Anti von Klewitz, leidster en violiste van Csókolom.

De 2016-editie van Stranger Than Paranoia 2016 zal zeker niet de geschiedenisboeken ingaan als de sterkste aflevering van dit zo merkwaardige festival. Het evenement, voor de 24e keer georganiseerd rond kerst en nieuwjaar, kampt al jaren met een gebrek aan geld. Dat is er de oorzaak van dat ‘grote namen’ niet meer de programmering verrijken. Maar dit weerhoudt organisator en programmeur Paul van Kemenade er niet van om de lagere echelons van allerlei muziekstijlen in te duiken en toch altijd met verrassingen te komen. Dat was dit jaar zeker ook het geval, maar om op een totaal van vijftien concerten – waarvan drie dubbelaars –in elk geval vier kleine en grote minpunten toe te kennen, is een té hoge score voor een eerbiedwaardig evenement als Stranger Than Paranoia.

Grootste zeperd van het festival waren de twee concerten die de nieuwe ‘soulheld’ Myles Sanko verzorgde. Met een band waar de verveling van afdroop en die zo glad was als een juist de showroom verlatende auto, werd een bak clichés leeg gestort die zijn weerga niet kende. Het concert van het Espen Eriksen Trio was slaapverwekkend door zijn braafheid en het optreden van pianist Krzysztof Kobylinski en zangeres Reut Rivka had heel anders kunnen uitpakken als de vocaliste bij haar eigen stiel was gebleven. Maar tegenover deze tegenvallers stond ook veel moois: de concerten van Flat Earth Society, Reeds & Deeds, het duo Jasper van ’t Hof en Paul van Kemenade, het LABtrio, het Deurloo-Frerichs-Brinkmann-Sartorius Kwartet en Knalpot waren juweeltjes. Met name deze groepen zorgden ervoor dat de pijlers van het festival: improvisatie, confrontatie en verrassing Stranger Than Paranoia nog altijd met gemak dragen.

Myles Sanko

AFKNAPPER

Het met enige tamtam aangekondigde optreden van ‘soulheld van deze tijd’ Myles Sanko op de voorlaatste- én laatste avond van het festival was een regelrechte afknapper. Het werd een aalgladde vertoning, opgetrokken uit clichés van ver terug uit de vorige eeuw. Hoe je het ook wendde of keerde, het bleef – afgemeten aan de bloeiperiode van de soulmuziek – goedkope namaak. Zanger Myles Sanko heeft zeker een ‘zwarte stem’, die hij strak inzette en die uiterst vaardig werd opgevangen door zijn zeskoppige begeleidingsband. Maar die hij ook benutte om tussen de nummers de ene na de andere ‘one-liner’ het publiek in te smijten. Zoals: “I need you more than you know” of “Kom op, houd je vriend naast je vast. Want het gaat om Love”, of “Say yeah-yeah”. Myles Sanko zegt van zichzelf dat hij zich beroept op de traditie van oude soulhelden als Otis Redding en Al Green. Daar was niets van terug te horen. Zijn Nu-soul is juist nu al aan revisie toe. Stopte hij er maar wat oude onderdelen in, dan slaat de motor misschien weer een beetje aan het pruttelen.

Raphael Vanoli van Knalpot bespeelde ook met zijn mond zijn gitaar.

De bandleden stonden futloos op het podium, alsof zij op de bus stonden te wachten. Hun muziek was strak als een staalkabel, keihard van volume en uitsluitend zwaar op de tel. Van ‘improvisatie, confrontatie en verrassing’, de drie elementen van Stranger Than Paranoia die concertannonceur Paul van Kemenade gedurende het festival meerdere malen verkondigde, was totaal geen sprake. Het concert van deze nieuwe ‘soulheld’, meeliftend op het voortdurend de lucht ingeschreven begrip Nu-soul, was gewoon confectiewerk, zonder één plooitje of rimpel. De verwachte toeschouwersaantallen bleven ook al uit en de bijna-opdracht aan het publiek om aan het dansen te gaan, trok aanvankelijk vijf vrouwen naar het midden van de zaal. Waar in allerijl met tafels en stoelen werd geschoven om een dansvloer te creëren. Dat er zich nadien zo’n twintig mensen op waagden had geen betekenis, want evenveel waren met tuitende oren al huiswaarts gekeerd.

Reut Rivka

REUT RIVKA

Het concert van zangeres Reut Rivka en pianist Krzysztof Kobylinski had heel anders kunnen uitpakken als de Israëlische zich tot haar eigen terrein had beperkt: dat van oude- en klassieke muziek. Zij heeft een prachtige, transparante stem met een verfijnd vibrato die zij hier helaas inzette voor een repertoire van niks. Reut Rivka behaalde haar master Barokmuziek op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar zij onder andere studeerde bij de bekende countertenor Michael Chance. De coloratuursopraan heeft al een mooie staat van dienst. Zij zingt onder meer een hoofdrol in de Haydn-opera La Canterina en trad bijvoorbeeld op in de opera’s Dido and Aeneas en L’Elisir d’Amore. Maar daarnaast klust zij bij. Zoals deze avond met de Poolse pianist Krzysztof Kobylinski. Voor een liedjesprogramma dat begon met een traditioneel Frans chanson en daarna uitmondde in Engelstalige liedjes zoals singer-songwriters die al op ontelbare manieren hebben vertolkt. Haar stem kent een absolute beheersing, maar hoefde nauwelijks op spanning te komen door het gekozen repertoire. Na pakweg een half uur leek de stem genesteld en wist je als toehoorder: dit is het dan, hier moeten we het mee doen. De menselijke stem in een omgeving plaatsen die hij niet gewend is, pakt vrijwel altijd verkeerd uit. Dit concert toonde het ten overvloede aan.

Lander Gyselinck van het LABtrio.

De laatste concertavond was weer Paranoia-waardig. Knalpot, bestaande uit gitarist Raphael Vanoli en slagwerker Gerri Jäger had de Belgische toetsentovenaar en elektronicaspecialist Jozef Dumoulin uitgenodigd. Het trio gunde het publiek door een wagenwijd opengesmeten venster een doorgronde blik op wat anno nu wordt verstaan onder vrije improvisatiemuziek. De bedoeling ervan werd meteen duidelijk: oneigenlijke en nieuwe geluiden onttrekken aan met overvloedige elektronische mogelijkheden gevoede instrumenten. Dat leverde vervreemdende klankwerelden op, die naar hartenlust kraakten, donderden, rommelden en borrelden. Het is vrijwel zeker dat op het moment dat de Titanic naar de zeebodem zonk, in het binnenste van het schip het huiveringwekkendge geluid van krakend staal in hetzelfde teken stond als de muziek deze avond op het podium van Paradox.

Anneleen Boehme van het LABtrio

ONDERGAAN

De muziek van Knalpot en Jozef Dumoulin moet je ondergaan. Meemaken hoe Raphael Vanoli zijn gitaar met zijn tanden bespeelt en er kloppend op de klankkast spacy-geluiden aan onttrekt. Hoe Jozef Dumoulin vaak de rol van een contrabas naar zich toetrekt en huilende kreten over de gitaar drapeert. En hoe Gerri Jäger de onrust van het klankspectrum verhevigt door met gebroken slagwerkpatronen vanuit de achtergrond verdere onderbouwing te verlenen. Ook zijn drums waren gekoppeld aan een elektronische centrifuge. Industrële geluiden wisselen bij Knalpot plotsklaps af met wat meer in het gehoor liggende, korte muzikale schetsjes. De uitnodiging aan Jozef Dumoulin was een uitgekiende. De boomlange Vlaming zit diep op zijn pianokruk, waardoor de indruk dat hij een alleenheerser is over de elektronica, alleen maar werd versterkt. Zo diep zittend kun je slechts met gespreide armen alle knoppen, toetsen en draden bedienen; beter kun je die elektronische krachtcentrale niet in je macht houden. Evenmin als de vinnigheden van Vanoli en Jäger.

Bram De Looze van het LABtrio.

Het LABtrio komt ook uit België en is telkens weer een muzikale verrassing met een grote, fleurige strik eromheen. LAB staat voor de beginletters van Lander Gyselinck (slagwerk), Anneleen Boehme (contrabas) en Bram de Looze (piano). Ze zijn respectievelijk 29, 27 en 25 jaar oud, spelen al tien (!) jaar samen en hebben ondanks hun jeugdige leeftijden, een verfrissende, eigen stijl ontwikkeld. Waarbij zij er voor waken geen mooie muziek te produceren, maar zich verliezen in krachtmetingen die met liefde voor de muziek en voor elkaar, zijn toegedekt. Ze voelen elkaar naadloos aan, leggen daardoor een soort miraculeuze verbinding met elkaar en schuiven hun muziek naar een richting die balanceert tussen spannende jazz en fraaie, van stof ontdane kamermuziek. Wat dit laatste betreft getuigde het openingsstuk van het concert daarvan. Rechtop zittend achter de piano, zoals het echte concertpianisten betaamt, werkte Bram De Looze met verve de 15e Goldberg Variatie van Johann Sebastian Bach af. Om daarna met zijn drieën in de improvisatiemuziek te verglijden, waarbij het kon voorkomen dat de gaten die de piano liet vallen, liefkozend werden opgevuld door de met noten strooiende contrabas. Waarbij het vaak ritselende, onvoorspelbare spel van slagwerker Lander Gyselinck hun muziek met een aangenaam aandoende sonoriteit, harmonie en verrassende flexibiliteit omgaf. Klasse, hoor!

Jozef Dumoulin was gast bij Knalpot.

AANDOENLIJK

Het concert van Csókolom tijdens de voorlaatste avond van Stranger Than Paranoia was vooral aandoenlijk van aard. Dat kwam door het onbeholpen maar o zo lieve optreden van leidster en violiste Anti von Klewitz, die in een ontroerend koeterwaals van Nederlands en Duits de verrichtingen op het podium toelichtte. Waar nogal eens het een en ander misging. Zoals in spannende jazz atonaliteit een belangrijke pijler kan zijn, zo dook het verschijnsel hier ook op. Maar of dat de bedoeling was, is zeer de vraag. Het was klein leed vergeleken met het grote leed dat Csókolom naar eigen overtuiging, in zijn Oosteuropese gipsymuziek muziek verpakt. Zoals een nummer waarin een jongetje van zes jaar zijn eerste vette tranen huilt, omdat er populieren worden omgezaagd… Drie violen en een contrabas trokken over de steppen van Roemeense, Kroatische en Hongaarse volksmuziek. De rauwe en openhartige directheid van Anti von Klewitz kreeg de zaal helaas niet op bedrijfstemperatuurtemperatuur, ook al boog het slotdeel van het concert zowaar naar jazzmatige improvisaties. Of ging het hier wederom mis?

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

Stranger Than Paranoia
Paradox Tilburg, 28 en 29 december ’16

Krzysztof Kobylinski –piano
Reut Rivka – zang

 Csókolom
Anti von Klewitz – viool
Anneke Frankenberg – viool
Sander Hoving – viool en altviool
Jens Piezunka – contrabas

Myles Sanko & Band
Myles Sanko – zang

Knalpot
Raphael Vanoli – gitaar en elektronica
Gerri Jäger – slagwerk en elektronica
Jozef Dumoulin – toetsen en elektronica

 LABtrio
Bram De Looze – piano
Anneleen Boehme – contrabas
Lander Gyselinck – slagwerk

 

Previous

Eigenzinnige Meesters bevolken Paranoia-festival

Next

Vroege jazzmodernist Jacques Schols (81) overleden

Lees ook