JAZZ-tafette telde tot nu toe 23 afleveringen. De redactie van JazzNu streeft er telkens naar rond de 25e van de maand een nieuwe aflevering te publiceren. Dat lukte twee jaar lang, maar nummer 24 ondervond problemen. Reinier Baas, die het estafettestokje kreeg overgedragen van Tony Roe was moeilijk bereikbaar. Toen een afspraak was gemaakt, werden interviewer en fotografe ziek. Een nieuwe afspraak kwam niet van de grond, omdat Reinier Baas onbereikbaar bleek. Omdat JazzNu de continuïteit van JAZZ-tafette wil waarborgen is een noodgreep toegepast. Dat wil zeggen dat de redactie eigenhandig een nieuwe kandidaat heeft gezocht. Die is gevonden in de persoon van Jeroen van Vliet. De pianist presenteert zich hieronder binnen de twintig vaste vragen van JAZZ-tafette. Jeroen van Vliet heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de toonaangevende jazzmusici van Nederland. Niet alleen als uitvoerder, maar zeker ook als componist. Hij won de Buma Boy Edgarprijs 2014, maar dat was voor hem geen reden om op zijn lauweren te gaan rusten. Hij is actief in allerlei groepen. Ongeacht in welke drukt hij zijn inventieve en lyrische stempel op de muziek.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben samen met tenorsaxofonist Mete Erker muziek aan het opnemen voor dansgezelschap De Stilte uit Breda. We hebben gerepeteerd en gaan nu vastleggen. Het mooie is dat we dat doen in mijn eigen studio. Behalve dat ik daar speelde met dichter Herman Coenen, is dit de eerste opname. Ik heb een proefversie naar (opnametechnicus) Chris Weeda gestuurd en die was tevreden. Wat verder nog op het programma staat? Deze maand ga ik concerten verzorgen met Estafest en mijn Moon Trio.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Dan denk ik vooral aan mooie, muzikale momenten. Dat er iets wonderlijks gebeurt en het publiek daar getuige van is. Dat kan op een podium zijn, maar evengoed in een huiskamer.

Waarom doe je graag wat je doet?
Omdat muziek mijn taal is geworden. Eigenlijk is dat altijd zo geweest. Als ik muziek maak, voel ik me als een vis in het water. Dat is een heel prettig gevoel.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Ja, hoe oud ben je dan? Zestien, zeventien? Ik ging op die leeftijd bij Willem Kühne in bandjes spelen. Op 18-jarige leeftijd kocht ik mijn eerste jazzplaat. Hierdoor en door in bands te spelen, kwam ik met jazz in aanraking.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Van het beroemde kwintet van Miles Davis. Dus met Herbie Hancock, Ron Carter, Tony Williams en Wayne Shorter. Dan hebben we het over de tweede helft van de jaren zestig, toen ze E.S.P. opnamen en ook Nefertiti. Dit kwintet bracht me op het idee te gaan onderzoeken wat je kunt met muziek maken. Die periode van Miles is nog steeds een mysterie. Ik begrijp er maar de helft van. Intuïtie speelde toen een heel grote rol. De te spelen stukken waren open en ondanks hun jeugdige leeftijd gaven de bandleden er een eigen invulling aan. Dat was helemaal nieuw voor mij. Dat tijdperk bracht me wat richtingaanwijzers: die kant op.

Wat is het bizarste dat je ooit hebt meegemaakt tijdens een concert?
Dit voorval zal al wel gekend zijn. Maar ik noem toch maar de vrolijke uitspatting van Han Bennink. Lang geleden deed ik een concert of zes met De Orkaan. Middenin een solo of een duet met Paul van Kemenade, dat weet ik niet precies meer, stond Han op en ging een grap vertellen over een kikker. En daarna drumde hij gewoon verder.

Waar vind je inspiratie?
Inspiratie vind ik een moeilijk begrip. Mijn eerste reactie zou kunnen zijn: waar word ik door geraakt? Maar het kan ook anders: als je andere muziek hoort en zij je aanzet om in die geest zelf iets te maken. Ik ken een hele batterij mensen bij wie ik denk: dat wil ik ook. Pasgeleden hoorde ik het LABtrio, het speelde een langzaam stuk, zo mooi! Ik maak onderscheid tussen buiten en binnen. En dan bedoel ik met buiten dat ik in de muziek iets hoor waar ik wat mee kan.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik denk de totstandkoming van mijn eerste soloplaat Who’s Afraid uit 1995. Ik was 29 jaar en besloot de Rainbow Studio in Oslo te gaan bellen met de vraag of ik er mijn eerste soloplaat mocht opnemen. Moet je je voorstellen, die beroemde studio waar musici als Pat Metheny en John Taylor hun muziek opnamen. Ik vond het geweldig daar als jong broekie naar toe te vliegen en vervolgens te gaan opnemen.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Dat is een versleten verhaal, dat ik beter niet vertel. Ik denk even na of ik een opvolger voor mijn favoriete album kan aanwijzen… Nou ja, ik noem die plaat toch maar: Open To Love uit 1972, waarop Paul Bley solo speelt. Hiervoor geldt hetzelfde als wat ik over Miles Davis zei: ook deze plaat was een richtingaanwijzer. Voor mij geldt de tijd ervóór en de tijd erna. Open To Love ademt enorm. De muziek is in zo’n ijzersterk idioom verpakt, er klinkt zoveel overgave, terwijl het zeker geen sentimentele plaat is. Open To Love was voor mij precies de steen die in de vijver moest vallen.

Wat neem je altijd met je mee?
Mijn gedachten.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
De wereldorde van dit moment. Ik verbaas me over de enorme ontwikkelingen die aan de gang zijn. Ik zit op dit moment middenin het boek Het achtste leven (voor Brilka) van de Georgische schrijfster Nino Haratischwili. Het is een soort geschiedschrijving over honderd jaar, vanuit Georgisch perspectief. Het is het mooiste wat ik ooit heb gelezen. De hele wereldgeschiedenis komt aan bod, met name de Russische natuurlijk. Het handelt vooral om de wereldorde en de plek die wij mensen daarin innemen. Wij veranderen niet zo, de wereld wel.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Ik denk niet in voorbeelden.

Wat intrigeert je aan je instrument?
De piano is een gecompliceerd instrument geworden, maar hij is wel gebaseerd op de menselijke hand. Die maatgeving maakt wat het kan. De menselijke hand en de maat van de piano hebben met elkaar te maken. Dat geldt misschien ook voor andere instrumenten, maar bij de piano is het zó flagrant.

Wat heb je geleerd van je muziek?
Daar kan ik een heel verhaal van maken. Maar laat ik het hierbij houden. Ik ben uiteindelijk niet de regisseur van mijn muziek. In het verlengde daarvan is er het verhaal over de zogenaamde vrijheid. Die is heel betrekkelijk, omdat we onze eigen indrukken en gereedschappen verzamelen en daar dan iets mee doen. In feite grabbelen we in onze eigen ton. Ik heb geleerd dat het lijkt alsof we het zelf doen, maar het wordt gedaan. Muziek maken geeft een heldere weergave van dit proces.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Pianist. Ik heb nooit het probleem gehad van: wat wil ik later worden.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Zelden. Van origine heb ik faalangst. Daar voer ik altijd een gevecht mee. Als je je echter bezig houdt met vrije improvisatie dan zit daarin besloten dat wanneer je echt wilt dat het gebeurt, je dan de vrijheid hebt om te falen. Anders kan het namelijk niet plaatsvinden.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Dat de grenzen vervagen tussen de verschillende genres. Mensen hebben om persoonlijke redenen zeker het recht om puriteins te zijn in de keuze van hun idioom. Mij gaat het om de algemene ontwikkeling van muziek en hoe je daarmee verder komt. Ik denk dat vervaging dan ook kwaliteit heeft. En dát vind ik interessant.

Met wie werk je graag samen?
Met mijn Moon Trio, met Estafest, Eric Vloeimans, Jörg Brinkmann, Simin Tander, Kristina Fuchs. Kortom de poten waar mijn muziek nu op staat.

Welke dromen liggen nog voor je?
Een nieuwe soloplaat maken en iets met films doen. Het zijn dromen die ik niet eens vorm kan geven, ik hoop slechts dat er nieuwe projecten op mijn pad komen.

Aan wie geef je het JAZZ-tafette stokje door?
Aan Paul van Kemenade. Hij is een icoon van de geïmproviseerde muziek in Nederland. Hij is zó uitgesproken doortastend in het neerzetten van zijn eigen muziek. Ook zakelijk is hij uniek door steeds te blijven pionieren met andere projecten.

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

 

www.jeroenvanvliet.com

 

 

 

Previous

Reciprocity is dealer van onrust en luisterplezier

Next

'The Present is Present' is festival voor helden van nu

Lees ook