Op een bitterkoude zaterdagavond had een bevlogen organisatie het John Fillmore Quartet gestrikt om van de Randstad af te dalen naar een buitenwijk van Heerlen, ergens tussen woonwijken en industriegebieden op de grens van Heerlen, Hoensbroek en Landgraaf. In een uitgestorven straat stond de verbaasde bezoeker ineens voor een schitterend gerenoveerd Art-Decopand uit de jaren dertig, waar alles gloednieuw was opgeknapt en waar een gastvrij team een warme onthaal bood aan een goed gevuld café vol flamencoliefhebbers en plaatselijke belangstellenden, die goedgemutst op een crossover van flamenco en jazz waren afgekomen.

John Fillmore

Het John Fillmore Quartet was vanuit de Utrechtse en Amsterdamse contreien naar het zuiden afgezakt om een boeiende mix van flamenco, jazz, improvisatie, pop en Indiase invloeden te brengen. Als gastzanger hadden ze de in Utrecht neergestreken Spanjaard Falu de Cadiz kunnen strikken. Vijf mannen met vijf verschillende nationaliteiten. Nederlands, Engels, Duits, Spaans en Indiaas – het beloofde nogal wat dat deze kleurrijke personen elkaar in de passie voor flamenco en improvisatie hadden gevonden.

MICROBE

De flamenco is evenals de jazz een microbe, die soms op de meest onwaarschijnlijke plaatsen tevoorschijn komt en die de meest uiteenlopende mensen blijvend in zijn greep houdt. Flamenco wordt vaak geassocieerd met luidruchtig geschreeuw en oppervlakkig vermaak voor toeristen – een beetje cliché, om mensen te plezieren in hun nostalgie naar een Spanje dat in deze vorm nooit heeft bestaan, behalve in sommige toeristenbars.

Het was daarom een verrassing dat de musici vol intensiteit en overgave aan het werk gingen, maar heel introvert, met gebalde kracht, goed luisterend naar elkaar en altijd in dienst van het collectief stonden. Iedereen was flexibel in zijn rol. Alle musici deden naast hun hoofdinstrument aan palmas, het ritmische handgeklap, waarin gecompliceerde patronen zijn verwerkt en die de basis geeft voor de solisten om te excelleren. In ritmes, die vanuit de traditie zijn gedefinieerd.

De zware, vrije seguirias – de flamencoblues – die een podium biedt aan de gitarist en de zanger in een vrije rol waren het kernstuk van de avond. De zanger heeft in de sequiria de ruimte om te improviseren of te grasduinen in bestaande flamencopoëzie en in een vrije vorm zijn diepste gevoelens te uiten, ondersteund door een gitarist die alle registers van zijn kunnen kan opentrekken. Een hondsmoeilijke vorm, die de hoogste eisen stelt aan de integriteit en het doorleefde kunnen van de solist en die als proefsteen wordt beschouwd door de echte flamenco aficionados (liefhebbers).

Falu de Cadiz

DOORLEEFD EN RAUW

Zanger Falu de Cadiz kon ondersteund door een virtuoze John Fillmore op gitaar deze hoogste kunstvorm van de flamenco moeiteloos overtuigend uit één stuk neerzetten. Met diep doorleefde rauwe zang zonder enig vertoon slaagde hij erin de sfeer te scheppen van een stomende flamenco tablao – ruimte waar de flamenco wordt opgevoerd – in Zuid-Spanje. Zijn stemgeluid en interpretatie riepen associaties op met de roemruchte El Camarón de la Isla, de jong gestorven kompaan van Paco de Lucia, die nog steeds het ijkpunt is voor de liefhebbers van de rauwe Spaanse flamenco puro.

Naast de seguirias werd ook uit een vrolijker vaatje getapt. Lichtvoetige paso dobles en rumba’s, met een vrije rol voor de rokerige jazzy sopraansaxofoon van Paul Weiling, gaven spanning, structuur en vrolijkheid aan een concertavond die mooi in balans bleef tussen diepe gevoelens en een viering van het aardse, zonniger bestaan. De opstelling van de musici was traditioneel, zoals in een gebruikelijke flamenco quadro (band), in een halfronde opstelling op het podium. De zittende musici konden elkaar zodoende goed horen en ook visueel volop contact maken. Gezien de vrije vorm van de opeenvolgende improvisaties, afgewisseld met strak gearrangeerde thema’s een pure noodzaak, die ook volop benut werd. De mannen speelden vrijelijk samen, gaven elkaar de ruimte, vulden elkaar aan – in een collectief, dat de ruimte bood aan de individuele kwaliteiten van iedereen.

John Fillmore was op gitaar heer en meester van de avond. Technisch briljant, met een verfijnd geluid, altijd ‘in command’, de meester die de lakens uitdeelt en die als een kapitein het schip op koers houdt. Paul Weiling met zijn jazzsaxofoon en Falu de Cadiz met zijn Spaanse authenticiteit hadden een vrije rol, tegenover Franklin Heilijgers op fretless basgitaar en Nausad Kiamoeddin op cajon en palmas in de ritmesectie.

Franklin Heilijgers

VEELSTEMMIG

Iedereen kon soleren, zich terugtrekken in het collectief, volop luisteren en op zijn eigen momenten naar voren treden met zijn kwaliteiten. Een veelstemmig collectief van vijf mannen met totaal verschillende achtergronden, eensgezind in hun zoektocht naar de introverte, doorleefde flamenco fusion. Een verrassing was een klein intermezzo na de pauze, waarin de van oorsprong Indiase percussionist Nausad Kiamoeddin een Indiaas lied zong in het Hindi, met een zachte flamencoachtige variatie in de stem. Een spontaan idee, waarvoor alle ruimte werd geboden en dat enthousiast werd onthaald net als de andere stukken van het John Fillmore Quartet.

Een knallende buleria met een ingewikkeld, energiek-ritmisch patroon vormde de feestelijke afsluiter van een fijne avond, die het Cultuurhuis Heerlen en zijn bezoekers even onderdompelde in de warme sferen van warmbloedige, gedurfde fusionjazz. Een kniesoor die maalt om de flamenco puro. De toekomst van de flamenco ligt in dit soort projecten, waar door rasmusici met open oren wordt gezocht naar de nieuwe stromingen in het genre, stevig geworteld in de traditie.

MATHILDE LÖFFLER
Foto’s REMY WULMS

John Fillmore Quartet met Falu de Cadiz
Cultuurhuis Heerlen, zaterdag 24 februari 2018 

John Fillmore – akoestische flamencogitaar
Falu de Cadiz – zang, palmas (klappen in de handen)
Paul Weiling – sopraansaxofoon, palmas
Franklin Heilijgers – basgitaar, palmas
Nausad Kiamoeddin – cajón, palmas en zang

www.johnfillmorequartet.com

Previous

Pitch Plot gaat ten onder aan totaal gebrek aan nuances

Next

Dick de Graaf’s 'Bird Buzz': indringend luistergenot

Lees ook