Maartje Meijer, aan wie vorige maand de JAZZ-tafette was gewijd, gaf het stokje voor april door aan gitarist Durk Hijma. Haar bewondering uitte zich onder meer door haar opmerking dat hij een ‘fantastische gitarist’ is en hij het zonder meer waard was de volgende stokjesdrager te worden. Van zichzelf vindt Durk Hijma dat hij vooral musicus is en niet zozeer gitarist. Daarom begeeft hij zich op vele vlakken: hij geeft les, geeft concerten en bestudeert voor zichzelf onder meer verschillende muziekculturen. Durk Hijma (37) ging in 2000 studeren aan het conservatorium van Amsterdam, waar hij onder andere les kreeg van Maarten van der Grinten, Jesse van Ruller en Martijn van Iterson. In 2004 behaalde hij zijn bachelor, in 2007 zijn master. Vanaf 2009 geeft hij les op ArtEZ, eerst in Enschede, nu in Zwolle. Sinds twee jaar geeft hij aan het Amsterdamse conservatorium les in gitaartechniek en ook lessen op de jong-talentafdeling. Wat zelf spelen betreft is er sprake van wisselende periodes. Hij speelt niet zoveel onder eigen naam. Durk Hijma maakt deel uit van de formatie Smoke uit Den Haag, vormt regelmatig een duo met zangeres Anna Serierse en is gitarist in de Dutch Concert Big Band. “Ik denk dat ik een soort nederigheid heb geleerd, die mij de dingen in het juiste perspectief laat zien.”

 

Durk Hijma, gitarist en klankonderzoeker.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik geef best veel muziekles. En daarnaast speel ik vaak. Ik ben vooral ook met kleine studieprojecten bezig. Eigenlijk vormen die projectjes de hoofdmoot van wat ik doe. Ik luister vaak naar ‘klassieke’ jazzplaten, maar op dit moment ook veel naar de Braziliaanse gitarist en zanger João Gilberto. Ik probeer daarbij de muziek te analyseren, niet na te spelen. Ik vind het interessant te ontdekken hoe ritmes uit Afrika en in het geval van Gilberto met Brazilië, verbonden zijn met jazz. Het gekke is dat ik die muziek niet speel. Ik zoek naar de overeenkomsten tussen die zaken. Door dingen uit te zoeken hoop ik mijn spel op een hoger plan te brengen. Het leukste van muziek is immers de ontdekkingsreis. Spelen is meer een gevolg dan een doel. Als ik les geef probeer ik deze gedachten ook over te brengen. Dan moet je dubbel zo goed weten waar je mee bezig bent!

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Ik denk de periode dat ik het gevoel had dat mijn spel in een soort stroomversnelling kwam. Dat was bijvoorbeeld in de eerste jaren na mijn conservatoriumtijd. Ik werd toen ook gevraagd door oudere musici. Dan krijg je echt het gevoel dat je iets goed doet. Een dierbare herinnering is ook de Russische tournee, drie jaar geleden, met de saxofonisten Gideon Tazelaar en Caspar van Wijk, contrabassist Ties Laarakker, plus een Russische drummer. Door heel veel te spelen kwam ik daar in een soort flow! Die ervaring had ik nog nooit gehad. Er was geen tijd om op te warmen, we moesten in één ruk door.

Durk Hijma: “Het leukste van muziek is de ontdekkingsreis.”

Waarom doe je graag wat je doet?
Muziek is een eindeloze uitdaging. Hoe verder je komt met ontdekken, hoe meer je erachter komt hoe weinig je weet.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Mijn twee jaar oudere broer heeft die passie opgewekt. Hij kwam aan met de muziek van Charlie Parker en Herbie Hancock. Ik was toen een jaar of vijftien en moest daarbij in het begin een zekere weerstand overwinnen. Maar daar was ik snel overheen, ik werd nogal fanatiek. Ik had op jongere leeftijd Jimi Hendrix ontdekt, maar toen ik in aanraking kwam met jazz, was ik snel klaar met Jimi, ik ging mijn pijlen richten op jazz. Ik luister overigens nog altijd graag naar Hendrix!

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Misschien wel van de ontwikkelingen van nu, ik sluit niet uit dat sommige aan mij voorbij gaan die zeker interessant zijn. Economisch is het niet de beste tijd voor muziek, maar was dit niet altijd zo? Ik kan natuurlijk zeggen dat de jaren veertig en begin zestig sleutelperiodes waren. Misschien hadden ze toen ook niet door wat er gebeurde. Maar in nostalgie zit een soort gevaar: je bent snel geneigd de zaken rooskleuriger te maken dan ze zijn. In deze tijd zie ik mijzelf als een student van de muziek. Met drie muisklikken kan ik het hele oeuvre van Bach beluisteren.

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Tijdens ons verblijf in Rusland speelden we vier concerten op een dag. Er was een beschonken Rus die bij elke solo voor het podium kwam om zijn duim op te steken. Plotseling stond hij er met een mes en ik dacht: als dat maar goed afloopt. Maar hij wilde het mes aan mij geven. Ik kon het niet helemaal goed plaatsen, maar het was gewoon een cadeautje.

Durk Hijma: “In deze tijd zie ik mijzelf als een student van de muziek.”

Waar vind je inspiratie?
In de muziek zelf, omdat zij een eindeloze zoektocht is. Ik probeer altijd raakvlakken op te zoeken. Bijvoorbeeld Cubaanse, Afrikaanse en Braziliaanse en ook die in de jazz. Dezer dagen was ik op bezoek bij Menno Daams. Hij liet mij muziek uit onder meer de jaren dertig horen die ik niet kende. Ook dit soort contacten met mensen zijn inspirerend voor mij.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Elk moment dat ik met anderen samenspeel. Ik probeer niet te veel op routine te varen. Het leukste is als er iets onverwachts op het podium gebeurt. Als je niet weet waar je aan toe bent. Eigenlijk was naar het conservatorium gaan, zonder te weten wat mijn toekomst zou worden, ook al spannend. Mijn broer wilde zo graag, ik ging gewoon mee in zijn slipstream.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?

Op de eerste plaats komt voor mij een vroege opname van Cherokee van Charlie Parker, waarop hij speelt met een gitarist en een drummer. Dit is muziek van Parker, net voordat hij helemaal rijp is. Elke noot is voor mij raak. De solo in Cherokee heb ik talloze malen zelf gespeeld. Volgens een bepaalde methode: eerst zing je hem na, daarna speel je hem na. Je krijgt dan het gevoel dat je bijna hetzelfde voelt als Parker. Het is heel fascinerend, heel puur.

Durk Hijma: “Eigenlijk was naar het conservatorium gaan, zonder te weten wat mijn toekomst zou worden, ook al spannend.”

Wat neem je altijd met je mee?
Muziek in mijn hoofd. Die stroom blijft altijd doorgaan. Op de fiets improviseer ik in mijn hoofd. En probeer me dan voor te stellen hoe dit op de gitaar klinkt. In mijn hoofd bevindt zich altijd een soort mentaal fretboard.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Van kinds af aan lees ik de krant. Ik kom er steeds meer achter dat actualiteit een herhaling van zetten is. Het nieuws van de dag heeft mijn aandacht, maar steeds minder. Mensen trappen immers altijd maar weer in dezelfde val.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Ik denk niet dat ik echt een voorbeeld heb. In een bepaalde fase van mijn leven had ik een fascinatie voor bijvoorbeeld de brieven van Vincent van Gogh. Of de films van regisseur Billy Wilder. Ik heb dus wel fantasieën gehad, maar ben eroverheen gegroeid. Toen ik nog studeerde, keek ik op tegen mijn docenten – en doe dat nog steeds. Maar ik wist dat ik mijn eigen weg moest vinden in dit idioom.

Wat intrigeert je aan jeinstrument?
Het gebrekkige eraan. Als je de gitaar binnen de jazztraditie bekijkt, is hij niet een van de hoofdinstrumenten. Je moet proberen bepaalde muzikale aspecten over te zetten op een gitaar. Voor mij is het letterlijk een instrument, geen doel, wel een middel. Ik probeer daarom niet te veel in gitaartermen te denken, evenmin als in dit kader aan virtuozen op de gitaar. Ik voel me meer musicus dan gitarist. Op piano hoor ik bepaalde dingen wel die er op de gitaar niet zijn. Daar wil ik een oplossing voor zoeken. Ik heb het idee dat er nog heel veel in het verschiet ligt wat betreft klankmogelijkheden op de gitaar. Reinier Baas bijvoorbeeld is met die materie bezig: hij vindt zaken uit op de gitaar die ik nog niet ken.

Durk Hijma: “Ik heb het idee dat er nog heel veel in het verschiet ligt wat betreft klankmogelijkheden op de gitaar.”

Wat heb je geleerd van je muziek?
Dat hoe verder je komt, je steeds meer beseft hoe weinig je weet. Ik denk ook dat ik een soort nederigheid heb geleerd, die mij de dingen in het juiste perspectief laat zien.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Ik heb van alles gewild. Ik heb een tijdje schilder willen worden om bijvoorbeeld in een bos bepaalde landschappen na te schilderen. Maar ik blijk niet zoveel gevoel voor perspectief te hebben. En voor profvoetballer was ik ook niet in de wieg gelegd.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Falen zit in het format van improvisatiemuziek. Falen is daar een onlosmakelijk onderdeel van. Als muziek veilig klinkt, verliest zij vaak urgentie. Jazz kun je leuker maken als je kunt horen dat er interactie is. Falen hangt daarom heel sterk af van de musici met wie ik speel. Echt ervaren musici omarmen je meer. Dan laat je ook meer ruimte toe om risico’s te nemen en maakt het niet zoveel uit wat je doet: je wordt toch wel opgevangen. Maar je bent nooit helemaal vrij. Als je een standard speelt is alles mogelijk. Anita O’Day durft gerust een maat over te slaan, haar begeleiders voelen dat meteen en gaan met haar mee. Dat vind ik prachtig.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Ik denk die van de huidige tijd. Je hebt nu talloze mogelijkheden om van alles te ontdekken. Mensen die verder kijken dan hun eigen stroming, waardeer ik. Daarbij moet je wel voor een solide basis zorgen. Ik denk dat de mogelijkheden voor hen nu heel erg goed zijn, je kunt ze gewoon benutten.

Durk Hijma: “Mensen die verder kijken dan hun eigen stroming, waardeer ik.”

Met wie werk je graag samen?
Met iedereen die bereid is te luisteren. Ik heb een speciale band met Caspar van Wijk. De band is nu wat anders vanwege zijn gezondheid. Zo jammer, maar ik spreek hem nog regelmatig. Een half jaar geleden speelde ik met John Engels, op een ongelukkige plek, in een kerk. De mensen praatten boven de muziek uit. John gaat dan meteen op zoek naar hoe dit op te lossen. Dat hield hij de hele avond vol, hij verslapte geen moment. Ik voelde me daar zó verbonden mee.

Welke dromen liggen nog voor je?
Geen concrete. Ik zou meer grip willen hebben op de materie om de muziek beter te kunnen sturen. Dat is een droom en tegelijk ook een utopie. Want als je een bepaald punt hebt bereikt, hoor je weer nieuwe dingen. Ik heb het gevoel dat op dit gebied nog veel valt te winnen.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan drummer Wouter Kühne. Ik speel niet eens zo vaak met hem samen, maar als ik hem tegenkom, gaan we meteen de diepte in. Zijn generatie benadert muziek zo anders. Op dit moment bijvoorbeeld heeft hij les van een Senegalese drummer. Hij is een treffend voorbeeld van iemand die de mogelijkheden benut die deze tijd biedt. En hij laat zich inspireren door stijlen die de jazz omringen.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

Previous

Marie Fikry’s mengeling van jazz en Marokkaanse muziek

Next

Mark Guiliana’s Beat Music bloeit en rondt af

Lees ook