Hij stond mede aan de wieg van de Tilburgse jazzscene in de jaren zeventig. Al was het niet aan de uitvoerende kant. Ook kreeg hij landelijke bekendheid toen hij persvoorlichter werd bij de NOS en jazzmuziek vanuit zijn kantoor verder promootte. Aan het leven van Jan Rensen is op dinsdag 24 augustus een einde gekomen. Hij werd 71 jaar.

Jan Rensen. Foto Eddie De Paepe

Jan Rensen is van het type dat kwam, zag en overwon. Halverwege de jaren zeventig was hij er ineens, na pakweg 1990 verdween hij plotsklaps uit de wereld van de Nederlandse jazz. In de tussentijd diende hij vooral het Tilburgse jazzmilieu en festivals die de NOS organiseerde, waarbij het Meervaart Jazz Festival in Amsterdam de kroon spande. De schrijver van dit artikel heeft een aantal jaren nauw samengewerkt met Jan Rensen en geeft daar hieronder een stapsgewijze weerslag van.

In Paradoks – voorloper van het huidige Paradox in Tilburg – woonden Jan en ik vaak concerten bij. Na één ervan raakten we aan de praat. Jan vertelde dat hij voor Jazz Press schreef en tevens de eindredactie voerde, en “dat ze daar nog wel medewerkers konden gebruiken”. Ikzelf schreef toen al voor een Duits en Belgisch jazztijdschrift. Een ‘contract’ met Jazz Press was snel geregeld: uitgever Han Schulte lijfde mij onmiddellijk in en daarmee werd ik als het ware vastgeklonken aan Jan Rensen. We woonden immers beiden in Tilburg en hielden vooral van eigentijdse geïmproviseerde muziek. Daarvoor was wel plaats in Jazz Press, volgens de uitgever.

Schulte, die het Jazz Documentatie Centrum in Almelo oprichtte en in stand hield, zag een eigen tijdschrift wel zitten. Hij zette onder de naam Jazz Press het legendarische Jazzwereld voort. Daarmee begon hij in 1975, drie jaar later was de pijp leeg en deelde hij Jan Rensen mee dat hij ermee stopte. Waarop Jan, wederom in Paradoks op een avond die gezegend was met veel oude jenever en zoute pinda’s, mij polste of wij Jazz Press samen niet konden voortzetten. We pakten nog een borrel en nog een en besloten toen: laten we ’t doen.

We namen Jazz Press over van Han Schulte met zo’n achthonderd betalende abonnees. De meesten gingen mee over naar het nieuwe tijdschrift, dat Jan en ik doopten als Jazz Nu, tijdschrift voor actuele geïmproviseerde muziek. De naam kwam van mij, de toevoeging van Jan. “Want”, zo doceerde hij tijdens de voorbereidingen en aanloop voor het nieuwe periodiek, “we gaan een revolutie ontketenen en ons alleen nog maar richten op free jazz.” In 1978 had dat misschien nog net gekund, maar dan had de vijfkoppige redactie onder wie Jan en ikzelf, het anders moeten aanpakken.

Jan Rensen had in die dagen al de nodige bekendheid verworven in Tilburg en ook daarbuiten. Daar waren zijn postuur en houding zeker debet aan. Jan was een bijna twee meter lange reus, in wiens corpus de zwaarlijvigheid zich al voorzichtig aandiende. Hij beschikte over een zware basstem, die in gezelschap alles en iedereen overstemde. Bovendien was hij toegerust met een robuuste eigen mening, die geen tegenstand duldde en nogal eens was gebaseerd op bluf. Waar zijn geheugen hem in de steek liet, beriep hij zich op zelfbedachte hypotheses en stellingen die uitermate overtuigend klonken, maar in een aantal gevallen zeker niet waterdicht bleken.

Jan Rensen in zijn functie als wethouder in Hilversum. Foto Bastiaan Miché

Jan Rensen, die op 13 maart 1950 in Eindhoven werd geboren, ging in 1972 in Tilburg aan een streekschool aan de slag als leraar en groepsbegeleider. In 1975 zette hij zijn carrière voort als muziekdocent in het voortgezet onderwijs. Daarnaast groef hij zich in in de toen net opkomende Tilburgse School, die vorm kreeg nadat Groep Ohm in 1973 het concours van het Jazzfestival Laren won. Jan trok direct op met de bandleden Niko Langenhuijsen en Willem Kühne en maakte mee hoe de workshops die de eerste ging geven, nu bekende musici als altaxofonist Paul van Kemenade, trombonist Hans Sparla en trompettist Toon de Gouw voortbrachten. Hij ging er meteen over schrijven. Onder meer in het plaatselijke Nieuwsblad van het Zuiden. Ook ging Jan vanaf dat jaar concerten en festivals in Tilburg organiseren en richtte hij tournees in voor Nederlandse en Britse musici, onder wie alt- en sopraansaxofonist Trevor Watts en sopraansaxofonist Lol Coxhill.

Toen op 1 oktober 1978 in het Bimhuis in Amsterdam het eerste nummer van Jazz Nu werd gepresenteerd, konden Jan noch ik voorzien dat het nieuwe tijdschrift een kort leven beschoren zou zijn in Tilburg. We hadden de taken verdeeld: Jan zorgde voor opmaak en lay-out, ik bekommerde me om de tekstuele kant. Dat betekende dat ik elk nummer van Jazz Nu op een elektrische Olivetti-schrijfmachine uittikte, waarna Jan de kolommen boven een lichtbak in de pagina’s plakte en de bijbehorende foto’s een plaats gaf. Bovendien zorgden we beiden voor ‘levering’ van artikelen in de vorm van concert- en lp-recensies en interviews.

Aanvankelijk verliep alles op rolletjes. We frequenteerden nog altijd Paradoks, waarna het steeds vaker voorkwam dat de ochtendstond geen goud meer in de mond had. Jan ging vaak ’s nachts werken en daar vloeide uit voort, dat wanneer we onze maandelijkse gang naar de drukker in Baarle-Nassau moesten maken, we de nachten daarvoor, tot vier, vijf uur ’s nachts doorwerkten. Om dan op de dag van de deadline om zeven uur in de ochtend met de auto naar Baarle-Nassau af te reizen. De mokken koffie waarop Jan dan teerde en waarvan de inhoud rijkelijk over de randen klotste, zijn niet te tellen. De vlekken in de autobekleding evenmin.

De samenwerking tussen Jan en mij verliep steeds moeizamer. Pogingen om in vriendschap met elkaar om te gaan, kregen pas enig reliëf als de alcohol boven NAP dobberde. En bleken telkens van korte duur. De suprematie die Jan zich aanmat resulteerde in zijn houding naar de buitenwacht als hoofdredacteur, terwijl wij vanaf het begin hadden afgesproken dat wij beiden op gelijke voet Jazz Nu naar de zevende hemel van de jazz zouden tillen. De situatie riep steeds meer spanningen op. De neergang van de Tilburgse periode van Jazz Nu zette echter in toen Jan aankondigde zijn baan in het onderwijs op te geven om zijn ziel en zaligheid voortaan in ‘ons’ tijdschrift te stoppen. Daar was geld voor nodig, maar dat was er niet. Reden waarom het tijdschrift op de rand van een faillissement na bijna twee jaar naar Amsterdam verhuisde. Jazz Nu maakte nog een periode door in Groningen, waarna het in de handen kwam van een commerciële uitgever. Jaren later ging het op in het periodiek Jazz, nog later in Jazzism. Ondergetekende en schrijver van dit artikel tilde in april 2015 het oude Jazz Nu onder de naam JazzNu uit de vergetelheid als digitaal tijdschrift.

Kort na zijn uittreden bij Jazz Nu vertrok Jan Rensen met zijn gezin naar Hilversum. Want daar had hij een baan gevonden bij de NOS, als persvoorlichter. In die hoedanigheid was hij mede-organisator van het Meervaart Jazz Festival in Amsterdam, waar hij de aanwezige persmensen danig in de watten legde. Een drie meter hoge koelkast, gevuld met allerlei alcoholische versnaperingen en volop hapjes en exquise lekkernijen, zijn legendarisch geworden.

Intussen was Jan Rensen ook nog jazzmedewerker van de dagbladen Utrechts Nieuwsblad en Gooi- en Eemlander, werkte hij als pr-man voor Marlboro en als programmamaker voor de Concertzender. Zijn cv is eindeloos. Hij bleef tot 1989 werken voor de NOS.

Jan Rensen (links), redacteur Gijs Tra en Rinus van der Heijden presenteren op 1 oktober 1978 in het Bimhuis in Amsterdam het papieren tijdschrift Jazz Nu. Dit is de voorloper van het huidige digitale JazzNu. Foto Ernest Potters

Wellicht zijn de drie cd’s die hij in 1989 en 1990 op zijn eigen label Zon en Maan uitbracht, zijn laatste drie wezenlijke bijdragen aan de Nederlandse jazz. Nadien werkte hij in allerlei hoedanigheden als journalist, schrijver, columnist en adviseur voor de meest uiteenlopende media, met als een van de opvallende ijkpunten als medewerker aan het Libelle Internet Handboek. Zestien jaar lang had hij bovendien zijn eigen communicatie-adviesbureau JRC en JRC Art Marketing.

Jan Rensen, die al in zijn Tilburgse periode – naast voetbal en wielrennen – een grote passie aan de dag legde voor de Partij van de Arbeid, begon in 2002 in Hilversum aan een tweede loopbaan, nu als politicus. In dat jaar werd hij gemeenteraadslid voor de PvdA in Hilversum, om van april 2006 tot mei 2016 voor twee raadsperiodes als wethouder van Economische Zaken, Media, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en anderszins op te treden. In 2016 zaten zijn twee periodes als wethouder er op en ging hij met pensioen.

Hij bleef echter actief, wel op een lager pitje, ook omdat hij leed aan hartritmestoornissen. Hij bleef schrijven, onder meer voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het vakmedia-platform Spreekbuis.

En nu is deze dienaar van de jazz overleden. Volgens zijn jongste dochter Hanna overleed hij op 24 augustus aan ‘een ongeval in huis’. Meer wil de familie niet kwijt over de doodsoorzaak. Jan laat de dochters Hanna en Sara en zoon Thomas achter. Op maandag 30 augustus wordt zijn lichaam gecremeerd. De daaraan gekoppelde afscheidsdienst is alleen voor genodigden. Zaterdag 28 augustus is er van 14.15-15.15 uur voor eenieder gelegenheid afscheid te nemen van Jan bij Uitvaartcentrum Den Hull, Utrechtseweg 11 in Hilversum.

RINUS VAN DER HEIJDEN

Previous

Muziek in Amsterdam van bijna 25 vierkante meter

Next

Toptrio schildert met adembenemende klanken

1 comment

  1. Prachtig verhaal, Rinus, over niet een maar nu al twee legendarische jazzjournalisten.

Comments are closed.

Lees ook