Drie steden, zes avonden, achttien concerten: Stranger than Paranoia bracht licht in de duisternis van de donkere dagen rond kerst. Met als hoogtepunt de Italiaanse en Poolse avonden in Paradox.

Jaar in jaar uit krijgt componist, bandleider en altsaxofonist Paul van Kemenade het toch weer voor elkaar. Al voor de 26ste keer is het hem gelukt een festival uit de grond te stampen, hoewel het elk jaar moeilijker wordt om het geld daarvoor bij elkaar te sprokkelen. Dat verdient grote waardering. Het begin en einde van dit festival, dit jaar van 23 tot en met 29 december, is traditiegetrouw in de Tilburgse jazzclub Paradox. Maar sinds enkele jaren zijn andere steden aangesloten. Concerten in het Amsterdamse Bimhuis en Brebl in Nijmegen maken nu onderdeel uit van het programma. Soms valt een stad af, zonder duidelijke redenen; bij eerdere edities waren er ook avonden in Breda en Den Bosch.

De Hammond Sandwich van Paul van Kemenade is zeker bijzonder te noemen. Het openingsconcert in Paradox werd in Brebl opnieuw uitgevoerd.

De opening in Paradox op 23 december werd dit jaar een dag later in zijn geheel in Brebl herhaald, een oude loods op het voormalige terrein van de Honig-fabrieken in Nijmegen, waar zowel de temperatuur als de akoestiek moeilijk beheersbaar zijn. Beide openingsdagen waren uitverkocht.

BIJZONDERE SANDWICH

Stranger than Paranoia heeft sterkere avonden gekend dan op de openingsdagen. Dit festival heeft ten doel om de bezoekers, met drie optredens per avond, te verrassen met onbekende muziek, bijzondere combinaties en onvermoede ontmoetingen. In Brebl was de enige die daaraan helemaal voldeed Van Kemenade zelf. Zijn Hammond Sandwich is zeker bijzonder te noemen. Zo vaak horen we niet twee Hammondorgels tegelijk op het podium zoeven, waarbij de Leslieboxen hun gestaalde vibrato’s tegen elkaar laten opboksen.

Het lijkt het recept voor rechttoe rechtaan funky jazz, maar daarmee wordt deze groep tekort gedaan. Waar Carlo de Wijs romantiek verpakt in vervorming, hakt Arno Krijger op zijn Hammondorgel in de traditie zoals het de oude Hammond voor ogen heeft moeten staan: romig en verleidelijk gekruid. Een mooie confrontatie waarbij de altsaxofoon en bugel niet alleen door twee Hammondorgels worden begeleid, maar de blazers met hetzelfde gemak de rol van begeleiders voor de orgels op zich nemen. In de eigen composities werden hardcore en vrije jazz gecombineerd tot een smeuïg geheel waarna de avond niet meer stuk leek te kunnen.

Leonid Vintskevich gaf een swingende en jazzy invulling aan een ‘Cellosuite’ van Bach.

Het Leonid Vintskevich Trio was op papier de ideale voortzetting van deze avond. Een Russisch trio dat muziek van Bach zou spelen in een bijzondere bezetting van piano, cello en saxofoon. Dit trio viel toch iets tegen; het bleek gewoner dan het zou moeten zijn. Hun optreden begon met een Cellosuite van Bach waarin Boris Andrianov behoorlijk dicht bij de originele partituur bleef en waaraan Leonid Vintskevich swingend een jazzy invulling gaf. Het ging pas een beetje mis toen Leonids zoon Nick Vintskevich de altsaxofoon aan zijn mond zette. Het saxofoongeluid klonk in Brebl genadeloos hard en de balans met de subtiele muziek van Bach verdween onder een dikke deken van saxofoongeweld. Wellicht was het meer de schuld van de akoestiek in Brebl dan van Nick, maar zonde was het wel.

De mooiste stukken doken weer op als de saxofoon even stopte, Leonid in de beste traditie van Bill Evans speelde en Boris zich zo veel als mogelijk aan de partituur hield. Alles bij elkaar was het een aardig optreden, maar niet de sensatie waarop we hadden gehoopt.

De openingsavond werd besloten met de feestband De Raad van Toezicht, dit keer in een uitgedunde vorm zonder violist en met slechts één gitarist en drummer. Met de term ‘feestband’ wordt deze groep enigszins tekort gedaan, daarvoor werd er te goed gesoleerd. Zeker door tenorsaxofonist Jesse Schilderink, die zijn solo fraai opbouwde met een rustig begin waarna hij bij elke chorus extra gas gaf, om te eindigen met een volstrekt loos gaande tenorexplosie. Het was in elk geval een feestelijke afsluiting van de openingsavond van Stranger than Paranoia.

Raad van Toezicht verzorgde goede solo’s tijdens het slotconcert in Brebl.

RAZENDE ARPEGGIO’S

Na de Kerst was Stranger than Paranoia weer terug in Paradox én in het Bimhuis. In Paradox was er een avond met louter Italiaanse groepen en één avond met Poolse groepen,  hier allemaal onbekend en zelden of nooit te horen op de Nederlandse podia. Precies wat de bedoeling is van dit festival. Van Kemenade zette met het Podiumtrio het festival voort in het Bimhuis. Dat was een groot succes, aldus Van Kemenade, met toch wat spijt in zijn stem. Want hij miste door zijn optreden in Amsterdam zelf de Italiaanse avond in Tilburg. En die mocht er zijn.

De muziek van altsaxofonist Nicola Mazzini was opgedragen aan kosmonauten en astronauten die in de jaren zeventig hun rondjes om de aarde draaiden.

Dat leek er in het begin nog niet echt op. Het XY Quartet van altsaxofonist Nicola Fazzini was er helemaal uit Venetië voor gekomen, speelde een degelijke set, van vooral saaie en karakterloze composities. De muziek was opgedragen aan kosmonauten en astronauten die in de jaren zeventig hun rondjes om de aarde draaiden en het leek of de muziek van dit kwartet ook in die tijd was blijven steken. Afgezien van de ruimtegeluiden die Saverio Tasca met een strijkstok uit zijn vibrafoon haalde, was het veel doorsnee neo-bop. Maar in de programmering van het festival moet dit soort risico’s worden genomen.

Tegenover dit kwartet stond Yellow Squeeds, het kwintet van gitarist Francesco Diodati, dat op zich niet beter was, maar wel van betere composities uitging waardoor de muziek meteen spannender werd. De springerige thema’s werden door de bijzondere ritmesectie, met de tuba in de hoofdrol, van een solide bodem voorzien waarop trompettist Francesco Lento en Diodati versieringen aanbrachten. Ze hielden het klein, met subtiele zachte piepjes uit de trompet en sliertjes gitaar erom heen. Niet spectaculair, maar wel zó spannend dat je rechtop op je stoel bleef zitten.

Het kwintet van gitarist Francesco Diodati ging uit van interessante composities, waardoor de muziek meteen spannend werd.

Het hoogtepunt van de Italiaanse avond was echter weggelegd voor Antonello Salis. Hij was eerder in ons land, maar dan als accordeonist. Nu speelde hij piano, en hóe. Salis stortte zich op de vleugel, ramde op de toetsen als een bootwerker, smeet af en toe wat rotzooi uit een plastic zak uit over de snaren en floot gezellig mee met flarden van thema’s en melodieën. Razende arpeggio’s en bijna romantisch te noemen stukken streden om aandacht, en het fraaie geluid van de vleugel wisselde af met het geluid van een speelgoedpiano door drumstokken in het binnenwerk van de vleugel te leggen. Deze kleurrijke Italiaanse Cecil Taylor onderstreepte met dikke uitroeptekens waarom Stranger than Paranoia van belang is voor de jazz in Nederland.

Antonella Salis, de kleurrijke Italiaanse Cecil Taylor onderstreepte met dikke uitroeptekens waarom Stranger than Paranoia van belang is voor de jazz in Nederland.

MAFHEID, SWING EN KWALITEIT

Dat belang werd een dag later nog verder onderstreept toen drie Poolse groepen onder het vergrootglas werden gelegd. Het was vreemd genoeg de slechts bezochte avond van Paranoia, en tegelijk een van de beste van de afgelopen 26 jaar. Als Paranoia iets aantoont is het wel dat er nog vele pareltjes in de wereld zijn te vinden waar we niets van af weten.

Grzegorz Karnas merkte op dat de titel ‘Stranger than Paranoia’ hem in verwarring bracht omdat die hem de indruk gaf dat hij in Polen zat.

Het begon al bijzonder met zanger Grzegorz Karnas die Poolse en Engelse teksten, maar  vooral woordloos zong. Een bezeten muzikant die bij het soleren van de bandleden het niet kon laten een stukje luchtgitaar mee te spelen. De teksten, voor zo ver verstaanbaar, waren tamelijk bizar en hij merkte ook op dat de titel ‘Stranger than Paranoia’ hem in verwarring bracht omdat die hem de indruk gaf dat hij dan in Polen zat. Karnas kon vrijuit gaan dankzij het hevig swingende en opzwepende trio dat hem de ruimte in lanceerde.

Krzysztof Kobyliński speelde in 2016 op Stranger than Paranoia met de Israëlische sopraan Reut Rivka.

Dit heftige voorgerecht kon rustig verteerd worden bij het solo-optreden van Krzysztof Kobyliński. Hij was de enige die we kenden omdat hij al in 2016 op dit festival met de Israëlische sopraan Reut Rivka had opgetreden. Toen werd spijtig opgemerkt dat hij maar één solonummer deed, een omissie die nu ruimschoots werd goedgemaakt. Hoe terecht die spijt was bleek nu. In tegenstelling tot het spectaculaire optreden van Salis een dag eerder, was het bij Kobyliński juist de subtiliteit van zijn door Chopin beïnvloede spel die indruk maakte. Tegelijkertijd ging zijn fantasie, net als bij Salis, alle kanten op. Van verstilde bezonken muziek ter ere van de Spaanse architect Antoni Gaudí en componist Igor Stravinsky tot een overdonderende solo waar het beste van Dave Brubeck om de hoek kwam kijken, het was allemaal van grote schoonheid.

De Poolse dag werd afgesloten met een optreden van het Laboratorium Quintet uit Krakau. Niemand kent dit kwintet, het komt immers uit Polen, maar zou wereldberoemd moeten zijn. In Polen, in de tijd dat dit land nog veilig achter het IJzeren Gordijn lag, was dit vanaf 1970 veruit de bekendste en populairste band. Het trad toen nog bijna alleen voor tienduizend of meer bezoekers in grote voetbalstadions op, en een enkele keer op festivals in het vrije Westen.

Bandleider en pianist Janusz Grzywacz en medeoprichter Marek Stryszowsk van het Laboratorium Quintet uit Krakau. Niemand kent dit kwintet, maar het zou wereldberoemd moeten zijn.

De band is de laatste jaren niet actief geweest. Maar bandleider en pianist Janusz Grzywacz heeft met medeoprichter Marek Stryszowsk de draad weer opgepakt en rijdt nu met hetzelfde gemak op en neer uit Polen om in Tilburg voor vijftig jazzliefhebbers te laten horen dat deze mannen op leeftijd niets, maar dan ook niets, aan mafheid, swing en kwaliteit hebben verloren. De band stond vroeger bekend als jazzrock-fusion band, maar is veel meer dan dit. Werkelijk alle muziekstijlen, van jazz, rock, rhythm & blues tot Arabisch en Latin, zijn als een spons opgezogen. Tijdens het optreden wordt die spons uitgeknepen en komen die invloeden er op de vreemdst mogelijke manier uit. En dat steeds met de meest uitzinnige swing die ik sinds tijden hoorde, niet in het minst dankzij het jongste bandlid drummer Grzegorz Grzyb en de wat oudere basgitarist Krzysztof Scieranski. Het zijn dit soort optredens die Stranger than Paranoia uniek maken en nog een lang leven doen verdienen.

Tekst en foto’s TOM BEETZ

Stranger Than Paranoia
Paradox Tilburg, Brebl Nijmegen, Bimhuis Amsterdam, 23-29 december 2018

Van Kemenade’s Hammond Sandwich
Carlo de Wijs en Arno Krijger – Hammondorgel
Paul Van Kemenade – altsaxofoon
Jeroen Doomernik – bugel
Chris Strik – drums

Leonid Vintskevich Trio
Nick Vintskevich – sopraan- en altsaxofoon
Leonid Vintskevich – piano
Boris Andrianov – cello

De Raad van Toezicht
Joël Botma – trompet
Yoran Aarssen – altsaxofoon
Jesse Schilderink – tenorsaxofoon
Sam Thomas – trombone
Jasper Mellema – toetsen
Philipp Frenzel – toetsen
Teun Creemers – bas
Bouke Hofma – drums

Nicola Fazzini XY Quartet
Nicola Fazzini – altsaxofoon
Alessandro Fedrigo – basgitaar
Saverio Tasca – vibrafoon
Luca Colussi – drums
Antonello Salis – piano

Francesco Diodati Quintet ‘Yellow Squeeds’
Francesco Diodati – gitaar
Glauco Benedetti – tuba
Francesco Lento – trompet
Enrico Zanisi – piano
Enrico Morello – drums

Karnas Formula Quartet
Grzegorz Karnas – zang
Elchin Shirinov – gitaar
Alan Wykpisz – bas
Grzegorz Masłowski – drums

Krzysztof Kobyliński
Krzysztof Kobyliński – piano

Laboratorium Quintet
Janusz Grzywacz – keyboards, zang
Marek Stryszowski – zang, fluit, sopraansaxofoon
Krzysztof Scieranski – basgitaar
Marek Raduli – percussie
Grzegorz Grzyb – drums

www.strangerthanparanoia.nl

Previous

Uitreiking Boy Edgar Prijs vol schitterende optredens

Next

Feest bij wisseling van pianowacht bij Paradox

Lees ook