Interviews

Heikko Remmel wil elk concert opnieuw uitvinden

De 22-jarige Estlandse in Helsinki wonende en studerende contrabassist Heikko Remmel timmert al een tijdje aan de weg, onder andere in het trio van zijn broer, pianist Joel Remmel. Maar ook in het vroege-muziekensemble Vox Clamantis uit Estland, waarmee hij vorig jaar de cd ‘The Deer’s Cry’ met muziek van Arvo Pärt uitbracht, opgenomen in 2013 en 2014. Eric Ineke was afgelopen najaar in Finland en speelde daar met Remmel. Hij tipte er de redactie van JazzNu over. Voldoende reden Heikko Remmel uit te nodigen voor een interview. Plaats van handeling is grand café De Jaren aan de Nieuwe Doelenstraat in Amsterdam.

Heikko-Remmel- Heikko Remmel wil elk concert opnieuw uitvinden
Heikko Remmel. Foto collectie Heikko Remmel

De Nederlandse slagwerker Eric Ineke bracht me op jouw spoor. Hij was enthousiast over een optreden dat hij met jou in Finland heeft gehad.
Ik kom uit Estland, maar ik studeer in Helsinki aan de Sibelius Academy, afgekort Siba. Deze school heeft uitstekende internationale connecties. Door Siba heb ik de kans om te spelen met mensen als Eric. Het was een wederzijds genoegen om samen te spelen. Ik ontmoette hem per toeval. Hij was als gastdocent in Helsinki en ik trad op met een groep. Een van de bandleden nodigde hem uit om met ons mee te spelen en dat was een bijzondere ervaring. Een paar weken geleden speelden we nogmaals, in een kleinere stad met een andere groep. Wederom een heerlijk optreden.

Internationale connecties brengen je nog eens ergens. Ik was van plan je telefonisch te interviewen, maar nu je in Amsterdam bent, kunnen we elkaar vis-a-vis spreken.
Mijn verblijf in Amsterdam berust op toeval. Ik ben hier momenteel voor mijn vakantie. Ik heb nu geen optredens en speelde hier nooit, maar ik ken wel verschillende muzikanten die hier wonen. Bij een van hen logeer ik nu.

Ik zou willen beginnen met een korte biografie. Je bent in 1994 in Estland geboren en je vader is een gerenommeerde jazzbassist.
Klopt. Ik luister al 22 jaar naar jazzmuziek. Mijn vader oefende urenlang als ik thuis was en hij luisterde de rest van de tijd naar jazzplaten. Mijn hele familie zit in de muziek. Mijn moeder is violiste, mijn oudere broer is jazzpianist. Op mijn zevende begon ik met viool spelen. Klassiek. Ik haatte het en weigerde om muzikant te worden, omdat ik me niet verbonden met het instrument. Ik wilde stoppen met muziek, maar mijn moeder haalde me over om een ​​ander instrument te proberen. Dat werd de contrabas. Op het moment dat ik het instrument in mijn handen hield was ik verkocht. Vanaf dat moment besloot ik les te gaan volgen. Toen begon ik klassieke contrabas te studeren bij dezelfde leraar als mijn vader.

Max-Zenger-Quintet Heikko Remmel wil elk concert opnieuw uitvinden
Een nieuw kwintet waarin Remmel meespeelt. V.l.n.r. Heikko Remmel op contrabas, Mikael Myrskog op toetsen, Max Zenger op tenorsaxofoon, Anssi Tikkonen op drums en Kasperi Sarikoski op trombone. Foto collectie Heikko Remmel

Je docent was dus niet je vader?
Nee, hoewel mijn vader docent was in Tallinn, de stad waar we woonden, leek het me onverstandig dat ik les bij hem ging volgen. De leerling-leraarrelatie leek me slecht te combineren met de vader-zoonrelatie. Het eerste jaar na mijn middelbare school deed ik uitsluitend aan zelfstudie. Vervolgens ben ik begonnen met een jazzopleiding aan de Estonian Music Academy. Na anderhalf jaar ben ik overgestapt naar de Sibelius Academy in Helsinki. Daar ben ik inmiddels met mijn tweede jaar bezig.

Mooi. Een nieuwe omgeving waar je nieuwe muziekstudenten en muzikanten ontmoet.
Jazeker. De jazzafdeling is erg klein, maar het lukt Siba telkens om verschillende internationale kunstenaars aan te trekken om twee weken te doceren en op te treden met de studenten. Zoals laatst pianist Aaron Goldberg en de drummers Jeff ‘Tain’ Watts en Billy Hart. Het hoofd van onze afdeling is Jukkis Uotila. Hij richtte de jazzafdeling op en heeft veel internationale connecties. Hij heeft in New York gewoond en hij werkte er samen met grote artiesten, zoals Randy Brecker.

Uotila haalt jazz naar Helsinki. Hoe gaat het met je eigen internationale optredens?
Vorig jaar heb ik vooral in de Baltische staten gespeeld. Ik deed een tournee door Zweden en Rusland met het trio van mijn broer Joel, en ik speelde op enkele festivals in Scandinavië en Duitsland. In Estland heerst een gezond jazzklimaat, maar het is onmogelijk om van jazzmuziek rond te komen. In Finland is het nog lastiger omdat het land groter is en er meer muzikanten wonen. In Estland hebben we een jazzfederatie die elke week concerten organiseert op verschillende plaatsen in het land. Er zijn voldoende mogelijkheden om podiumervaring op te doen. Er zijn jaarlijks minstens tien jazzfestivals in Estland. Dat is toch redelijk veel voor zo’n klein land.

Je hebt dus voldoende gelegenheid om op te treden.
Ja, en dat is belangrijk. Jazz gaat om communicatie. Muziek ontwikkelt zich vooral buiten de collegezalen. Het is voor de ontwikkeling van de muziek noodzakelijk dat muzikanten met collega’s spelen. En de interactie met het publiek telt uiteraard ook mee.

Laten we praten over je muziek. Je houdt van de klassieke jazz, de standards.
Ik heb het gevoel dat het nu voor mij belangrijk is dat ik de traditionele aanpak onder de knie krijg. Ik luister dus veel naar de oude meesters en de standards. Toen ik nog in Estland studeerde, probeerde ik van alles uit, maar ik kon me onvoldoende op mijn ontwikkeling concentreren. Mijn huidige opleiding in Helsinki hecht veel waarde aan de traditionele benadering. Ik heb van vrienden gehoord dat er aan het conservatorium van Amsterdam een zelfde aanpak wordt gehanteerd. Het is voor mijn ontwikkeling als jazzmuzikant van belang dat ik bij het begin begin. De rest volgt vanzelf. Ik luister nu dus vooral naar de jazz van de grondleggers. Ik houd van de muziek uit de glorietijd van de jazz. Wat zou het mooi zijn geweest als ik in de jaren vijftig had geleefd. Helaas kan ik daar nu slechts van dromen.

Heikko-Remmel Heikko Remmel wil elk concert opnieuw uitvinden
Heikko Remmel. Foto collectie Heikko Remmel

De gouden jaren van de jazz. Waar luister je zoal naar?
Laten we beginnen met de bassisten. Ik luister naar Ray Brown, Paul Chambers en Ron Carter. Maar ik luister ook graag naar Miles Davis en Charlie Parker. Verder ben ik vooral bezig met muziek uit het hardbop-tijdperk. Mensen als Cannonball Adderley en Hank Mobley hadden altijd geweldige ritmesecties. Paul Chambers speelde met iedereen in de jaren vijftig. Ron Carter heeft meegewerkt aan inmiddels meer dan tweeduizend plaatopnamen. Paul Chambers stierf vrij jong, anders zou hij Ron Carter hebben ingehaald. De laatste tijd heb ik veel geluisterd naar Stanley Turrentine. En er is nog zoveel meer, maar hoe meer namen ik noem, hoe meer namen ik vergeet.

Focus is belangrijk. Je speelt veel concerten en je jamt regelmatig met je broer Joel. Word je dan niet uitgedaagd om minder traditionele paden te betreden?
Zelfs als ik met mijn broer jam doe ik dat in de jazztraditie. We kiezen een of twee standards en we gaan er vervolgens mee aan de haal. Ik hou van jammen. Ik speel elke dag. Het kan me niet schelen of dat tijdens een optreden is of in een jamsessie.

En welk instrument speel je dan? Je speelt zowel contrabas als basgitaar.
Ik speel ze beide, maar ik richt me vooral op de contrabas. Mijn vader heeft ook altijd contrabas gespeeld. Het voelt natuurlijker voor me. Ik weet niet waarom.

Je bent lekker bezig. Wat kunnen we binnenkort van je verwachten?
Ik ga optreden met een aantal nieuwe bands in Finland waarmee ik tot nog toe niet op het podium heb gestaan. We hebben onlangs voor het eerst gespeeld en zijn nu verschillende dingen aan het uitproberen. Ik ga binnenkort met beide bands een album opnemen.

Twee albums! Een eerste poging om Ron Carter en Paul Chambers naar de kroon te steken?
Een album is de enige manier om je in de muziekindustrie duurzaam te presenteren. Je kunt zoveel optreden als je wil. Je speelt een avond en dan is het weg. Je moet elk optreden opnieuw uitvinden. Het is niet zoals een schilderij. Dat is er altijd als je er naar kijkt. Of een boek. Maar muziek is anders. Je schrijft een melodie, je speelt het een keer en dat is het dan.

Je schrijft zelf ook composities?
Ja. Maar ik componeer niet voor mezelf, maar voor het trio van mijn broer. Je kunt mijn stukken vinden op zijn albums. Ik ben niet zo actief als componist. Ik zie mezelf vooral als begeleider. Ik hou van de rol van de bas in de muziek. Ik wil geen bandleider zijn. Gewoon op de achtergrond zijn en ervoor zorgen dat de andere mensen in de groep goed klinken. Ik heb het gevoel dat ik voor die taak geboren ben. Ik speel graag met verschillende muzikanten en ben altijd op zoek naar de wijze waarop ik ze optimaal kan laten klinken. De beste bassisten zijn het minst opvallend. Als een bassist opvalt, klinkt hij te luid of er is iets anders mis.

Joel-Remmel-Trio Heikko Remmel wil elk concert opnieuw uitvinden
Remmels trio met Heikko Remmel op contrabas, Aleksandra Kremenetski op slagwerk en Joel Remmel op toetsen. Foto collectie Heikko Remmel

Daarnaast lijkt me voor een bassist een goede samenwerking met de drummer van groot belang.
Ja, maar dat hangt ervan af. Bij sommige drummers heb ik het meteen. Ik weet niet of het te maken heeft met mijn smaak of mijn achtergrond. Sommige drummers voelen meteen goed, met anderen kost het meer tijd. Voor mij geldt dat als het slagwerk echt solide is, het niet mis kan gaan. Zo was het bijvoorbeeld met Eric Ineke. Hij speelde geweldig en we hadden meteen contact. Voor de bassist is de drummer de belangrijkste kompaan in de band. Ze vormen samen een eenheid en streven hetzelfde doel na. Daarom moeten ze goed op elkaar aansluiten. En als dat niet het geval is klinkt ook de rest van de groep niet goed.

Je hebt dus slagwerk nodig om goed te kunnen klinken?
Ik doe wel eens duo-optredens met pianisten of saxofonisten. Maar het blijft bij concerten. Ik kan prima zonder slagwerk spelen, maar mijn composities schrijf ik met de drummer in gedachten. Ik voel me prettiger, comfortabeler met een drummer. En bovendien vind ik dat zelf ook prettiger om naar te luisteren.

 

Het wordt rumoerig in het grand café. Het is lunchtijd. Tijd om te vertrekken. Heikko Remmel wil het centrum van Amsterdam nog even in. We wandelen over het Rokin en spreken over Tallinn. Voordat we ieder ons weegs gaan wijs ik hem nog even de weg naar de dichtstbijzijnde coffeeshop.

ROBIN ARENDS

 

Vorig Artikel

Magnifiek eerbetoon aan Willem Breuker Kollektief

Volgend Artikel

Plastic adem van Filippo Vignato is solide edelmetaal

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *