Gaudeamus stimuleert en ondersteunt muziek van jonge muziekpioniers. Dat doet ze al meer dan 75 jaar. Een van de meest in het oog springende activiteiten is het jaarlijkse festival Gaudeamus Muziekweek voor hedendaagse gecomponeerde muziek. Meestal valt dit buiten het blikveld van de jazz, maar dit jaar werd de week geopend met de première van een bijzonder project van jazzpianist Rembrandt Frerichs en jazzdrummer Vinsent Planjer. Daarin worden klassieke musici geconfronteerd met het in de klassieke muziek bijna vergeten fenomeen van improvisatie.

Vinsent Planjer is de rechterhand van muzikaal leider Rembrandt Frerichs.

Eind vorig jaar plaatste Rembrandt Frerichs een advertentie waarin hij professionele klassieke musici vroeg voor zijn nieuwe project Off the Carousel. In het bijzonder zocht hij musici die vooral of uitsluitend van bladmuziek speelden en ervaring wilden opdoen met improvisatie en vrijheid in de muziek. Uiteindelijk werden acht klassieke topmuzikanten geselecteerd om aan dit project bij te dragen.

“Iedereen zit op zijn eigen carrousel”, zegt Rembrandt Frerichs. “De bedoeling is dat de musici van hun eigen carrousel op een andere leren springen. Klassieke musici springen van hun klassieke carrousel naar een jazzcarrousel en jazzmusici springen naar een klassieke carrousel.” Voor de klassieke musici was het in het begin angstaanjagend om te spelen zonder te weten welke noten gespeeld moeten worden. Voor sommigen leverde dat in het begin zelfs nachtmerries op, maar uiteindelijk vonden ze het een geweldige en fascinerende uitdaging.

Rembrandt Frerichs leidt van achter de piano de strijkers van De Staalmeesters.

“Ik doe niets nieuws met klassieke muziek maar ik herstel wat verloren is gegaan”, zegt Rembrandt. “In de barokmuziek werd oorspronkelijk veel geïmproviseerd maar dat zijn we kwijtgeraakt. Het was toen een belangrijk onderdeel van de werkwijze van veel klassieke componisten. Met het perfectioneren van de klassieke muziek is daar in de klassieke opleiding tegenwoordig nauwelijks aandacht en training voor.”

Rembrandt Frerichs heeft zijn nieuwe groep De Staalmeesters genoemd, naar het beroemde werk van schilder Rembrandt van Rijn. “De staalmeesters waren in de zeventiende eeuw mensen die de kwaliteit van textiel controleerden. Rembrandt van Rijn heeft ze in zijn beroemde schilderij vereeuwigd. De manier waarop Rembrandt ze heeft geschilderd kon hun goedkeuring niet wegdragen, maar de schilder trok zich daar niets van aan. Hij was geïnteresseerd in de individuen en in het proces van hun werk en gaf dat weer. Dat is precies wat ik ook doe met deze groep De Staalmeesters. De moeder van Vinsent Planjer heeft onze zeventiende-eeuwse kragen met de hand gemaakt. Die dragen we om verbinding te maken met het schilderij van Rembrandt van Rijn.”

De Staalmeesters is het nieuwste ensemble van pianist/componist Rembrandt Frerichs.

Op de openingsavond werden twee composities van Rembrandt Frerichs gespeeld die naadloos in elkaar overgingen. Het eerste stuk begon in de traditie van klassieke muziek, het tweede leek meer gebaseerd te zijn op jazzelementen. In feite was dat schijn want in beide stukken stonden de grote lijnen vast door middel van uitgeschreven noten en in beide stukken werden die uitgeschreven noten doorkruist door improvisatie. Vrijwel onhoorbaar gingen kortere of langere stukken over van uitgeschreven naar improvisatie.

Hier werden niet langer grenzen tussen jazz en klassiek overschreden, maar was een nieuwe vorm ontstaan waarin jazz en klassiek tot iets nieuws waren versmolten. Een vorm waarbij de vraag of die prachtige klarinetsolo en die pizzicato gespeelde contrabas nu wel of niet uitgeschreven waren, niet langer relevant was. Omgekeerd was niet meer na te gaan of die toch wel erg jazz gerelateerde pianosolo geïmproviseerd dan wel uitgeschreven was en in elk geval leek het of de swingende accenten van de strijkers spontaan ter plekke opkwamen.

Rembrandt Frerichs neemt na afloop van het concert, mede namens De Staalmeesters, het applaus in ontvangst.

We hoeven daar niet over na te denken bij De Staalmeesters. Het is voldoende om te genieten van de prachtige composities en te ondergaan hoe een romantische pianosolo overgaat in een wals van strijkers en blazers als bij een Schmaltz-orkest van Heck’s Lunchroom.

Een zaal verderop werd een andersoortige vermenging van jazz en gecomponeerde muziek gehoord. Het Asko|Schönberg speelde muziek van de Britse componist Alex Pacton die zelf als solist op trombone op de voorgrond trad. Het orkest leek even een freejazz orkest met alle gekkigheid daarvan, inclusief het spelen van de hele kopersectie op alleen het mondstuk, het luid smakkend eten van een appel door de slagwerker, en het brullen en schreeuwen van Pacton zelf.

Asko|Schönberg met uiterst links solist Alex Pacton.

Maar hier was juist elke noot opgeschreven en voor het orkest geen ruimte gelaten zelf invulling te geven aan de muziek. Het gevolg was iets dat leek op freejazz, maar dat als hedendaags gecomponeerde muziek klonk. Terwijl Pacton zelf juist heel veel improviseerde, misschien zelfs alleen maar improviseerde, en gebruik maakte van al die typische jazztrucjes met en zonder een scala aan dempers.

En daarbij op zijn eigen manier, net als Rembrandt Frerichs en Vinsent Planjer op de hunne, de oude gevestigde klassieke praktijk openbrak.

Tekst en foto’s TOM BEETZ

OPENING GAUDEAMUS MUZIEKWEEK

7 september 2020, TivoliVredenburg, Utrecht

ENSEMBLE DE STAALMEESTERS
Off the Carousel 

Maria Cristina Gonzalez – fluit
Maripepa Contreras – hobo
Letizia Maula – klarinet
Eva Stegeman
– viool
Hadewijch Hofland – viool
Judith Wijzenbeek en Anna Smith – altviool
Charles Watt – cello
Andrea Caruso – contrabas
Rembrandt Frerichs – piano
Vinsent Planjer – percussie

ASKO|SCHÖNBERG
o.l.v. dirigent Clark Rundell

Alex Pacton – compositie, trombone

www.rembrandtfrerichs.nl

Previous

Festival Better Get Hit beslaat alle Afro-Amerikaanse stijlen

Next

Lennert Baerts c.s. streven naar soort waarheid in muziek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook