Blinddoektest met Karel van Eerd
Dat Karel van Eerd de oprichter is van de Jumbo Supermarkten is bij velen bekend. Dat hij naast zakenman ook een groot muziekliefhebber en in het bijzonder een jazzliefhebber is, weet niet iedereen. Karel is niet alleen jazzliefhebber maar sponsort ook privé individuele jazzmusici, kleine bands tot big bands, en kleine en grote festivals waaronder Jazz in Duketown. Hij heeft daarnaast een jazzpodium in The Duke, zijn golfclub in Nistelrode, waar maandelijks voor iedereen toegankelijk een gratis jazzconcert is.
Karel van Eerd, zelf geen onverdienstelijke pianist, is daarnaast de bedenker van een plan voor een platform voor jazzclubs, en van de naar hem genoemde Music Award. De Karel van Eerd Music Award is een concours voor jazzbands met prijzen in de vorm van ondersteuning bij het vinden van speelmogelijkheden en publiek. Eelco van Velzen, trombonist van de jazzband Birdie Seven waarin Van Eerd piano speelt, is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. In dit blad is eerder over dit plan en de Music Award geschreven. Het zijn belangrijke en interessante activiteiten en we vroegen Karel van Eerd om mee te doen aan een blinddoektest. We draaiden acht jazznummers zonder hem te vertellen naar wie hij luisterde en we noteerden zijn opmerkingen.
Dit is de swingperiode. Ik vind dit leuke muziek. Het swingt, het is levendig, er zit van alles in. Ik ken hem niet. (Nadat ik zeg dat het een vrouw is en de naam noem): Oh, Mary Lou Williams. Tjonge, wat een techniek voor een vrouw. Dat verwacht ik eigenlijk niet van een dame. Dat is natuurlijk onzin, maar zo ben ik wel opgegroeid. Met het idee dat achter de piano een man moest zitten die ervaren is. Dat was vroeger zo, maar ik vind dat eigenlijk niet meer.
Is dit Oscar Peterson? Nee, die heeft er wel heel veel van. Dan is het Art Tatum. Oscar Peterson is voor mij de voordeur. Tatum is geen voorbeeld voor mij. Hierbij kom ik toch niet in de buurt. Wat ik van Oscar Peterson zo leuk vind is, dat hij zo veel onverwachte dingen doet en dat zijn de dingen die ik probeer na te doen.
Dit is Monk. Hij speelt van die vreemde toonladders. Dat nummer herken ik niet. Oh, Black and Tan Fantasy. Dat ken ik wel, dat is van Ellington. Die Monk vind ik heel vreemd. Ik heb zijn toonladders bestudeerd, maar eigenlijk kan ik er geen touw aan vastknopen. Ik kan er nog steeds niets mee. Ellington wel. Die is veel doorzichtiger. Maar ik heb veel meer met Basie dan met Ellington.
Komt dat uit Engeland? Nee, Amerikaans? Geen New Orleans toch? Ja wel? Ik vind dit niet karakteristiek voor New Orleans. Meestal is de karakteristiek van die muziek dat ze de vierde tel net iets later laten komen. Dat hoor ik hier niet. We zijn met Eelco (van Velzen) in New Orleans geweest. We hadden connecties gelegd om daar overal te kunnen spelen. We zijn daar een week geweest en hebben elke dag in andere clubs gespeeld, zowel in het uitgaanscentrum als in French Quarter. Dat is goed gelukt. We hebben ook op zo’n radarboot op de Mississippi gevaren en gespeeld. In de clubs trad dan een lokaal orkest op en dan werden wij op een gegeven moment op het podium gevraagd. Het publiek vond alles wel prima. Dat waren meestal ook geen ingewijden. De muzikanten vonden het wel redelijk goed.
Is dat die Amerikaan met een beetje een Indiaans uiterlijk? Nee? Ik vind dit wel heel fijne muziek. Hartstikke mooi. Hij swingt lekker, raakt de noten op het juiste moment. Een geweldige timing. Hij heeft veel van Bud Powell, weinig van Monk die we net hoorden. Dit is echt een klassiek pianotrio. Heerlijk.
Tekst en foto TOM BEETZ



