saxen, Swanees genaamd, die van binnen cilindrisch zijn en daardoor op klarinetten lijken. Deze kleintjes stammen uit 1927 en werden gebouwd in Engeland. De twee grote komen uit Amerika. Hun basis loopt van smal naar wijd, net als bij hedendaagse saxofoons. Maar van deze bijzondere Amerikanen zijn er nog maar enkele op de wereld. Slide’s Nest bleek een heel toepasselijke titel voor een compositie die op klanken was neergelegd die echt nieuw klinken.

Leo van Oostrom gaf tijdens het concert uitgebreid uitleg over het fenomeen saxofoon.

Het concert werd na een uur beëindigd met Dizzy Fingers, een compositie van Edward ‘Zez’ Confrey uit 1923 in een arrangement van R. Jansen Heijtmajer. Hier werd de laatste historische saxofoon voor ingezet, een C-Melody, een vrijwel vergeten instrument uit 1922 dat in feite een tenorsaxofoon in C is. Met enkele frasen uit Dizzy Fingers werd er ook nog een soort toegift uit de hoed getoverd.

Het concert was om meerdere redenen bijzonder. Niet alleen vanwege de uitnodiging van Artvark aan Leo van Oostrom met zijn bonte karavaan aan historische instrumenten. Zeker ook omdat Artvark daarmee zijn unieke concept onderstreepte: het altijd zoeken naar nieuwe klankkleuren. Het kwartet doet altijd al onderzoek naar wendbaarheid van saxofoons en dat levert niet alleen nieuwe gezichtspunten op, ook telkens veranderende, nieuwe muziek. Die wendbaarheid evolueert namelijk voortdurend; tijdens de zelfstudie van de bandleden, tijdens repetities en uiteraard tijdens concerten. Daarmee boort Artvark een onuitputtelijke bron aan.

Er was absoluut sprake van een unieke en intrigerende avond. Dat lag echter niet aan de cameraploeg die dit livestream-concert registreerde. De kwaliteit was ver beneden een aanvaardbaar peil. Eerstens liepen beeld en geluid niet synchroon, wat vervreemdende en vooral hoogst irritante beelden opleverde, het hele optreden door. Wellicht nog erger bij de cameraploeg is het gebrek aan vakmanschap en inzicht op wat op het podium gebeurt: de camera was vaak te laat om een solo van een van de musici eruit te lichten; te vaak was er een totaaloverzicht van het podium wat weinig interessants opleverde en werden ter zake doende details over het hoofd gezien. Het is alleszins te begrijpen dat Paradox in deze barre tijden nauwgezet op de centen moet letten, maar met wat hier werd gepresenteerd, dat kun je muziekliefhebbers echt niet aandoen.

Het podium van Paradox was niet alleen bezet door Artvark en Leo van Oostrom, ook door de grote hoeveelheid saxofoons die zij hadden meegebracht.
Het podium van Paradox was niet alleen bezet door Artvark en Leo van Oostrom, ook door de grote hoeveelheid saxofoons die zij hadden meegebracht.

De ochtend na het optreden zat tenorsaxofonist Mete Erker nog zwaar onder de adrenaline. Logisch, want het concept waarvoor Artvark en Leo van Oostrom hebben gekozen, weegt zwaar door bij de musici. Begin er immers maar aan: op oude instrumenten spelen die een heel andere techniek behoeven. “Vooral de schuifsaxofoons zijn moeilijk”, zegt Mete Erker. “We hebben met z’n allen heel veel geoefend op die dingen. Op een gegeven moment waren we – dachten we – klaar om de muziek op te nemen. We zijn daar acht uur mee bezig geweest, maar het lukte gewoon niet. We hebben over de historische instrumenten van Leo bepaalde periodes thuis kunnen beschikken. Maar het wisselen tussen die en hedendaagse krijg je alleen maar goed onder de knie door veel concerten te geven.”

Op dat laatste hoopt Artvark uiteraard. Het concert in Paradox was het derde. “In coronatijd hebben we er twee gedaan, ook al omdat dit project tijdens corona is ontwikkeld. We wilden er per se geen geschiedenisles van maken, wel oude instrumenten in een nieuwe context plaatsen. Door een aantal aspecten naast elkaar te leggen kwamen we bij nieuwe klankmogelijkheden. Spierballen zijn uit den boze, we onderzoeken liever waar de mooie melodie en de andere klank zitten. Het is zo ‘weird’, je moet zo anders spelen.”

Vooral de schuifsaxofoons leverden nieuwe ervaringen op. “Ze vertonen een bizar verschil met kleppensaxofoons. Ze spelen twee, drie keer lichter doordat het materiaal dunner is, de beker korter en er geen kleppen zijn. Je kunt het vergelijken met als je tennis speelt met een badmintonracket en een balletje dat twee keer zo zacht is. Het is zó anders.”

Rolf Delfos, Mete Erker, Leo van Oostrom, Peter Broekhuizen en Bart Wirtz op het podium van Paradox.
Rolf Delfos, Mete Erker, Leo van Oostrom, Peter Broekhuizen en Bart Wirtz op het podium van Paradox.

Eind juni komt een nieuw Artvark-album op de markt: Mother of Thousand, het tiende. Het afgelopen coronajaar heeft het kwartet zich teruggetrokken in een nieuwe, zelfgebouwde studio in Leiden, van bandlid Bart Wirtz. Voor het nieuwe album heeft Artvark een ander procedé ontwikkeld: componeren in de studio. Korte ideeën werden in de studio verder uitgewerkt. “Knippen en plakken, zo kregen we nieuwe vormen”, lacht Mete Erker. “Alle geluiden die je op Mother of Thousand gaat horen, zijn afkomstig van saxofoons. We hebben ze wel en niet bewerkt. De muziek is geïnspireerd op Philip Glass, Arvo Pärt en de Duitse pianovirtuoos Nils Frahm (die klassieke muziek mengt met elektronische experimenten, rvdh). Er staat vooral nieuwe muziek op de nieuwe cd, we spelen op de vijf originele Adolphe-saxen, de schuifsaxofoons en natuurlijk onze eigen instrumenten.”

Mete Erker wil ook nog even kwijt dat hij komende vrijdag weer in Paradox speelt. Maar dan wel in een heel andere gedaante. Hij komt dan met zijn gloednieuwe Mete Erker Trio + 1. “Het trio wordt gevormd door jonge musici met wie ik nog nooit heb gespeeld: pianist Floris Kappeyne, contrabassist Tijs Klaassen en drummer Wouter Kühne. Ik noem onze muziek Free Flow Music, het is geen free jazz en compleet tegenovergesteld aan wat ik doe met Artvark. Ik vertel mijn eigen verhaal vanuit vroege inspiratiebronnen, uit de tijd toen ik een jaar of zestien was: toen John Coltrane en Liberation Music Orchestra met Charlie Haden mij inspireerden.”

tekst RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto voorpagina MILES DELFOS
Schermafbeeldingen GEMMA KESSELS

 

ARTVARK SAXOPHONE QUARTET & LEO VAN OOSTROM
ADOLPHE SAX, THE SAXOPHONE 1840-2022

Paradox Tilburg, 9 april ’21

Rolf Delfos – alt- en sopraansaxofoon
Bart Wirtz – altsaxofoon
Mete Erker – tenorsaxofoon
Peter Broekhuizen – baritonsaxofoon
Leo van Oostrom – diverse saxofoons

WWW . ARTVARKSQ . COM

WWW . LEO VAN OOSTROM . COM

 

NOOT: Concert op deze YouTube-video begint na ongeveer 15 minuten

Previous post

Bite The Gnatze graast zeer fraai alle invloedhoekjes af

Next post

Avishai Cohen kiest voor symfonische bombast

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *