Kom bij hem niet aan met de omschrijving dat hij een latin drummer is. Dan gaat Lucas van Merwijk steigeren: hij is immers evenzeer een jazzdrummer. John Engels, de vorige gast in JAZZ-tafette noemde zijn collega Lucas een latin-tovenaar. Is-ie natuurlijk ook, want hij heeft latin jazz tot zijn eigen dna verheven. De 61-jarige musicus laat zich door zijn leeftijd op geen enkele manier remmen. Neem maar eens kennis van de eerste vraag van de JAZZ-tafette: ‘Waar ben je op dit moment mee bezig?’ Er is niemand voor hem geweest die zoveel woorden nodig had om daarop antwoord te geven. En daarmee onverwijld duidelijk te maken dat jazz hem evenzeer aan het hart gewassen is als latin. Lucas van Merwijk kan prachtig vertellen, over kettingritmes, over de twee Tito’s, Puente en Rodríguez, over zijn echtgenote Roosje, over nederigheid, over de muzikale bagage van jonge mensen… Afijn, lees zelf maar.

Lucas van Merwijk: “Eenmaal in de vijf jaar gebeurt er bij jou als musicus iets, waarbij het lijkt of je er niet meer bij bent.”

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Met heel veel, zoals altijd. Het grootste project is waarschijnlijk de tournee ten gevolge van het 25-jarig bestaan van de Cubop City Big Band, die door corona moest worden uitgesteld. Vorig jaar hebben we er een deel van gedaan, nu resten nog vier concerten in september. Voorts leg ik de laatste hand aan een nieuwe cd met muziek van Tito Rodríguez, de laatste van de Big Three die ik vast leg. Die wordt gevormd door Tito Puente, Machito en Rodríguez. Hij was een van de grootste zangers op het gebied van cubop, mambo en latin big band. Die rode draad wordt met de nieuwe cd afgesloten. Voorts ben ik met Drums United een programma aan het maken. Daar komt een tournee uit langs theaters in Nederland en Duitsland. Onder de titel Birth of the Beat gaan we proberen het ontstaan van ritmes te verbeelden. Een ander project is Spanish Harlem in New York. We laten de evolutie horen van de muziek daar in de jaren twintig van de vorige eeuw tot nu. Er komt voor Duitsland een tournee van twaalf concerten die we daar brengen onder de titel Latin Devils. Het wordt een heel aanstekelijk programma dat ook voor de niet-latin of niet-jazzliefhebber leuk wordt. Voorts heb ik nog het kwartet Music Machine met trombonist Ilja Reijngoud, pianist Norman Peplow, contrabassist Samuel Ruiz en ik, dat is meer jazzy. En dan is er nog het duo Klomp met mij en Ilja Reijngoud. Daarbij gaat het om experimentele muziek, die kun je maar met weinig mensen doen en daarom doen wij het met z’n tweeën. Is heel avontuurlijk. Mijn voorbeeld voor Klomp is het duo Han (Bennink) en Misha (Mengelberg). Ik dacht toen ik dat voor het eerst hoorde: dat zou ik ook wel eens willen; gewoon gaan. Klomp bestaat pas één jaar. Ilja is een goede gast, een goede improvisator en arrangeur. Je kunt bij deze muziek niet op de automatische piloot gaan, dat voelt het publiek heel goed aan. Dit duo is belangrijk voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik denk altijd in lijnen. Daarbij gaat het erom wat muziek bij mij naar boven haalt. Er moet altijd een volgende stap zijn. En o ja, ik geef ook nog les op het conservatorium in Amsterdam. Ik coördineer daar de drumafdeling. En dan ben ik ook nog artistiek leider van Dias Latinos een driedaags festival in Amersfoort. Ik heb daarvoor een concours voor latin bands bedacht. Artist in residence was dit jaar Randal Corsen, het thema Antillen. Ik probeer het festival op een hoger niveau te krijgen. Het trekt in drie dagen 100.000 tot 150.000 bezoekers.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Ik speelde met een trio een week lang elke dag in Amsterdam. John Engels kwam op een avond kijken, we speelden nog één stuk, het publiek was al voor een deel weg. Eenmaal in de vijf jaar gebeurt er bij jou als musicus iets, waarbij het lijkt of je er niet meer bij bent. Dat gebeurde die avond ook, terwijl John niet eens mee deed. Dat was zó bijzonder. Tournees in Zuid-Amerika zijn ook altijd leuk. We eindigden tijdens een tournee op de Caraïben eens op een Scientology-boot, omdat een concert was afgezegd, wij toch wilden spelen, gingen rondkijken of er nog andere mogelijkheden waren en op die boot belandden.

Lucas van Merwijk en hond Dindi zijn onafscheidelijke kameraden.

Waarom doe je graag wat je doet?
Ik heb altijd gedrumd. Ik was een typisch kind, tikte overal mee op potten en pannen. Ik kom uit een heel creatief gezin, werd gestimuleerd door gewoon te mogen doen wat ik wilde. Ik heb ook een tijdlang getekend. Ik twijfelde tussen muziek en de kunstacademie. Maar muziek beheerst mijn leven. Als ik opsta ga ik meteen een uur tot anderhalf uur drummen. Elke dag. Ik weet niet of ik een workaholic ben, maar neig er wel naar toe. Mijn dochter drumt en zingt ook met onze projecten en doet ook backing vocals en percussie bij Trijntje Oosterhuis. Roosje (de echtgenote van Lucas van Merwijk, rvdh) doet alles binnen Tam Tam (Van Merwijks productiemaatschappij, rvdh), een echt familiebedrijf dus.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Ik kom uit de pop van de jaren zeventig, punk. Thuis werd veel jazz gedraaid, maar dat was niet mijn ding. Eind jaren zeventig, op het conservatorium, begon ik jazz pas te snappen. Wat drums betreft is Egbert Gruijthuijsen voor mij erg belangrijk geweest. Ik heb veel aan hem te danken. Ik ben relatief laat met jazz in aanraking gekomen. Jazz, latin, funk, het heeft allemaal dezelfde bron, hetzelfde dna. Op zeker moment ben ik gestopt om als freelancer voor andere artiesten te spelen, vanaf toen ben ik mijn eigen ding gaan doen.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
De jaren ’50. De tijd van Tito Puente en Tito Rodríguez. Toen was latin aan het samensmelten met jazz. Boogaloo, latin-soul, funk, salsa, hiphop, disco, jazz, big bands, het is er allemaal uit voortgekomen. Misschien is het wel muziek van de straat, maar het heeft wel elegantie en diepgang. Ik denk dat het met jazz in de begintijd ook zo is gegaan. Nu is het concertmuziek geworden.

Lucas van Merwijk: “Ik twijfelde tussen muziek en de kunstacademie. Maar muziek beheerst mijn leven.”

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Ik was met de Cubop City Big Band op tournee in Columbia. We kregen ons geld niet. Er zaten voor dat concert tweeduizend mensen te wachten. We hadden al gehoord: pas op voor die concertorganisator. Roosje zei: eerst geld, anders spelen we niet. Die man: ‘Ik heb geen geld’. Oké, dan spelen we niet, zei Roosje. Hij zag toen ook wel dat als we niet zouden spelen, tweeduizend man gek zouden worden.

Waar vind je inspiratie?
Bij m’n familie, m’n vier kinderen, m’n studenten. Maar ik kan ook geïnspireerd raken als ik met mijn hond Dindi wandel. Ik loop altijd over van ideeën, moet ingedamd worden.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Toen ik mijn eigen dingen ging doen. Toen ik met de big band in 1995 het eerste album ging opnemen. Ik wist niet wat het was, een big band leiden. In twee dagen moest meteen alles worden opgenomen. Dat gebeurde tot een uur ’s nachts. Mijn zoon Charlie werd zes uur later geboren, om tien uur was ik weer in de studio. Maar los daarvan; voor het eerst een big band leiden was wel heel spannend.

Lucas van Merwijk: “Ik ben gewoon dankbaar voor wat ik allemaal kan doen. Het is zo bijzonder hoe goed we het hebben.”

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Het elektrificerende terugkeeralbum We Want Miles van Miles Davis. Het heeft de tand des tijds doorstaan. Voor mij is het een van de platen die steeds terug komt.

Wat neem je altijd met je mee?
Mijn bekkens en koebellen. Je moet heel vaak spelen op een drumstel wat er al staat. Dat maakt een verschil van dag en nacht. Als ik niet mijn eigen cymbals heb, kan ik niet m’n spullen laten klinken zoals ik wil. De bekkens maken zestig procent van de sound. Mijn bellen heb ik absoluut mee.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Waar iedereen zich zorgen over maakt: de vervuiling in de wereld en de toestand in Europa. Ik heb een vluchtelingengezin hier in huis gehad. Ik ben gewoon dankbaar voor wat ik allemaal kan doen. Het is zo bijzonder hoe goed we het hebben. Zoals John vorige maand in JAZZ-tafette al zei: die miljarden heelallen, dat gaat toch al je begrip te boven. Ik denk in dit verband ook aan de liedjes van mijn broer (Jeroen van Merwijk, cabaretier, tekst- en liedjesschrijver en kunstschilder, rvdh) die vorig jaar overleed. Die waren grappig en ook ontleend aan de actualiteit.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Mijn vader. Hoe ouder ik word, hoe meer dit doordringt. Hij schilderde en dichtte. Het ritmische heb ik van hem. Mijn moeder is ook een groot voorbeeld. Pasgeleden debuteerde ze, op haar 90e, als schrijfster. Als je jong bent denk je dat alles uit jouzelf komt, maar al geef je het niet graag toe…. hahaha!

Wat intrigeert je aan je instrument?
Elke keer als ik er achter ga zitten begint het opnieuw: het aantal mogelijkheden dat een drumstel kent. Ik wil steeds dieper, de lat hoger leggen. Ik ben nu bezig met kettingritmes, het coördinatievermogen tussen de vier ledematen. Als ik oefen kijk ik wat er nog meer mogelijk is. Als ik drum, ben ik bijna wetenschappelijk bezig. John Engels, Martin van Duijnhoven en Han Bennink waren vroeger mijn voorbeelden. John vanwege zijn warmte en hart en ziel, Han vanwege zijn vuur, Martin vanwege zijn ‘mind’.

Lucas van Merwijk: “John Engels, Martin van Duijnhoven en Han Bennink waren vroeger mijn voorbeelden. John vanwege zijn warmte en hart en ziel, Han vanwege zijn vuur, Martin vanwege zijn ‘mind’.”

Wat heb je geleerd van je muziek?
Je moet het laten komen en gaan; je moet nederig zijn, je ego laten varen en de muziek op een ontspannen manier laten komen. Hoe meer ik dit allemaal kan, hoe beter het gaat. Simpel spelen is het moeilijkst. En luisteren, daar begint het mee. Niet altijd een antwoord willen hebben.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Drummer. Als kleine dreumes politieagent, hahaha. Ik wist niet eens dat je muzikant kon worden.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Met de big band moet ik alles strak houden, met Klomp kan ik alles loslaten. Ik voel me zelf heel vrij in latin muziek. Falen is in die context een vreemd woord. Als ik soleer is het niet erg als er iets fout gaat. Tegenwoordig lach ik er om, dat gebeurt dan maar. Ik liep eens met Roosje door Utrecht. Werd ik gebeld: ‘Wat doe je vanmiddag? We doen een concert met het Metropole, de drummer is ziek. Kun jij komen?’ Ik naar Paradiso. Er stond een drumstel met talloze partijen. Ik ging zitten en werd meteen heel rustig. Ik speelde alles en het ging heel goed. Het was een soort test, een soort examen, het was zó spannend. Voor mij heel belangrijk dat ik die situatie kon aangaan, die ingewikkelde stukken kon spelen zonder voorbereiding. In zo’n situatie kun je niet falen.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Ik vind het ongelooflijk wat mensen tegenwoordig kunnen. Ik heb leerlingen van 17, 18 jaar bij wie je van alles terug hoort in een onbevangen sound, waarin zóveel samenkomt. Avontuur en geloofwaardigheid, waarmee ze ergens komen. Ik werk liever met deze soort jonge mensen dan zij die krampachtig oude mensen willen naspelen. Een jonge musicus moet dat wel heel even doen, maar hij moet vooral nieuwe wegen zoeken.

Lucas van Merwijk: “Mensen met wie ik speel moeten een eigen identiteit hebben, een eigen sound, ze moeten iets meebrengen en je van repliek dienen.”

Met wie werk je graag samen?
Met heel veel mensen met wie ik werk. En dan vooral met hen die het straatgevoel hebben als ze van school af zijn. Niet graag met musici met alleen maar soul. Ze moeten daarnaast een eigen identiteit hebben, een eigen sound, mensen die iets meebrengen en je van repliek dienen. Ik hou van vakmanschap en punctualiteit. Dat soort mensen zit in elk van mijn groepen.

Welke dromen liggen nog voor je?
Ik wil internationaal verder. Ik droom ervan dat de Cubop City Big Band internationaal in een hogere ‘league’ komt. Dat het orkest een naam krijgt. Verder zijn al mijn dromen al uitgekomen!

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan trombonist Bart van Lier. Hij is iemand die je gemakkelijk over het hoofd ziet. Hij is groot, bezit verwondering en is een groot vakman. Hij is net met pensioen en zijn afscheid verdient meer aandacht.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

www.lucasvanmerwijk.com

Previous

Jazz Broukay viert 25-jarig bestaan gloedvol

Next

ZomerJazz Fietstour: van gestorven poedel tot koe op zolder

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook