Pianist Jack van Poll is op 4 december op 88-jarige leeftijd overleden in Antwerpen. De geboren Nederlander woonde al tientallen jaren in België, waar hij een belangrijk aandeel had in de ontwikkeling van de moderne jazz.

Jack van Poll op het jazzfestival van Grahamstown in Zuid-Afrika op 30 juni 2012. Foto Harold Gess

Het zal zo’n dertig jaar geleden zijn dat de schrijver van dit artikel een afspraak maakte met Jack van Poll voor een interview. “Kom maar naar mijn huis in Schoten”, zei hij. Dat huis bleek een kast van een villa in dat plaatsje onder de rook van Antwerpen, en het riep meteen verwondering op: kan het dat zo’n woonstee is voorbehouden aan een jazzmusicus?

Het zal – gelukkig maar! – niet de eerste vraag van het interview zijn geweest, maar hij kwam wel ter sprake toen het gesprek met Jack van Poll vorderde. De pianist reageerde er bulderend van het lachen op. “Niet met jazz verdiend”, lachte hij, “maar er wel veel in uitgegeven.” Waarmee de tweedeling van de mens Van Poll niet duidelijker had kunnen worden weergegeven.

Want Jack van Poll was niet alleen jazzmusicus. Nadat hij in 1979 uit het zakenleven was gestapt en de rest van zijn leven had kunnen vullen met rentenieren, tóen pas gaf hij zich volledig over aan zijn eerste liefde: de jazzmuziek. Die was hem weliswaar met de paplepel ingegeven, maar zakelijke beslommeringen verhinderden dat hij zijn hart en ziel al van jongs af aan aan de jazz kon schenken.

De in 1934 in Roosendaal geboren Jack groeide op in een ondernemersgezin dat de bekende drukkerij en uitgeverij De Koninklijke Grafische Van Poll bestierde. Het bedrijf bracht onder meer de West-Brabantse krant Brabants Nieuwsblad uit. Een moeder die altijd met 78-toeren jazzplaten in de weer was en het feit dat hij al op vierjarige leeftijd achter de piano kroop, dreven hem als het ware in de armen van de jazz. Door de Canadese bevrijders kwam hij als tienjarige aan het einde van de Tweede Wereldoorlog pas echt in aanraking met (Afro-Amerikaanse) jazz. Trompet en tenor- en sopraansaxofoon speelde hij ook, maar het werd de piano die hem tot aan het einde van zijn leven zijn liefde voor de jazz in noten bleef doen uitdrukken.

Er zijn er meer in de jazz die geen noot kunnen lezen, maar bij Jack van Poll werd deze omstandigheid een soort geuzendaad. Hij was er trots op, want zó, ongeletterd, kon hij zijn eigen stijl ontwikkelen. Hij speelde wat hij eerder had gehoord, voegde er intuïtieve elementen aan toe en voilá, daar was de pianist Jack van Poll. De musicus van wiens diensten anderen, – ook hele groten als Ben Webster, Clark Terry, Don Byas, Dizzy Gillespie, Johnny Griffin, Buddy DeFranco – maar wat graag gebruik maakten.

Jack van Poll. Foto archief Jack van Poll

In Roosendaal was in de tijd dat Jack van Poll opgroeide, weinig of niets te doen op het gebied van jazz. Dus week hij uit naar het nabijgelegen Antwerpen, waar in de jaren vijftig de moderne jazz van de grond kwam. Tenorsaxofonist Jack Sels, contrabassist Cel Overberghe en drummer Butch Peleman waren er zo’n beetje de grondleggers en de fijne neus van Jack van Poll deed hem als pianist in dit kwartet belanden. De vier speelden vele malen in alle toen bekende jazzclubs in Antwerpen.

Toen Jack van Poll eind jaren zeventig zijn drukkerij en uitgeverij verkocht aan VNU verkocht, had hij de handen vrij om de jazz te dienen, zowel als uitvoerder als de man die op geen franc keek om de jazz structureel te laten groeien. In de immense kelder van zijn villa in Schoten had hij een geluidsstudio ingericht, waar opnamen voor zijn platenlabel September Records in topconditie konden worden gemaakt. En daar repeteerde en oefende hij ook, op de diverse vleugels die hij er had onder gebracht. Bovendien gaf hij speelgelegenheid in zijn eigen September Jazzclub aan het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen. Er traden vooral zangeressen op: Dee Dee Bridgewater, Dee Daniels en Deborah Brown. Met Van Poll himself uiteraard achter de piano.

Jack van Poll dacht en handelde niet in kaders. Hij speelde met het grootste plezier met een oude-stijljazzorkest als The South Jazzband uit Tilburg, of nam zoals in 1972 een popnummer op. Dat werd Catchup, geïnspireerd door de toen razend populaire zanger Gilbert O’Sullivan. Catchup werd geproduced door altsaxofonist en componist Tony Vos, die enkele jaren daarvoor in het Jack van Poll Three-Oh + One had gespeeld. Die stimuleerde dat Van Poll niet zong, maar over het nummer scatte en een vrolijk fluitwijsje eraan toevoegde. Het nummer bereikte in 1972 de Tipparade. Twee jaar later probeerde Van Poll het nog eens op popgebied met Dagga-Da, maar dat verzonk vrijwel meteen in de vergetelheid.

Een jonge Jack van Poll op de hoes van de plaat ‘Hijackin’ uit 1969.

In de jaren zeventig was Jack van Poll vooral begeleider van Belgisch aankomend talent. Hij schreef muziek voor films en televisie, arrangeerde en ging later ook les geven aan de theateropleiding Herman Teirlinck in Antwerpen. Maar daar wilde hij zich vooral niet op laten voorstaan: “Ib ben vooral entertainer”, zei hij dan, al te bescheiden.

In de jaren negentig woonde en werkte hij enkele jaren in Zuid-Afrika. En altijd bleef hij zijn voorliefde voor Lionel Hampton, met wie hij – naar eigen zeggen – in 1985 een legendarische tournee had gemaakt door Amerika “en de rest van de wereld”, belijden. Én bleef hij oog houden en beschermheer zijn van steeds weer oprukkend Belgische jazzbestormers als zangeres Tutu Puoane, trompettist Bert Joris en pianist Jef Neve. De laatste nam in de Gazet van Antwerpen met veel ontroering afscheid van zijn mentor: “Jij was mijn echte jazzpapa. Warm, zonder vooroordelen, open, over-getalenteerd, ontroerend, geestig maar boven alles iemand met een gouden hart.”

RINUS VAN DER HEIJDEN

www.jackvanpoll.com

Previous

Ronald Snijders maakt van uitreiking Boy Edgarprijs een groot feest

Next

Carmen Sars trekt zichzelf de jazz in met spannende timing en mooie stem

Lees ook