Klezmer en Netanyahu
COLUMN
Het is bijna een jaar geleden dat Karin overleed, een dierbare vriendin die ik rond 1980 leerde kennen op het International New Jazz Festival in Moers. Elk jaar troffen wij elkaar daar, zij als programmamaker van de Westdeutscher Rundfunk, ik als jazzjournalist van de VNU Dagbladengroep. We praatten en praatten, over het programma van Moers van dat jaar, maar vooral over jazz, jazz, jazz.
Enkele jaren later werd Karin de partner van mijn collega Gerrit. We trokken met elkaar op en praatten, praatten. Ook weer heel vaak over jazz. Karin werd ziek en vorig jaar december overleed zij. Gerrit is nu Karins nalatenschap aan het regelen en een mooie platencollectie maakt daar onderdeel van uit. Hij vond het logisch dat ik de eerste was die er een keuze uit mocht maken en daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Ik nam elpees en cd’s mee naar huis, vooral jazz, maar ook wereldmuziek in de breedste betekenis van het woord.
Omdat je alle muziek wilt horen voordat die een plaatsje krijgt in jouw platenkast, ben ik Karins verzameling nu aan het ‘weg draaien’. En dan val je van de ene verrassing in de andere. Deze week zorgden daar twee cd’s voor met klezmermuziek: Zeydes un Eyniklekh van Joel Rubin en het Epstein Brothers Orchestra en Kings of Freylekh Land van het Epstein Brothers Orchestra zelf.
Klezmer, oorspronkelijke joodse muziek, die net als die van de gipsys, vele invloeden heeft ondergaan. Als we ons beperken tot die van de Epstein Brothers, dan moeten we twee stappen maken. De eerste is die de broers zelf zetten, door hun muziek eind jaren veertig te grondvesten op traditionele Hasidicmuziek. Die is voorbehouden aan ultraorthodoxe joden, die de muziek in de achttiende eeuw in Oost-Europa ontwikkelden. Muziek en een levenswijze vol mystiek die een opleving kreeg toen overlevenden van de Holocaust massaal vanuit Oost-Europa naar Amerika weg trokken. En de tweede stap zou de benaming van ‘klezmer’ kunnen zijn, die in zwang kwam eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Voorheen werd de traditionele muziek van de joden simpelweg joodse bruiloftsmuziek genoemd.
Dat was een simpele benaming, omdat de joodse muziektraditie – vooral vocaal – even goed opgang deed bij religieuze muziek en de uitwisseling van volksliederen. Door de vele invloeden die klezmer onderging, met name in de vorige eeuw in Amerika, werd via platenmaatschappijen de nadruk gelegd bij de traditionele instrumenten: viool, cello, contrabas en tsimbi (een klein cimbalom) en in Amerika voegden zich de klarinet, piano, accordeon, drums en diverse koperinstrumenten bij die eeuwenoude oudjes.
Op de twee voornoemde cd’s is het allemaal uitgebreid te beluisteren. De levensvreugde spat er van af. De muziek raast voort, de klarinet huilt en juicht tegelijk, de fanfare komt voorbij, de vlaggen zijn gehesen, de wals, polka en mazurka die onderweg zijn opgepikt, zetten zich af tegen de blokkerige drums en lichte percussie. Maar het is altijd zonnig, ook al schijnt de zon niet. Zoals in de vele perioden dat de joden werden vervolgd en het volk grotendeels werd ‘ausradiert’.
Deze gedachten kwamen willekeurig bij me op, toen ik de beide Epstein-albums beluisterde en werden alleen maar sterker toen ik ze nadien nog eens en nog eens draaide. Want probeer maar eens in deze tijden van oorlog muziek die zo’n intrinsieke culturele waarde heeft, los te zien van hetgeen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gebeurt. De onvoorstelbare smeerlapperij die is uitgemond in een genocide die vergelijkbaar is met de Holocaust van zo’n vijfentachtig jaar geleden.
In tijden van oorlog ontbreekt alle logica. Ook die wanneer je probeert te verklaren waarom de slachtoffers van toen de daders van nu zijn. Hoe een primaat als Netanyahu met machtsmiddelen die stammen uit de vroegste periode van de mensheid, van mensen vijanden maakt die het helemaal niet zijn. Die niet alleen uitgeroeid moeten worden, maar ook straks aan de overlevenden geen kansen meer biedt om een menswaardig bestaan op te bouwen. Die zijn volk, de joodse Israeli’s, zo ver krijgt dat ze moordend en verkrachtend het Palestijnse volk elimineren. Het aantal dodelijke slachtoffers bedraagt inmiddels ruim 70.000, waarvan tachtig procent burgers zijn. Er worden ruim 120.000 Palestijnen vermist, waarschijnlijk bevinden zij zich onder de puinhopen die slechts nog resten van Gaza.
Deze column mondt uit in machteloosheid. Dan zijn grote woorden onontbeerlijk, al is het maar om je gemoed enigszins tot bedaren te brengen. Israel heeft zich met de oorlogsmisdadiger Netanyahu ontwikkeld tot een schurkenstaat, waar vermoedelijk nooit meer naar klezmer wordt geluisterd. Waar deze muziekstijl redelijkheid in ’s mensens hoofden had kunnen behouden, al zou het maar een piepklein beetje zijn. Want klezmer maakt immers deel uit van de joodse identiteit, klezmer heeft de joden door eeuwen van vervolgingen en uitmoorden laten overleven. Klezmer zit in hun bloed.
Bertolt Brecht, de grote Duitse dichter en toneelschrijver zei in aanloop naar de Holocaust ‘dat er in duistere tijden gezongen zal worden over duistere tijden’. Klezmer heeft dit altijd gedaan, het heeft – mede – de joden steun en moed gegeven als volk te blijven bestaan.
Nu zijn diezelfde joden de agressor en zou de identiteit en diep gewortelde culturele waarde van klezmer hun volkerenmoord kunnen temperen. Maar voorlopig niets van dit alles; het ziet er naar uit dat de ‘ausradierung’ van Netanyahu nog lang niet is voltooid.
En de wereld? Die debatteert of hetgeen in Gaza gebeurt, wel de omschrijving ‘genocide’ mag dragen? Dat is toch onvoorstelbaar, de wereld kijkt toe en doet niks, terwijl nu nog dagelijks over de Holocaust wordt gesproken of geschreven en deze nieuwe, even genadeloos als die van trawant Hitler voortgaat met afslachten en verdelgen.
En opnieuw moet Bertolt Brecht worden aangehaald. Wat is het wáár wat hij schreef:
‘Was sind das für Zeiten, wo ein Gespräch über Bäume fast ein Verbrechten ist,
Weil es ein Schweigen über so viele Untaten einschliesst’.
Voor degenen die gemak hoog in het vaandel voeren de Nederlandse vertaling:
‘Wat zijn dat voor tijden, waarin een gesprek over bomen bijna een misdrijf is,
Omdat het een zwijgen over zoveel wandaden inhoudt’.
RINUS VAN DER HEIJDEN
De zwart-witfoto boven dit artikel toont drie van de vier Epstein Brothers



