COLUMN

 

Het is zondagochtend. Het is vroeg, buiten is het stil, in de verte luidt een kerkklok die de kerkgangers in het Limburgse land oproept de dienst te volgen. Ooit was het programma Vrije Geluiden voor mij de fraaie artistieke tegenhanger van dit katholieke, dorpse ochtendritueel dat zich voor mijn keukenraam in het dorp voltrok. Vrije Geluiden; voor mij een geslaagde oefening in even anders zijn.

Nu Vrije Geluiden is verdwenen en de kerk leeg loopt, is mijn zoektocht naar nieuw houvast van het andere geluid op zondagochtend in volle gang. De omroepvereniging als massaproducent, hét intermediair tussen ‘de Bühne’ en het publiek krijgt al jaren er van langs. Verzet tegen de mediadictatuur van ‘de goede smaak’ begon ooit met zendamateurs, regionale varianten en piraten. Die laatste, een illegale praktijk en wettelijk verboden, werd opgespoord, beboet en ‘kaltgestelt’; immers zonder zendmachtiging geen boodschap en dus werden de zendfaciliteiten in beslag genomen en vernietigd. Lijkt lang, maar is niet lang geleden.

Sinds het internet zijn intrede deed is dit alles wel verleden tijd. Iedereen mag eigen vriendenclubjes aanmaken, foto’s en filmpjes on line zetten, iedereen heeft ook middelen om dit te kunnen doen. Auteursrechten (wat was dat ook alweer?) worden met voeten getreden, handhaven is onmogelijk, de overheid kijkt toe en springt op alle niveaus in op de hypes en trends. De consument is de winnaar. Nu de muziekconsument meer dan ooit op zijn wensen wordt bediend, gebruiker is geworden van diensten die op alle wenselijke tijden alles aanbieden voor een habbekrats, dreigt het loon van de kunstenaar tussen de wal en het schip van aanbieder en gebruiker te geraken en is de rol en invloed van de traditionele ‘zender’ aan het verdampen.

Montage GEMMA KESSELS

En wat gebeurt er dan? Een virus! Alle hens aan dek. Strenge regels zijn noodzakelijk, het sociale en daarmee het culturele, religieuze, kunstzinnige, gaat op slot. Kunstenaars, artiesten en andere liefhebbers van ‘de ontmoeting’ zoeken een uitweg op het wereldwijde web; de evenzo bejubelde als vermaledijde drager van vrijheid en nep, van anarchie en massamanipulatie, openbaart nieuwe mogelijkheden: de live stream. Zèlf zenden en nog betaalbaar ook! Corona brengt deze nieuwe vondst, het ‘streamen’ in een stroomversnelling. Er komt ook op deze zondagochtend van alles voorbij, een complete big band, een accordeonist, een pianist, een trompettist een gitarist. Voor elke smaak wel wat of iemand. Soms vanuit een studio, een tuin of een woonkamer. Sommigen ook met de eerste nootjes, van performance tot eerlijke knulligheid van een oproep tot nieuwe vrijheid, tot pretentieloos maar gezellig koffiedrinken. Kijkers waren er soms 2000 , soms honderd, soms tien, soms een. Iedereen zijn eigen omroep! Van hobbyist tot professional, van individu tot groep.

Normaal bezoek je een concert, parkeert je auto, drinkt een wijntje, zoekt een plekje, in afwachting van wat komen gaat. Ontmoet anderen, gezien en gezien worden en effe wegduiken in de illusie. Het mag en moet wat kosten; dat noemen we entree. Nu klik je ergens op, kijkt, luistert, ondertussen komen andere berichten binnen. Truus heeft een foto gemaakt, Karel een tuin aangelegd, Piet poetst zijn auto, Femke helpt een vluchteling, Karel lacht alle subsidieslurpers uit. Tussendoor van alles dat je kopen kunt met een enkele klik. Wie kijken er nog meer? Je “like’t’ het, schrijft een bewonderende, bemoedigende ‘Ga zo door’-opmerking, voegt nog een symbooltje toe; leuk allemaal en niks mis mee. Je bekijkt het één, beluistert het ander en klikt ondertussen op alweer een nieuwe binnenkomer.

Grijpt zo de oppervlakkigheid om zich heen, of is dit contact ’t enige dat nu rest? Beter dan niks, toch? De artiest zoekt zijn publiek, hét publiek. In dit geval jij aan je tablet, computer of met je telefoon zoekt de artiest? De artiest bereidt zich voor op de nieuwe tijd. ‘Hier ben ik, hier zijn wij en dit is onze nieuwe cd’. Hij/zij biedt zich aan, onderscheidt en profileert zich. Niets mis mee, ware het niet dat het allemaal voor niks gebeurt. De artiest en zijn verdienmodel, een haat-liefdeverhouding. In zijn drang om te creëren helpt hij het laatste restje model zelf om zeep. Geen luistergeld, geen entree, geen organisator, geen gage… het is gratis; een wegwerpproduct. En de consument? Hij zapt, klikt, scoort en consumeert; welhaast schaamteloos.

De zondagochtend is voorbij. Het stukje is af. Ik wilde iets schrijven over de nieuwe vrijheid van de ‘live stream’. De keuze aan de makers om zélf, autonoom, compromisloos iets in de wereld te zetten. Zoiets. Het werd echter een pleidooi om voor kunst die je binnenhaalt, te betalen. In de kerk waren tijdens de misviering altijd twee collectes: één voor het onderhoud, één voor de muziek. Hoe doe je zoiets digitaal? Aanrader: de crowdfundingactie Big Band Red Light Jazz Society.

JO DAUTZENBERG

Previous

Jazz biedt troost in deze tijd van racistisch geweld

Next

Keytar

Lees ook