Enfant terrible daoud brengt je in beweging en roept vragen op
Sinds zijn optredens op het North Sea Jazz Festival en in de Londense jazzclub Ronnie Scott’s, gaat zijn naam rond. Deze dag zat, stond, danste en sprong de Frans-Marokkaanse trompettist, componist en producer daoud op de planken in het Bimhuis. Het was dan ook volle bak in Amsterdam, waar een enthousiast publiek instemmend reageerde op zijn funky grooves en dwarse moves.
Zet de wereld naar je hand door vooral jezelf te zijn. Vanuit die gedachte lijkt daoud, - zonder kapitale D., Daoud Bouchekioua is zijn volledige naam – zijn publiek te benaderen. Zonder hokjes en labels, mag je vaststellen dat er een pretentieloos enfant terrible optrad, met muziek die je wel in beweging brengt en vragen oproept.
Vragen die onbeantwoord blijven. Hoewel daoud tussen de nummers door veel praat, in vloeiend Engels – zijn ontwapenende bravoure à la Pippi Langkous, zijn humor droog en gevat – vertelt hij, behalve dat hij gelijktijdig met Louis Navarro werd opgeleid aan het Amsterdamse conservatorium, weinig over zichzelf en zijn muziek.
Over de achtergrond van Daoud Bouchekioua kom je niet meer aan de weet dan wat er in de rondzingende aankondigingen wordt gemeld. Zijn platenlabel ACT, waar hij afgelopen zomer zijn tweede album ok uitbracht, geeft wel wat feitelijke informatie – waaruit ook blijkt dat gitarist Teis Semey op de plaat is te horen – maar nauwelijks biografische informatie. daoud is dus ook een beetje Banksy, is een vrijblijvende conclusie.
In de aankondiging schreef NSJ vorig jaar: daoud neemt zichzelf liever niet zo serieus, maar zijn muziek wel. Jazz, hiphop en elektronische muziek laat hij met elkaar fuseren tot een mix waarin hij soms het absurdisme opzoekt. Hij houdt van avontuur, zolang het maar dansbaar en vrolijk is. daoud had geen makkelijke jeugd, was een tijd ‘on the road’ (dakloos), noemt zichzelf het ‘probleemkind van de Franse jazz’, maar stond wel op het podium met Ibrahim Maalouf en Erik Truffaz.
We hebben een beeld van de man die druk heen en weer loopt op het podium dat is ingericht als een kruising tussen een laboratorium en een achterafzaaltje, waar het schaarse licht ook nog moest concurreren met een mistmachine. Deze sfeer paste goed bij de crunchy sound, die soms rommelig leek, maar perfect werd opgebouwd uit tal van elementen die een duidelijke functie hadden. De hele setting had wel iets weg van concerten van de elektronische bands rond Lander Gyselinck.
Het trefzekere, strakke spel en de heldere toon van daoud, lijken uit de losse pols te komen, maar houden je wel bij de les. Als hij speelde tenminste, want veel werk liet hij over aan zijn bandleden. Waarschijnlijk was hij werkelijk wat ‘jazzlagged’, na vier dagen optreden in New York City. Zijn sobere melodieën, meer percussieve thema’s eigenlijk, bevatten veel herhaling en hypnotiserende grooves. Met weinig noten, suggereert hij veel.
Zijn begeleiders maken een stroperige, gruizige retrosound, die gelijktijdig strak, fris en progressief klinkt. Toetsenist, contrabassist en drummer, domineerden om beurten de route en de afwisselende accenten die daarin werden gelegd. Zij deden mooie dingen waar daoud af en toe op inhaakte, met subtiele duetten tot gevolg.
In het Bimhuis klonk onweerstaanbare muziek van instrumentalisten die niet zo nodig de arena in hoeven, maar zich richten op de mogelijkheden die elektronica en geluidseffecten kunnen toevoegen aan hun eigen ‘taal en beeldspraak’. Dat dit leidt tot jazz die leunt op funk, hiphop en dansmuziek, is een meer dan prettige bijkomstigheid.
DAOUD
Bimhuis Amsterdam, 17 januari 2026
daoud – trompet, flugelhorn
Thomas Perier – toetsen
Louis Navarro – contrabas
Quentin Braine – drums
Bekijk het concert op Bimhuis TV of de videoclip bij ‘Non peut-être’ (Charlie?)
Setlist
1 Plato
2 Fond Focus 1999
3 l’Oeil de jules
4 La fièvre
5 Soda
6 L.P.A.M.
7 Mathilde
8 Impro? *
9 Quick (le restaurant)
10 Dijon
11 Loulou & the Loulous
* stond op de handgeschreven setlist, titel onbekend



