Dick de Graaf wil landing muziek verrassender maken
JAZZPROFESSOR
“Mijn muziekverhaal telde al een dikke dertig jaar en was aardig gedocumenteerd toen ik aan mijn onderzoek begon”, vertelt Dick de Graaf. “Bovendien gaf ik al twintig jaar les, maar daarvan had ik nauwelijks aantekeningen. Ik wilde gaan vastleggen en vroeg me af: wat moet ik doen, boeken uitbrengen, video’s? Hein van de Geyn, destijds hoofd van de jazzafdeling van kunstvakhogeschool Codarts, wees mij op de mogelijkheid om op eigen werk af te studeren. Ik kwam in contact met ‘jazzprofessor’ Walter van de Leur en kwam daarna terecht bij DocArtes, een samenwerking tussen universiteiten en conservatoria. Ik kreeg er de mogelijkheid om in twee jaar een voorstudie te doen. Ik was daar natuurlijk wel een vreemde eend in de bijt, tussen mensen die de historische muziekpraktijk beoefenen en studenten elektronische muziek. In 2012 was ik klaar met deze cursus. Ik kon verder bij Walter, maar die is niet zo op coachen ingesteld. Daarom stopte ik in 2014 bij hem en schreef me in bij de Academy of Creative and Performing Arts (ACPA) van Leiden University.”AKKOORDEN VOORBIJ
Het onderzoek naar nieuwe improvisatievormen spitste zich toe op de vraag hoe je verder van akkoorden vandaan, nog kunt improviseren. In jazz is sprake van akkoorden en melodie. Belangrijk vond Dick de Graaf het om spanning te kunnen opbouwen met harmonie (voornoemde akkoorden) en melodie. Hij ontdekte dat in twaalftoonsmuziek, onder meer die van Peter Schat en Olivier Messiaen, modellen in kaart waren gebracht om verder weg van de akkoorden, te improviseren. Schats compositie Toonklok en Messiaens zeven Modes de Transposition Limitée dienden hem daarbij als voorbeeld. Even een lesje muziektheorie tussendoor. In de Toonklok is sprake van een tonale toepassing van atonale twaalftoonsmuziek. Schat ontwikkelde een compositiesysteem dat is gebaseerd op drieklanken. Door deze drieklanken telkens zo te arrangeren dat ze een twaalftoonreeks vormen, gebruik je als het ware kleine cellen om over de akkoorden heen te spelen. Dick de Graaf is ervan overtuigd dat elke vorm van jazzmuziek is gebaseerd op een systeem. “Een improvisatie wordt uitgevoerd binnen een bestaande melodie en de harmonie van een stuk. Swing, gesyncopeerde ritmes, traditionele harmonische en melodische versieringen moeten niet veronachtzaamd worden, maar in nieuwe kaders worden geplaatst. Ik vind daarbij dat het ook een beetje moet schuren en dat je binnen de afgesproken akkoorden de afwijkende noten vindt waarmee je verder wilt doordringen in de improvisatie.” [caption id="attachment_9995" align="aligncenter" width="500"]GRANDIOOS
“Bovendien schreef de Amerikaan John Gallagher zó’n pil over twaalftoonsmuziek. Gastspeler Frank Carlberg heeft voor mijn Clazz Ensemble een werk van Messiaen grandioos in elkaar gestoken en er is ook nog voornoemd stuk van Theo Hoogstins. Daar ben ik mee begonnen. Het ging om een triocompositie. Ik ben nadien zelf voor saxofoonkwartet gaan schrijven, twaalf delen voor de twaalf uren van de Toonklok. Het is een beetje een theoretisch werk, maar wel een goede samenvatting, omdat je in veertig minuten alle kleuren kunt laten horen.” Hoe staat de Toonklok daar dan in? “Die heeft mij materiaal verschaft om een textuur te maken, een soort verdichting in het notenbeeld die niet te relateren is aan John Coltrane of Sonny Rollins, maar wel aan de Europese kunstmuziek. Dat ik dat heel precies verwerkt heb is gewoon mijn ambachtelijkheid als researcher. Maar ik blijf vooral gewoon een muzikant die ook wel eens een boek leest.” Is het dan zo, dat je Dick de Graafs onderzoek en werkwijze kunt vergelijken met de opkomst van de West-Europese improvisatiemuziek in de jaren zeventig? De jazzmusici van toen luisterden ook naar spitsroedenlopers als Ligeti, Schönberg en Berg en poogden in hun vrije improvisaties een brug te slaan naar wat deze Europese componisten eerder hadden gedaan. “Je zou die vergelijking kunnen doen, maar ik heb niet het gevoel dat ik in Peter Schat ben gedoken”, zegt Dick de Graaf stellig. “Wel in Messiaen, maar ook maar in een heel klein ding van hem. Hij heeft een immens oeuvre, die modes heeft hij ook maar bij elkaar geharkt. Er zijn er veel meer dan de zeven die hij gebruikt. De toonladders die ik gebruik zijn die van de zeven Modes de Transposition Limitée en geen andere. Schat heeft met zijn Toonklok – later - een brug willen slaan tussen tonale muziek en atonale seriële muziek. Die brug is er eigenlijk in jazz al heel lang. Mensen vroegen mij vaak: ‘Die hele twaalftoonsmuziek is mislukt en dan ga jij haar in de jazz brengen. Jazz is een kunstvorm zonder regels, die het moet hebben van vrijheid en spontaniteit’. Bullshit! Echt bullshit vind ik dat. Het is allemaal systeem, zelfs de grootste free-jazzspelers hebben de grootste striktheden gevolgd.”ONTKRACHT
“Deze opvatting heb ik sowieso ontkracht, mijn onderzoek wordt niet voor niets omschreven als ‘beyond functional harmony’. Ik heb gekeken wat er achter de akkoorden schuilt, de rest komt gewoon even hard mee. Ik geef ook voorbeelden van hoe ik binnen de harmonische ingewikkeldheid zowat alle paden heb proberen te bewandelen. Die blíjf ik ook gewoon bewandelen. Je kunt horen dat er iets aan de hand is en dat het anders is. Maar ik blijf ik, mijn sound is daar. Ik heb voor mijn New Quartet, dat de muziek speelt waar we het nu over hebben, in de ritmesectie musici gezocht met een enorm open vizier. Ze laten het doorgaande ritme af en toe weg, er wordt veel meer rubato gespeeld. Vorige musici van mij waren vooral van in vieren of in vijven. De ‘scope’, het blikveld is verbreed. Dat wordt gewoon opgeroepen doordat je met die modellen aan de slag gaat.” “Mijn ideeën zijn niet wereldvreemd, een stuk heeft nog steeds een maatverdeling en vorm, ik ben niet totaal losgeslagen. Mensen zeggen nog altijd ‘ik hoor gewoon jazzmuziek’. Dat vind ik een compliment want daar begeef ik me met veel plezier al veertig jaar in. Alleen heb ik altijd stappen voorwaarts gemaakt en hiermee een flinke. Ik wil ook niet de mensen van me afstoten, wel hen erbij houden. Wil ze laten horen: het kan spannender.” Waarop zich onvermijdelijk de vraag opdringt wat de luisteraar of lezer van dit artikel heeft aan het onderzoek van Dick de Graaf. Zijn verklaring: “Dat je kunt horen dat er binnen de jazztraditie als het om akkoorden en melodieën gaat, gradaties zijn. Er is een traditie en musici willen uit de traditie treden, ‘outside the chords’ noem je dat. Dan ontstaat spanning, die je creëert om je verhaal aantrekkelijker te maken. Naarmate iemand meer of minder ingevoerd is in dit materiaal, zal die misschien woorden kunnen vinden voor wat er gebeurt. Maar dat is niet nodig zolang hij of zij maar de spanning en ontspanning mee kan voelen. Meer doe je eigenlijk niet. Een stuk loopt van a tot z, er is een thema dat wordt uitgezet, je krijgt je improvisaties waar je de melodie achter de melodie gaat zoeken. Daar vind je een oplossing voor, ga je een stapje mee verder. En die stapjes verder en verder, dat is waar ik me voor interesseer. Niet om ze te weten, maar om het verhaal spannender te maken. Om de vlucht boeiender te maken en de landing des te verrassender te laten zijn. De spanning is groter waardoor de ontspanning ook boeiender is.”NIEUW?
Kun je daarom stellen dat Dick de Graaf met zijn onderzoek iets nieuws heeft ontdekt? “Met nieuw is iedereen op zijn eigen manier bezig. Als het goed is tenminste. Mijn manier is voor mij totaal nieuw. Als je al mijn cd’tjes op een rij zet, zie je daar mijn ontwikkeling in en die heb ik op deze manier een beetje willen voortzetten. Mijn missie naar het publiek is dat als je hier geen bal van weet en ik zonder uitleg die stukken speel, het toch een goed te pruimen concert is. Je hoeft het niet te weten maar je hoort wel dat er iets aan de hand is.” Als andere musici, vooral zij die een melodie-instrument bespelen, zich met deze materie gaan bezig houden betekent dat dan een nieuwe manier van improviseren? “Ja, zo langzamerhand krijg je dat wel. Je krijgt er een laag op. Ook Jasper Blom is ooit met Charlie Parker en Coltrane begonnen. Ik kan me niet zo goed voorstellen hoe iemand dat anders zal doen, omdat ik dat zelf ook zo heb ervaren. Zowel Messiaen als Schat hadden een bloedhekel aan jazzmuziek. Messiaen vond jazzmuziek ritmisch zo beperkt dat hij het alleen maar met marsmuziek kon vergelijken. Vanuit zijn ritmiek bezien heeft hij wel een punt. Bizar hoe hij een maat indeelt…” Kan Dick de Graafs onderzoek nog doorontwikkeld worden? “Ik denk door andere componisten erbij te betrekken. Bijvoorbeeld door de symmetrie. Dat vind ik een mooi ding. Symmetrie is iets wat een mens intuïtief herkent en dat is waarom mensen die ook pruimen. Als je die gelijkheid op een leuke manier gebruikt gaan mensen zich daar toch in herkennen. Béla Bartók heeft spiegelbeeldig ook heel mooie dingen gedaan. Daar zit ik nu een beetje naar te kijken. Maar voorlopig op een laag intuïtief niveau. Ik vind het leuk om het verhaal te kunnen vertellen. Sommige dingen gaan misschien iets te ver voor een gewoon publiek, maar door de relatie te kunnen leggen tussen het gesproken verhaal en wat je vervolgens laat horen, licht je een hoop toe. Tot nu toe kreeg ik heel dankbare reacties. Ik verheug me daarom op ons concert tijdens November Music in Den Bosch.”LECTURE CONCERT
Dit concert wordt een zogeheten ‘lecture concert’. Daar heeft artistiek directeur Bert Palinckx van November Music Dick de Graaf om verzocht. Deze richt zich dan ook op het werk dat hij schreef voor het New Quartet, dat zowel materiaal van de Toonklok als modes van Messiaen bevat. “Ik maakte er een combinatie van. Tijdens de lezing laat ik horen hoe een bepaald uur van de Toonklok klinkt en hoe ik die heb toegepast in de compositie. Hetzelfde doe ik met een of twee modes. Die hebben iets meer een tonale kleur. Dat heeft de Toonklok ook, maar niet zo modaal dat je daar meteen een akkoord onder hoort. Bij Messiaen dus wel. Normaal speelde ik ze in mijn eentje of in duo met pianist Loran Witteveen, nu met kwartet. Wat ik zal doen is traditioneel spelen en vervolgen met de kennis van nu. Dit is immers nú mijn verfrissingsmechaniek. Ik speel wel eens met de gedachte om ook voor standards te kiezen en ze met deze techniek te benaderen. Dat is mogelijk, dan wordt die sprong veel duidelijker. Gaan we op November Music ook laten horen. Caravan of zo.”RINUS VAN DER HEIJDEN Foto’s GEMMA VAN DER HEYDEN
De bevindingen van Dick de Graaf zijn met nieuwe composities vastgelegd op de cd Bird Buzz van zijn New Quartet. Hij brengt werk ervan op 7 november tijdens November Music in de Clubzaal van de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch. Andere jazz- en improvisatieconcerten tijdens November Music (2 t/m 11 november) worden verzorgd door John Zorn (de gehele maandag 5 november); het project Colours of Improvisation met Martin Fondse Orkest, Michael Wollny Trio & Emile Parisien, en Jakob Bro Trio met Ben van Gelder. Voorts door onder andere Mats Eilertsen Trio & Trio Mediaeval; Sanne Rambags; Benjamin Herman’s Bughouse; Secrets Chiefs; Omar Bashir met o.a. Tony Overwater; Wolfert Brederode en Amir ElSaffar.



