Interviews

Ed Baatsen zoekt de weg van vrijheid naar chaos

Er komt een mail binnen. Van Ed Baatsen. Of het niet eens tijd wordt voor een spannend verhaal. Nou ja, zeg, daar is het toch áltijd tijd voor! Een afspraak is snel gemaakt. En verdorie nog aan toe, het wordt spannend. Ed Baatsen geeft de interviewer alle vrijheid zijn hoofd binnen te treden. En daar waart nogal wat rond. Van onregelmatige maatsoorten tot corona, van componeren tot Kenturah’s Kitchen, van repeteren tot het boeken van concerten.

Ed Baatsen: "We krijgen zonder uitzondering bijzonder goede recensies, maar het blijft lastig om optredens te regelen."
Ed Baatsen: “We krijgen zonder uitzondering bijzonder goede recensies, maar het blijft lastig om optredens te regelen.”

Kenturah’s Kitchen is het paradepaardje van pianist Ed Baatsen. En evenzeer van zijn medemusici, contrabassist Han Slinger en drummer Bert Kamsteeg. Gedrieën vormen zij in Nederland Jazzland de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt. En wel omdat zij zich volledig hebben kunnen onttrekken aan het idioom van het klassieke jazzpianotrio. Kenturah’s Kitchen is stijlloos, maar o zo spannend. Jazz, vrije improvisaties, kamermuziek, rock, latin, Afro-Cubaans; Kenturah’s Kitchen draait nergens de hand voor om.

“Tja”, zegt Ed Baatsen. “We krijgen zonder uitzondering bijzonder goede recensies, maar het blijft lastig om optredens te regelen. Ik ben van nature bescheiden, maar je moet toch aan naamsbekendheid werken. We worden hoog aangeslagen, maar dit zou zich moeten vertalen in optredens in bijvoorbeeld het Bimhuis en LantarenVenster. Met mijn vroegere groep Special Delivery heb ik dit ook meegemaakt. Optreden is lastig, er zijn nog maar een paar plekken en die zalen moeten vol. Dat gaat kennelijk alleen nog maar als je naam hebt gemaakt. Het zal ook wel te maken hebben dat ik niet zo’n schreeuwer ben”, zegt hij met enige zelfkennis.

Het heeft dus niets te maken met een negatieve kijk van programmeurs op Kenturah’s Kitchen? “Laatst reageerde een programmeur: ‘Er vallen wat Amerikanen uit, dus misschien hebben we voor jullie wel een plaatsje’. Er is natuurlijk ook te weinig aandacht in de media voor onze muziek en dan bedoel ik jazz in het algemeen. Je moet tegenwoordig over een hele filosofie beschikken om je muziek te kunnen verkopen. Of over een project. Maar moeten we nu projecten gaan verzinnen om meer aandacht te krijgen? Het dient andersom te gaan: iets verzinnen omdat het interessant is om te doen. En als je dan aandacht krijgt, is dat te gek.”

Ed Baatsen: "Hopelijk kunnen we over een jaar weer een beetje draaien; ik denk dat dit niet eerder kan dan september 2021."
Ed Baatsen: “Hopelijk kunnen we over een jaar weer een beetje draaien; ik denk dat dit niet eerder kan dan september 2021.”

Als er al optredens waren geweest, dan zouden die zeker zijn vervallen door Covid-19. Heeft het virus de positie van jazzpianist Baatsen verder ondergraven? “Er is inderdaad een hoop afgezegd. Hopelijk kunnen we over een jaar weer een beetje draaien; ik denk dat dit niet eerder kan dan september 2021. Ik heb corona gehad, ik had reuk- en smaakverlies, maar verder geen klachten. Met Kenturah’s Kitchen hebben we nu besloten te gaan werken aan onze vierde cd. Wij repeteren niet alleen elke week om optredens te krijgen, maar vinden het noodzakelijk om aan onze muziek te werken. Als je als trio steeds beter wilt worden, moet je jezelf doelen stellen. Geen optredens is natuurlijk echt balen. In oktober hadden we een lunchconcert, dan merk je dat je zeven maanden niet hebt gespeeld. Maar we zijn hard aan het werk, de lat ligt weer hoger, we proberen er overheen te gaan.”

Moedeloosheid heeft Ed Baatsen zeker niet overvallen door de moeilijke tijd waarin we nu leven. “Als je piano speelt, kun je lekker improviseren of Bach gaan spelen. Bij een saxofoon of trompet is het een ander verhaal. Op de piano kan ik vrij preluderen. In coronatijd is motivatie uiterst belangrijk. Het enige wat je wilt is je muziek aan mensen laten horen. Niet meer samenspelen zou verschrikkelijk zijn. Maar wij hebben de luxe om elke week samen te repeteren.

Ed Baatsen heeft de verplichte stilstand benut om vijf, zes nieuwe stukken te componeren. “Als we repeteren, zijn er elementen die moeten worden uitgewerkt: structuur, herhalingen, groove. Er worden delen geschrapt, ideeën van de anderen toegevoegd. We zijn geen traditioneel jazztrio, we zoeken naar een structuur die binnen de compositie veel ruimte geeft om te improviseren. Het raamwerk is nu klaar. Han en Bart hebben een even grote rol als ik. We willen veel vrijheid hebben en voelen. Die moet je ontdekken tijdens de repetities. Je moet zoveel vrijheid ontwikkelen, dat er chaos kan ontstaan. Naar die spanning zijn we steeds op zoek.”

Ed Baatsen: "Je moet zoveel vrijheid ontwikkelen, dat er chaos kan ontstaan."
Ed Baatsen: “Je moet zoveel vrijheid ontwikkelen, dat er chaos kan ontstaan.”

“We nemen onze muziek op en als we die terugluisteren kom je nogal eens op andere oplossingen uit. Ik heb niet zo lang geleden een compositie geschreven bestaande uit drie delen, met de werktitel Gekkenhuis. De overgang tussen deel 1 en 2 leverde wat problemen op. Uiteindelijk is het tweede deel helemaal geschrapt. Zo’n overgang moet organisch zijn. Als je er tijdens repetities niet uitkomt, neem je de muziek mee naar huis en ga je schaven. Een zwakke plek in een compositie kan het hele stuk onderuit halen. We oefenen ook de improvisatiedelen, willen daar ook een concept voor hebben. Vrijheid is bij ons even belangrijk als de aard van de compositie. Binnen de jazz was het vroeger andersom. Standards waren het kapstokje om te improviseren. Nu is de compositie even belangrijk als de improvisatie. Bij een traditioneel pianotrio gaat het om een liedje, bij ons om het concept structuur/chaos. Onze essentie is: doordat we elkaar vertrouwen ontstaat er maximale vrijheid. Die is nodig voor avontuur in de muziek. Dat is toch een ding, ondanks de vele stijlinvloeden die onze muziek kenmerken.”

Stijlinvloeden, ja. We hadden het er al eerder over. “Die stijlen zijn er, omdat we die allemaal al eerder hebben gespeeld. Rock, pop, latin, salsa, Afro-Cubaans. Logisch dat die bij Kenturah’s Kitchen allemaal terugkomen. En pop? Jazeker. Het gaat om de tijd waarin je leeft, om de muziek van nu. Misschien is dat ongemerkt gegaan. In bijvoorbeeld rap, rhythm&blues of hiphop zitten ook elementen die we kunnen gebruiken in onze muziek. Daarin zijn wij natuurlijk niet de enigen. Jason Moran doet dat bijvoorbeeld ook. Ik heb net een Monk-achtig stuk geschreven, waarbij dus eigenlijk een stuk jazztraditie voorbij komt. Waarom niet? Het is toch reuze interessant om te kijken hoe je daar je eigen draai aan kunt geven.”

Kenturah’s Kitchen beschikt over een aangename ongerustheid, maar ook over rust en degelijkheid. Dan moet het toch een ware kunst zijn om die naast vrije improvisaties te plaatsen. Ed Baatsen lacht. “Daarvoor hebben we dus elke week een repetitie. Wat jij noemt kun je alleen bereiken als je veel speelt. Bij mijn nieuwe composities is er sprake van veel maatwisselingen en onregelmatige maatsoorten. Ik heb altijd veel gedaan met maatsoorten. Een voorbeeld: op zeker moment doen we alle drie ons eigen ritmische ding in 5/8. Dan moet je daar uit wegkomen om naar een volgend deel toe te werken. Zoiets kun je niet opschrijven. Bert moet de ritmische structuur bewaken, Han en ik de vrije improvisatie. Hoe kun je dan naar een volgend deel gaan? Daar kun je alleen op antwoorden als je samen speelt. Soms veroorzaakt dat spanning als je merkt dat het niet werkt. Wij zoeken dat risico op, live heb je die spanning ook. Als iemand de mist in gaat komt het toch weer goed, omdat we elkaar zo vertrouwen. Stukken bewijzen zich vaak pas als je ze live speelt.”

Ed Baatsen: "Bij ons zit het orkestrale in de manier van schrijven en de ideeën die wij drieën hebben."
Ed Baatsen: “Bij ons zit het orkestrale in de manier van schrijven en de ideeën die wij drieën hebben.”

Ondanks dat Kenturah’s Kitchen uit slechts drie personen bestaat, is er vaak sprake van een orkestraal geluid. Ieder bandlid breidt zijn rol zo uit dat het lijkt of er een ensemble of orkest speelt, in plaats van een trio. Heeft Ed Baatsen daar een verklaring voor? “Het zou wel eens kunnen dat dit orkestrale ontstaat als ik componeer. In principe is bij een pianotrio de piano leidend. Bij ons is dat zeker niet vanzelfsprekend. Er zit veel gelaagdheid in onze muziek. In sommige delen hebben drums of contrabas de hoofdrol, waarbij de piano bijvoorbeeld een repeterend figuur speelt. Ik heb net een nieuw stuk afgemaakt, dat zachtjes begint met twee maten van contrabas en piano. De drums gaan mee, maar gaan een eigen verhaal vertellen. Bert gaat een solootje opbouwen, het ritme verandert op een cue van Bert en dat wordt een vervolg op het daaropvolgende ritmische motief. Het begint dus niet met een melodie, omdat de drums de melodie hebben. Of liever gezegd het ritmisch patroon vormt de basis.”

“Vroeger was ik onder de indruk van (pianist) Ahmad Jamal, vooral vanwege zijn concept, zeker in die tijd (jaren vijftig/zestig, rvdh). Hij verschafte zichzelf veel vrijheid, maar was ook super breekbaar. Dat gaat ook terug op het begrip orkestraal. Bij ons zit dat orkestrale in de manier van schrijven en de ideeën die wij drieën hebben, Ook dynamiek is super belangrijk. Als je iets voor contrabas schrijft, moet het subtiel zijn, als je dat voor drums doet, hoeft Bert zich niet in te houden. Wij gaan voor die uitersten.”

Als Ed Baatsen componeert is werken met maatsoorten geen eerste vereiste. Hij is er wel eens naar op zoek. “Soms kom ik op onregelmatige maatsoorten uit vanwege de melodie, soms door het ritme of de harmonie. Het kan zijn dat je ineens in een onregelmatige maatsoort zit. Het stuk Mosavans op onze laatste cd staat in 11/8. Te gek hoe dat doorklinkt in de baslijn. Moet ik nu eerst gaan tellen naar elf? Ik had niet het idee dat ik in 11/8 aan het schrijven was, maar kwam er gewoon op  uit. De wereld speelt al honderd jaar in 4/4 of driekwart, 11/8 hoor je niet elke dag. Als oefening kun je lijnen gaan uitschrijven, iets wat je op het podium niet kunt doen. Maar wel studeren thuis zodat het 11/8-gevoel in je vingers en je systeem gaat zitten. Dan hoef je die 11/8 niet meer te tellen. Je moet de vrijheid pakken en niet bang zijn die kwijt te raken. Het is niet een doel op zich foutloos te spelen, fouten zijn inherent aan muziek maken. Als je met onregelmatige maatsoorten in contact komt, krijg je andere ideeën. Ze zijn geen doel op zich.”

Ed Baatsen: "Henk de Ligt is voor mij een grote inspiratiebron geweest."
Ed Baatsen: “Henk de Ligt is voor mij een grote inspiratiebron geweest.”

Kenturah’s Kitchen loopt als een rode draad door het gesprek met Ed Baatsen. Terecht, want het trio bepaalt voor een groot deel het muzikantenleven van de pianist. Terwijl Kenturah’s Kitchen zonder enige intentie tot stand kwam, toevallig zogezegd. “Ik speelde in het bandje FRE met Frederike Schonis, Nils van Haften, Han Slinger en Joost Kesselaar”, blikt Ed Baatsen terug op het jaar 2009. “Han had tegen Bert Kamsteeg gezegd dat hij een trio wilde beginnen.” En met een lach:” Nu weten we trouwens niet meer wie als eerste met dat idee kwam. De meningen erover zijn nog altijd verdeeld. We zijn ervoor gaan zitten en ik kreeg een idee hoe we het trio zouden beginnen. Op de eerste plaats wilden we eigen werk brengen, maar ook dingen uit popmuziek halen. We dachten daarbij aan de eerste cd van de Red Hot Chili Peppers en aan Coldplay. We wilden de relatie met hedendaagse pop vertalen naar het trio. We gingen met internationaal bekende liedjes die je in supermarkten hoort, aan de slag. Dat was echter moeilijk, omdat er in die hoek maar weinig goede liedjes zijn. Daarom zijn we daar niet echt mee verder gegaan. Maar ik had en heb voldoende inspiratie om op de ingeslagen weg verder te gaan.”

Waarbij de pianist/componist opmerkt dat componeren voor hem een manier van leven is geworden. Hij schrijft al vele jaren nieuw werk. Twintig jaar lang in samenwerking met Henk de Ligt. “Henk is in juni overleden. Hij was mijn beste vriend en collega. Zijn heengaan was een zware klap, want Henk is voor mij een grote inspiratiebron geweest. We schreven samen alle stukken voor onze groep Special Delivery. Er vond een kruisbestuiving plaats als wij  componeerden. Special Delivery was een soort laboratorium voor ons, ook voor Wim Kegel en Nils van Haften, die eveneens deel van de groep uitmaakten. Net als nu het geval is met Kenturah’s Kitchen, met alleen het verschil dat ik hier in mijn eentje zorg draag voor de composities.”

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

WEBSITE KENTURAH’S KITCHEN

Previous post

Drie keer (live)muziek beleven – vanaf de bank

Next post

Corona ook dwarsligger bij Stranger Than Paranoia

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *