Nico Chientaroli (rondetijd 6.22,55)
Velen zullen nog nooit van zijn naam hebben gehoord, maar pianist/syntheziserspeler Nico Chientaroli is een overijverige beoefenaar van vrij geïmproviseerde muziek. In 2013 kwam hij vanuit Argentinië in Nederland aan, waar hij zich vrijwel onmiddellijk aansloot bij het vrije Amsterdamse improvisatiemilieu. Inmiddels maakt hij deel uit van drie trio’s, speelt Afrikaanse en latin-jazz, maar treedt ook solo op. Vrije improvisatie roept echter zijn hartstochten op. Al in zijn geboorteland trok deze muziekstijl hem aan, zeker toen zijn leraar Enrique Norris hem kennis liet maken met het werk van Misha Mengelberg. Maar niet alleen jazz inspireerde Nico Chientaroli, ook rock, funk en vooral reggae trokken aan hem voorbij. En als je het dan over inspiratie hebt, wil hij ook de namen van Ravel, Debussy en Chopin genoemd hebben. En wat te denken van Jimi Hendrix en Led Zeppelin. Wat u zegt: een absoluut vrije vogel, die Nico.
Waar ben je op dit moment mee bezig?
In elk geval met drie eigen projecten, alle in de vorm van trio’s. Het eerste wordt gevormd met drummer Onno Govaert en contrabassist Omer Govreen. We spelen free jazz met eigen stukken en van Ornette Coleman. Het tweede trio met de naam Muchmo wordt gevormd door Nora Mulder op geprepareerde piano, Johanna Monk op saxofoon, klarinet en met zang. Wij spelen totaal vrije improvisatie, op zoek naar een speciaal geluid, dat vooral wordt gevormd door Johanna’s stem en de geprepareerde piano van Nora. Hier speel ik alleen synthesizer en houden Johanna en ik ons ook bezig met spoken words. En het derde trio, Migrant Mountains is er een met rietblazer Michael Moore en contrabassist Uldis Vitols. Ook hier is weer sprake van totaal geïmproviseerde muziek, waar ik vaker piano speel, vanwege een meer harmonische klank. Ik speel ook nog bij anderen. Zoals in Full Sun bij Ziv Taubenfeld. Dit is een groot orkest met vaak allerlei gasten. Ook speel ik andere stijlen, zoals Afrikaans en latin in Conjunto Papa Upa. Maar over het algemeen houd ik me het meeste bezig met vrije improvisaties.
Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Een concert met Michael Moore en Gerry Hemingway tijdens het festival Jazzatelier in Ulrichsberg. Gerry is al van jongsaf aan een van mijn favoriete drummers. Na vele jaren kreeg ik de kans om met hem te spelen. En een andere dierbare herinnering is die aan Enrique Norris, een leraar in Argentinië. Hij is inmiddels overleden. Hij speelde cornet en piano. Enrique was een speciaal persoon, niet alleen voor mij maar voor veel musici in Argentinië. Ik hield altijd al van jazz. maar wilde er meer over weten. In Argentinië is het niet zo gemakkelijk om achter andere kunstvormen te komen. Enrique was de eerste die me met pianisten kennis liet maken die ik niet kende, zoals Misha Mengelberg. Hij was echt iemand die de regels wilde breken, door vrije jazz uit Europa te laten horen. Enrique is altijd nog zó aanwezig. Ik kwam via Enrique in 2013 in deze super interessante Nederlandse vrije scene terecht.
Waarom doe je graag wat je doet?
Vrije-impromusici vragen zichzelf dat altijd af. In deze muziekstijl zit iets dat ik móet blijven volgen en dat is het gevoel van vrijheid. Ik voel me zó vrij om me op deze manier te kunnen uitdrukken. Naar Charly García (rockgitarist en zanger, bepalend voor de rockmuziek in Argentinië, rvdh) luister ik al sinds ik kind was. Hij is erg rebels en vrij. Bij elk concert klinkt hij anders, speelt zeker zijn platen niet na. Dat compleet vrije van hem trok me al snel aan. Dat vind ik nu terug in vrije impromuziek.
Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Op mijn negentiende. Jazz kende ik al wel, maar op die leeftijd diende de passie zich aan. Vóór Enrique Norris had ik wat lessen van een andere leraar. In die tijd kende ik jazz slechts van platen van mijn moeder en haar vader, mijn opa. Ik hield daar echt van, maar het was heel oude jazz. Toen ik Enrique ontmoette, kwam ik in aanraking met Miles Davis en Thelonious Monk en ging ik naar het conservatorium.
Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
De jaren zestig en zeventig toen de free jazz van de grond kwam en andere ontwikkelingen zich aandienden. De rock-, funk- en reggaegroepen uit die tijd inspireerden mij het meest. En Ornette Coleman heeft toen zo’n grote verandering teweeg gebracht dat velen door hem zijn geïnspireerd. En John Coltrane natuurlijk, die nieuwe werelden opende.
Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Toen ik vijftien jaar was, drumde ik in een heavy-metalband. Ik zat in het midden van een hoog podium, aan de achterste rand. Ik speelde super hard en viel daarbij anderhalve meter naar beneden. Maar ik stond op, pakte de stoel, klom op het podium en speelde verder.
Waar vind je inspiratie?
In de eerste plaats bij mijn partner Ada en onze negenjarige zoon. En bij vrienden. We spreken dan over de schoonheid van het leven. Veel van mijn intieme vrienden wonen ver weg en zijn geen musicus. Ik móet vrienden hebben, zij zijn zo belangrijk in mijn leven. Uit al die ontmoetingen krijg ik inspiratie. Én van de muziek. Charly García was super belangrijk in mijn kindertijd, maar ook rockgroepen als Led Zeppelin. Jimi Hendrix en reggae zijn heel inspirerend. In Argentinië heb ik live veel reggaegroepen gezien. Maar ik noem ook de namen van Paul Bley, Thelonious Monk, Alexander von Schlippenbach, Misha Mengelberg, Ornette Coleman en Don Cherry.
Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik moest eens spelen in een enorme zaal in Buenos Aires. Het ging om een superproductie, maar er ging iets mis in de voorbereiding. Wat we moesten spelen, besloeg wel honderden pagina’s bladmuziek. Ik zat aan de toetsen. Kwam pas aan de beurt na twintig maten, speelde één maat en moest dan weer 64 maten wachten. En dat zonder repetitie. Ik wist meteen dat ik onder die condities nooit meer aan een dergelijke superproductie zou meedoen.
Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
The Topography of the Lungs met onder andere Derek Bailey, Han Bennink en Evan Parker. Dat is voor mij het allerhoogste wat je kunt beluisteren. Deze plaat is zo verbazingwekkend. Een andere plaat met veel betekenis is Parte de la Religión van Charly García, is zo belangrijk voor mij geweest. En nóg een: Money Jungle met Duke Ellington, Max Roach en Charles Mingus.
Wat neem je altijd met je mee?
Mijn thermoskan met heet water, verse theeblaadjes en een beker. Dat is een vast gebruik in Argentinië. En de huissleutels. En sigaretten, al zeg ik dat liever niet…
Welke actualiteit heeft je aandacht?
De politieke situatie in Argentinië houdt me heel erg bezig. Dat komt omdat ik er ver van verwijderd ben. Het is net of het dan meer resoneert. Er heerst een president die ik niet wil. Het is pijnlijk om te zien hoe het volk kiest voor zo’n man. Natuurlijk houden ook de verschillende oorlogen die er woeden, me bezig. Ik heb veel contact met Israëlische musici, zoals Omer Govreen en Ziv Taubenfeld met wie ik regelmatig speel. Dan zie ik hoe ze lijden. Ik hang dan wel geen vlaggen op, maar kan niet begrijpen hoe wij mensen na zoveel jaren niets hebben geleerd van de geschiedenis.
Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Op de allereerste plaats ben ik een grote liefhebber van Maurice Ravel. Ook van Claude Debussy en Frédéric Chopin. Maar ook van The Beatles, omdat zij altijd naar nieuwe dingen op zoek waren. Dat ben ik ook.
Wat intrigeert je aan je instrument?
Al sinds ik heel jong was, heb ik een diepe bewondering voor de piano. En ook wel voor de gitaar. Wij hadden een gitaar in huis, ik speelde er wel eens op, maar de piano trok me toch het meest. Elk instrument heeft een complex systeem, maar de machine die piano heet is voor mij zo verbazingwekkend door alle mogelijkheden die hij biedt. Ook het feit dat je een heel orkest in je piano hebt, intrigeert me. Je kunt gewoon zien hoe de muziek gaat klinken, dat geldt vooral bij het componeren.
Wat heb je geleerd van je muziek?
Als ik met anderen speel, is het menselijke aspect even belangrijk als de muzikale ‘skills’. Ik kan mijn muziek met iedereen spelen, zolang ik de menselijke verbindingen kan voelen. Het heeft vele jaren geduurd, voordat ik dit zo kon ervaren.
Wat wilde je vroeger altijd worden?
Toen ik nog op de lagere school zat, heel kort dokter. Ik speelde als kind vaak basketbal. Ik zag me niet meteen als een grote basketballer, maar toen de piano in mijn leven kwam wist ik al snel dat ik musicus wilde worden. Mijn vrienden zagen dat ook.
Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Tijdens de meeste concerten die ik speel, voel ik dat. Ik ben daar heel rustig onder. Als ik klassiek opgeleid was, zou het anders zijn. In de jazz heb ik vanaf het begin gefaald. Dat accepteer ik gewoon. Als ik iets speel, probeer ik dat zo goed mogelijk te doen. Maar als er iets mis gaat, kan dat binnen een bepaalde context best mooi zijn. Ik vind het prachtig daar een weg in te vinden.
Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Thelonious Monk maakt me altijd gelukkig. Zijn muziek verschaft me het grootste geluk dat ik ooit beleefde tijdens jazz luisteren. Zijn muziek is zo ‘amazing’. Die van Duke Ellington trouwens ook.
Met wie werk je graag samen?
Met Thomas Lehn, een Duitse elektronica-musicus. Hij speelt op een manier die ik nooit iemand heb zien doen. Hij bespeelt elektronica als een instrument, niet als een landschapgenerator. Ik werk graag met vrienden met wie ik – zoals ik eerder zei – een menselijke klik moet hebben. Muziek is er om mensen zich te laten uitdrukken, maar niet met mensen van wie ik niet hou.
Welke dromen liggen nog voor je?
De manier waarop mijn zoon zich gaat ontwikkelen. Ik vraag me af hoe dat zal gaan. Ik droom er ook van dat ik in de toekomst een intiemere band krijg met vrienden die ver weg in Argentinië wonen. Ik heb het gevoel dat ik in twee werelden leef, maar dat ik uiteindelijk in één terecht kom.
Aan wie geef je het JAZZ-tafette stokje door?
Aan gitarist Henk Zwerver. Hij is een bijzondere man, die ook heel inspirerend voor mij was. Voor zijn pensionering was hij psychiater, werkte dus altijd met niet zo gezonde mensen. Toen ik in 2013 naar Nederland kwam, ging Henk met pensioen. Hij bezocht alle free-jazzconcerten in dit land en werd zo onderdeel van de scene. Gewoonlijk zijn musici van de leeftijd van Henk pioniers van de vrije impro, omdat ze al die jaren die muziek speelden. Henk begon pas bij zijn pensionering vrije muziek te spelen.
RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS



