Een bescheiden man. Zo omschreef Ton Scheepers, de vorige JAZZ-tafettestokjesdrager zijn opvolger Maurice Smit. En daar is geen letter van overdreven. Bescheiden of niet, de tenorsaxofonist heeft wel degelijk een eigen verhaal. Al was het maar omdat je hem ook gerust multi-instrumentalist en muzikale duizendpoot mag noemen. Naast de tenorsaxofoon heeft hij tijdens de Covid-19-pandemie ook de basgitaar (weer) ter hand genomen en is hij sinds zijn kindertijd al vaardig op piano en gitaar. En zijn status als duizendpoot? Maurice Smit (56) is muziekdocent aan een middelbare school, componist, workshopleider, coördinator en bandcoach. Zijn belangstelling voor jazz begon als kind; hij leerde de muziek van George Duke kennen, kwam daarna uit bij Miles Davis en ging uit belangstelling verder terug in de tijd om de geschiedenis van de jazz te doorgronden. En Maurice Smit vergeet daarbij de toekomst niet: hij is maar wat blij als hij jonge musici hun weg ziet zoeken om bij nieuwe zaken uit te komen.

Maurice Smit: "Ik heb het altijd leuk gevonden om meerdere instrumenten te bespelen."
Maurice Smit: “Ik heb het altijd leuk gevonden om meerdere instrumenten te bespelen.”

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Met een trio met Egbert van Gruythuyzen, Ton Scheepers en ik. We zitten nu in de fase van stukken schrijven en repeteren. Ton en ik zijn de componisten. Eigenlijk speel ik tenorsaxofoon, maar er is een nieuwe en leuke ontwikkeling gaande, nu ik me aan het focussen ben op basgitaar. Ik heb het altijd leuk gevonden om meerdere instrumenten te bespelen. Als kind speelde ik piano, gitaar en basgitaar. Toen ik op mijn 22e naar het conservatorium ging, koos ik voor het eerst één instrument, de tenorsaxofoon waar ik toen al een jaar of vier op speelde. Mijn moeder speelde klassiek piano en mijn broers allerlei andere instrumenten. Tijdens de Covid-19-periode konden we niet samen komen. Blaasinstrumenten waren ook uit den boze. Daarom ben ik weer begonnen op basgitaar. Ik heb ook toetsen gespeeld, dan is basgitaar spelen niet zo moeilijk. Nu nog een mooie vorm zoeken om binnen het trio de instrumenten (piano, basgitaar, drums, red.) organisch in elkaar te laten opgaan. We kijken nu wat de beste constructie is, ook om straks opnames te gaan maken. Maar ja, mensen kopen minder cd’s, dus wat is je doelgroep?

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Voordat ik naar het conservatorium in Arnhem ging, had ik rond mijn twintigste al een eigen jazzbandje. We speelden volkomen onbevangen. We wilden van alles spelen, er mocht ook van alles misgaan. We waren heel jong en heel puur. Die enorme onbevangenheid, die zou ik willen terug halen. Maar ja, vanaf mijn achttiende werd ik super fanatiek.

Waarom doe je graag wat je doet?
Ik vind het heel mooi om zelf muziek te maken en mijn ervaringen door te geven op de middelbare school, waar ik docent ben. In bandjes zie ik een soort groepsdynamiek, waar de som der delen het mooist is. Ik vind het prachtig hoe mensen die zo verschillend zijn, functioneren binnen een groepsconcept. Hoe komen die karakters allemaal samen? Je accepteert dingen van elkaar, hoe reageert de een op de ander, welke sfeer leg je neer? Dat zijn zaken die mij enorm intrigeren. Ik ben dus niet alleen geïnteresseerd op het niveau van de docent, evenzeer in wat er op het podium gebeurt.

Maurice Smit: "Ik ben niet alleen geïnteresseerd op het niveau van de docent, evenzeer in wat er op het podium gebeurt."
Maurice Smit: “Ik ben niet alleen geïnteresseerd op het niveau van de docent, evenzeer in wat er op het podium gebeurt.”

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Mijn moeder speelde vaak klassiek piano. Zij had een hele brede interesse, naast klassiek luisterde zij bijvoorbeeld ook naar Jimi Hendrix. Dat brede luisteren is mijn voedingsbodem geworden.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Ik vind het bijzonder interessant wat er nú gebeurt. Er doemen heel veel haken en ogen op, maar ook veel nieuwe mogelijkheden. Ik ben niet wars van de ontwikkelingen die zich nu voordoen, er zijn ook veel nieuwe technische mogelijkheden.

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Naast jazz speelde en speel ik ook veel andere stijlen. Ooit was ik regelmatig invaller in een reggaebandje. Op zeker moment speelden we in Birmingham, soms op zúlke rare plekken. Dat was een heel vreemde ervaring.

Waar vind je inspiratie?
Vorig jaar tijdens de lockdown hoorde ik Jacob Collier met zijn Tiny Desk-concerten. Vond ik supergaaf. Jacob is echt iemand van deze tijd, heel jong met interessante ideeën. Die kennismaking was heel inspirerend voor mij.

Maurice Smit: "Naast jazz speelde en speel ik ook veel andere stijlen. Ooit was ik regelmatig invaller in een reggaebandje."
Maurice Smit: “Naast jazz speelde en speel ik ook veel andere stijlen. Ooit was ik regelmatig invaller in een reggaebandje.”

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik wil niet graag op de voorgrond treden. Op het conservatorium deed ik mee aan de Skymasters Trophy. Als solist moest ik met The Skymasters optreden, doodeng! Ik heb me wel staande gehouden, maar ik vond het doodeng. Raar als je saxofonist bent! Misschien vind ik de basgitaar wel zo fijn, omdat je dan een ander deel uitmaakt van een band. Een saxofoon staat nog altijd op nummer een. In een klassieke jazzbezetting speelt de sax een thema, solo en dan houdt zijn rol een beetje op. Het mooie van een basgitaar is dat je bijna continu onderdeel uitmaakt van het geheel. Je levert je bijdrage eraan. Ik speelde al basgitaar voordat ik aan saxofoon begon. Klassiek heeft bij mij de basis gelegd. Toen ik naar het conservatorium ging wilde ik me alleen maar focussen op de saxofoon. Saxofoon staat bij mij altijd nog op nummer een, maar de basgitaar is er als grote tweede bij gekomen.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
My Favorite Things van John Coltrane. Ik speelde het acht jaar geleden op tenorsaxofoon tijdens de uitvaart voor een vriend die aan kanker was overleden.

Wat neem je altijd met je mee?
Ik heb al dertig jaar dezelfde ‘set up’, met andere woorden dezelfde tenorsax met hetzelfde mondstuk. Ik kom daar altijd bij uit en heb het gevoel dat het zo het beste is.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
De klimaatverandering. Ik ben een positief ingestelde mens, maar als je ziet hoe mensen op deze problemen reageren, zullen er toch dingen moeten gebeuren.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Mensen die veel hebben meegemaakt of wie veel is aangedaan, maar desondanks positief blijven, zijn voor mij voorbeelden. Nelson Mandela bijvoorbeeld. Hij is een inspirator voor mij. In Nederland is zo iemand Rutger Bregman (schrijver van het boek De meeste mensen deugen; een nieuwe geschiedenis van de mens, red.) Hij is een grote denker. Als er meer van die mensen zouden zijn, had ik meer vertrouwen in de toekomst.

Maurice Smit: "Ik heb al dertig jaar dezelfde ‘set up’, met andere woorden dezelfde tenorsax met hetzelfde mondstuk."
Maurice Smit: “Ik heb al dertig jaar dezelfde ‘set up’, met andere woorden dezelfde tenorsax met hetzelfde mondstuk.”

Wat intrigeert je aan je instrument?
Ik houd het bij de saxofoon: dat is een belachelijk simpel instrument waar je lucht in blaast, je brengt een rietje tot trilling en je beweegt de kleppen. Door die drie elementen heb je zoveel mogelijkheden, dat je je hele lijf kunt inzetten. Het is immers basaal dat je vanuit je buik de muziek inzet.

Wat heb je geleerd van je muziek?
Het mooie van muziek is dat je het samen doet. Zij verbindt mensen, op allerlei vlakken. Zij verbindt met de luisteraar, maar ook de musici onderling. Tegelijk is muziek zó individueel, ieder heeft zijn eigen belevingswereld.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Ik had heel lang het idee dat ik naar een universiteit moest, om de diepere zin van het leven te vinden. Bijvoorbeeld door filosofie en korte tijd dacht ik ook via theologie. Dus zoeken naar wat mensen intrigeert. Maar toen kwam de muziek.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Dit heeft heel veel te maken met de mensen met wie ik speel. Als je samen speelt is een voorwaarde dat je enerzijds elkaar vertrouwt en anderzijds op zoek gaat naar de vrijheid om te experimenteren. Dat is een soort wisselwerking tussen mij en andere musici.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Ik word blij als ik goede, jonge muzikanten zie die zo gek zijn om uren op hun instrument bezig te zijn om op zoek te gaan naar voor hen nieuwe dingen. Ik ben daar hoopvol in, er zijn genoeg jonge musici die met nieuwe zaken komen. Zie ik als een zeer positieve ontwikkeling.

Maurice Smit: "Ik word blij als ik goede, jonge muzikanten zie die zo gek zijn om uren op hun instrument bezig te zijn om op zoek te gaan naar voor hen nieuwe dingen."
Maurice Smit: “Ik word blij als ik goede, jonge muzikanten zie die zo gek zijn om uren op hun instrument bezig te zijn om op zoek te gaan naar voor hen nieuwe dingen.”

Met wie werk je graag samen?
Op dit moment met Egbert van Gruythuyzen en Ton Scheepers. Samen hebben we zoveel ervaring. Het experimenteren met basgitaar en drums is heel mooi. Maar ook de groep Oostenwind is me dierbaar. Dit is een saxofoonkwartet met ritmesectie, dat is ontstaan tijdens mijn conservatoriumtijd. Oostenwind is een soort thuishaven voor me.

Welke dromen liggen nog voor je?
Met het trio nieuwe stukken schrijven en daarmee aan de slag gaan. En de band bestaanszekerheid geven.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan Ewout Dercksen. Hij gaat met een eigen trio de podia op. Hij studeerde in dezelfde tijd als ik, speelt ook saxofoon, maar schrijft ook muziek. Wij hebben een mooie uitwisseling met elkaar en krijgen daar inspiratie van.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

Previous

Oene van Geel en Tom van Dyck: frisbee-kampioenen

Next

On The Roof komt voor één keer van het dak af

Lees ook