Con Chapman - Sax Expat: Don Byas
Jackson: University Press of Mississippi, 2025
233, [XII] pag.
ill. – ISBN 978-1-4968-5607-4 pbk
Prijs € 36,95


Of hij een Nederlands paspoort had is onbekend, maar hij trouwde wel een Nederlandse, sprak de taal en woonde hier zeventien jaar. Dat maakte dat hij als een van ons werd beschouwd en niet als de vermaarde musicus uit de VS. Hij moest met minder gage genoegen nemen, zijn gigs in het buitenland zoeken en ook platenproducers zaten niet om hem te springen. De enige plaat was een simpel ep-tje, opgenomen op 26 oktober 1962 in Nijmegen. Er moet ook nog een Duitse opname bestaan met pianist Ton Wijkamp. Pas in 2016 bracht het Nederlands Jazz Archief een live-sessie uit met opnamen van 4 juli 1964 vanuit Haarlem.

Ach, we weten het allemaal en het is goed dat Con Chapman het allemaal heeft opgetekend. Daarbij heeft hij veelvuldig gebruikgemaakt van Nederlandse bronnen, waaronder een uitgebreid artikel in Jazz/Press 41, en verscheidene dag- en weekbladen.

Na een paar droge hoofdstukken vol met feiten, maar ook met onzekerheden, volgt de schrijver Byas’ carrière op de voet, daarbij gesteund door onze man in Portugal, de Nederlandse discograaf, voorheen pianist en tegenwoordig ornitholoog Kees Hazevoet.

Het lijkt me voorwaar geen sinecure een biografie te schrijven: pak je de chronologische volgorde of ga je uit van een aantal opmerkelijke aspecten? Chapman doet beide en dat leidt meer dan eens tot verdubbelingen: de invloeden over en weer, en het samenspelen met collega-tenoristen (Coleman Hawkins, Ben Webster), zijn hoogtepunt op de plaat (de twee duetten met bassist Slam Stewart in de New Yorkse Town Hall, 9 juni 1945), Byas’ niet al te rooskleurige financiële toestand en de obscure, haast mythologische tv-documentaire uit 1970 door Nick van den Boezem (‘bosom’!). Niemand die hem ooit heeft gezien…

En zo ontrolt zijn leven, met vallen en opstaan, zich voor ons uit: zijn eerste schreden in Los Angeles, de tijd bij de Count Basie-band, die hij op eigen verzoek verliet, de eerste eigen platen voor Savoy, zijn bewondering voor Charlie Parker (maar die was niet wederzijds), de kennismaking met bebop, de rol van de Deense jazzbaron Timme Rosenkrantz, de Europese tournee met de band van Don Redman in 1946, zijn verblijf in Frankrijk (platen maken met zwakke ritmesecties), Spanje en ten slotte Amsterdam.

Bij elke platensessie wordt, alsof het een discografie is, de complete bezetting gegeven, maar in een biografie is dat hinderlijk. Als het om de muziek gaat, laat hij iemand anders het woord doen. Chapman staat onnodig stil bij weinig relevante personen, zoals David Raksin (consequent aangeduid als Raskin), componist van een van Byas’ geliefde ballads, ‘Laura’.

Het notenapparaat is grondig, maar niet geheel feilloos. Zo krijgt een stuk in De Telegraaf, dd. 30 juli 1964, dezelfde kop als een anoniem interview (‘van een medewerker’) in de Volkskrant, dd. 1 maart 1970: ‘Op jazz-muziek moet je lekker kunnen dansen.’ (verg. pag. 205 en 212).

Ook het register is niet volmaakt. Zo schijnt er in België een buitenechtelijke zoon rond te lopen, in 1949 geboren onder de naam Carlos Wesley (dezelfde dus als vader ‘Don’). Twintig jaar later kreeg hij weer een zoon, die hij dezelfde voornamen gaf. Het register ziet ze als een en dezelfde persoon. In de bibliografie, ten slotte, had ik graag ook het werkje gezien van Dieter Salemann (‘Roots of Modern Jazz, vol. 10’, uitgave Basel, 1992).

Tekst: Jan J. Mulder

 

Advertenties

Advertentie aubergine
jb137 banner
Gif ook schrijven voor jazznu2
TilburgsAns