Achtergronduitgelicht

Lichtpuntje voor musici van jazz en wereldmuziek

Het heden ziet er voor vrijwel iedere jazzmusicus op zijn zachtst gezegd somber uit. En naar het zich laat aanzien brengt de nabije toekomst weinig verlichting. Hoe mooi is het dan dat er toch enig licht gloort aan de horizon. Want in januari gaat het Nationaal Podiumplan van start. Een initiatief waarin 150.000 euro valt te verdelen voor musici uit de jazz- en wereldmuzieksector.

Illustratie Gemma Kessels

Het Nationaal Podiumplan (NPP), ingericht door mensen ‘uit het veld’ – waarover verderop meer – komt er grofweg op neer dat het is bestemd voor musici uit de jazz en wereldmuziek die buiten het gangbare subsidiestelsel vallen. Als zij een beroep doen op het NPP subsidieert dat een optreden met 130 euro per musicus. Het podium waar hij of zij optreedt, vergoedt daarbij minimaal 132 euro, zodat iedere musicus ongeveer 265 euro per optreden krijgt betaald.

De bedoeling is dat musici uit het niet gesubsidieerde circuit gebruik maken van het NPP. Het concert dat zij verzorgen moet openbaar zijn, het podium moet entree heffen, het mag niet gesubsidieerd worden en het moet aan de formatie minimaal 132 euro per persoon betalen. De groep zelf moet in elk geval twaalf maanden bestaan en in het anderhalf jaar ervoor zes concerten (of meer) met betalende bezoekers hebben gegeven. Ook moeten de  formaties in Nederland gevestigd zijn en mogen ze geen structurele subsidie ontvangen. Musici mogen met hun groep maximaal twintig keer per jaar gebruik maken van de NPP-regeling. Wie aan de eisen voldoet, krijgt per muzikant een bedrag van minimaal 132 euro uitgekeerd voor het optreden, met een maximum van 750 euro.

Initiatiefnemers van het Nationaal Podiumplan zijn de tenorsaxofonisten Alexander Beets (tevens bestuurslid bij Stichting JazzNL en commissielid van het Sena CD Productiefonds) en Ben van den Dungen, alsmede cultureel ondernemer en gitarist Oscar van der Pluijm en Anita Verheggen namens Sena Performers lid van de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (Ntb). Voor dit artikel is Ben van den Dungen de woordvoerder. Hij heeft een uitgesproken visie op de manier waarop in Nederland al jaren subsidies worden toegekend en uitgekeerd.

“De situatie nu: een gezelschap, persoon of organisatie dient bij het Fonds Podiumkunsten (FPK) een aanvraag in met een plan”, legt Ben van den Dungen uit. “Dit wordt vervolgens beoordeeld door een commissie die het plan goed- of afkeurt. Het verdelingssysteem van de cultuurgelden is in de kern gebaseerd op exclusie en sluit zodoende een groot deel van de makers uit. En daarmee een evenredig deel van een publiek. Het verdeelt namelijk algemene gelden op basis van de mening van een klein groepje mensen. Het beoordelen van de aanvragen gebeurt niet volgens vast omschreven criteria die voor iedereen hetzelfde zijn. Er zijn namelijk geen vaste criteria. Wel wordt de indruk gewekt dat die er zijn, zoals de eisen rond artistieke inhoudelijkheid, de zakelijke kant van het plan, pluriformiteit, regionale spreiding, publiekswerving e.d. Maar binnen deze criteria staat er niets vast. Nergens zijn de precieze eisen en de toetsing daarvan te vinden. Het zijn in feite dus schijncriteria.”

 

Wat het verschil uitmaakt tussen voldoende  
en ruim voldoende is compleet onduidelijk

 

“De commissieleden geven uiteindelijk een beoordeling per criterium. Maar wat bijvoorbeeld het verschil uitmaakt tussen voldoende en ruim voldoende is compleet onduidelijk. Als zonder duidelijk vormgegeven richtlijnen, eisen en voorwaarden de artistieke inhoudelijkheid van de ingediende plannen bepaald moet worden,  zijn deze per definitie multi-interpretabel en is de toetsing louter en alleen gebaseerd op persoonlijke smaak, mening en willekeur. Als kunst al beoordeeld zou moeten worden, dan wil je toch dat de kansen en de mogelijkheden gelijk zijn voor iedereen. Doe je dat niet dan sluit je bij voorbaat mensen uit en dat doet een hoop kwaad. Waarbij het culturele ecosysteem waar we met zijn allen in zouden moeten kunnen werken en leven, enorme schade oploopt.”

Ben van den Dungen schetst de situatie die zich voordoet door het bovenstaande. “De ene maker heeft een hogere kwaliteit dan de andere en is daardoor in de ogen van de adviescommissie veel belangrijker. Dat selecte groepje bepaalt wie dan die ene maker is. Zo’n commissie bestaat niet uit  hele speciale mensen met een soort van superkennis over de cultuur, het zijn gewone mensen met een mening zoals u en ik. De subsidieaanvragers waarbij het advies negatief is uitgevallen worden buitengesloten en horen er niet meer bij. Exorbitant hoge bedragen voor de ene maker en helemaal niks voor de andere is daarvan het resultaat. Vergeet niet dat alle verliezers binnen de toewijzingen een net zo groot publiek hebben als de musici die wel worden gehonoreerd. De ‘verliezers’ betalen ook mee maar worden nooit meegenomen in deze gedachte. Is dat wel iets van deze tijd?”

Ben van den Dungen. Foto Tom Beetz

“Niemand binnen dit bestuurs- en adviesorgaan schijnt te bemerken dat het verdelingssysteem van de culturele gelden onrechtvaardig is en niet in een samenleving hoort die propageert inclusief te zijn. We vinden het kennelijk maar de normaalste zaak van de wereld dat je iemand binnen de verdeling van de subsidiegelden bevooroordeelt op basis van een mening. Zo’n beleid zou bij huidskleur of geloof echter tot grote verontwaardiging leiden.”

Ben van den Dungen wijst erop dat in deze coronacrisis het erop of eronder is voor veel culturele organisaties, gezelschappen en podiumkunstenaars. “Mocht je in de prijzen zijn gevallen (in juni werd het Kunstenplan 2021-2024 door de landelijke overheid vastgesteld, rvdh) kom je de komende vier jaar wel de winter door, maar voor het overgrote deel valt het spreekwoordelijke doek”, zo zegt hij. “Met de extra gelden voor de cultuur moeten we het maar doen. Nog eens vijftien miljoen erbij voor een klein groepje mensen dat we nog over de streep trekken en we hebben gedaan wat we konden als overheid, minister, Raad van Cultuur en het Fonds van de Podiumkunsten.”

Het Nationaal Podiumplan is uiteraard maar een druppel op een gloeiende plaat. Maar het is een initiatief dat zeker levensvatbaar is. Anita Verheggen van Sena Performers zegt dat dit instituut zich in principe voor drie jaar heeft verbonden aan het NPP. “Sena Performers maakt zich zorgen om de kaalslag in het jazz/worldpodiumcircuit en het verlies van werkgelegenheid voor de musici. Sena Performers ziet het NPP als een goede manier om dat circuit van onderop weer op te bouwen waarbij een sleutelrol is weggelegd voor de musici zelf.”

 

Musici worden niet op de nek gezeten

 

Musici worden niet op de nek gezeten. Als zij aan de voorwaarden van het NPP voldoen is dat genoeg. Ben van den Dungen stelt dat die transparant zijn. Er is nauwelijks overhead bij het project, omdat de aanvraag per computer gedaan wordt. Dat houdt in dat niemand van bovenaf kan bepalen of een aanvraag wel of niet gehonoreerd wordt. Iedereen heeft gelijke kansen. Musici kunnen ook zelf initiatief tonen door een kleinschalig podium of  muziekliefhebbers te benaderen met de vraag om een concert te organiseren.

De initiatiefnemers hopen dat musici door het NPP op nieuwe speelplekken terecht komen. Zij denken daarbij aan kerken, verbouwde stallen, parkeergarages of huiskamers. In deze tijden van nood organiseren liefhebbers immers al op allerlei plekken in Nederland concerten. Die vallen uiteraard onder geen enkel subsidiestelsel. Het Nationaal Podiumplan kan hierbij de spreekwoordelijke redder in de nood zijn.

RINUS VAN DER HEIJDEN

Previous post

Luistergenot bij opera ‘Hildegard’ van Steven Kamperman

Next post

Zelfkastijding

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *