De grote verrassing van de eerste dag van het North Sea Jazz Festival 2023 kwam van de Deense altsaxofonist Mette Rasmussen, zo schreef ik in het verslag van die dag. Op de tweede dag speelde zij opnieuw een rol van betekenis, nu in de big band van Gard Nilssen. Dat de zaterdag gezapig zou verlopen werd al niet verwacht, maar qua intensiteit en heftigheid deed die niet onder voor de openingsdag.

Jan Garbarek schreef het langste optreden van het festival op zijn naam.

Degelijkheid was ook een kenmerk. Vroeg in de middag opende saxofonist Jan Garbarek met het langste optreden van het festival. Het werd een demonstratie van zijn statuur en uitgebreide aandacht voor zijn sidemen, van wie tablaspeler Trilok Gurtu zeker zo’n indrukwekkend cv achter zijn naam heeft staan. Aan het spel van Garbarek valt geen vlekje te ontdekken. Ik miste de kleine foutjes die briljant worden opgelost. Bij hem gebeurt dat niet, zeker niet op tenorsaxofoon. Op zijn gebogen sopraansaxofoon is hij spannender, misschien ook omdat zijn slangenbezweerderstoontje mooi kleurde met de tabla’s van Gurtu, die uitgebreid de ruimte kreeg om zowel op tabla als op zijn drumstel een demonstratie van zijn kunnen te geven.

Trilok Gurtu speelde samen met de leider een hoofdrol bij het concert van Jan Garbarek.

Het karakter van dit optreden stond in schril contrast met het Africa/Brass-project van Charles Tolliver. Hij had zijn trompet thuis gelaten en stortte zich met zijn hele hebben en houwen op het befaamde John Coltrane-album Africa/Brass. Wat hij met één middag repeteren met het New Rotterdam Jazz Orchestra had bereikt, grenst aan het ongelooflijke. Dit orkest dat uit de top van jonge, op het Codarts Rotterdam afgestudeerde musici bestaat, aangevuld met de Britse saxofonist Binker Golding en een superritme-trio waarin Alvin Queen de maat sloeg, maakte er een groot feest van. De Italiaanse pianist Antonio Faraò met het toucher van een heiblok, ramde elke noot erin. De band speelde met de dynamiek die je van de beste New Yorkse band zou verwachten. Hun uitvoering van dit album uit 1961 doorstond elke vergelijking met glans.

Annie Caldwell Brown maakt deel uit van The Staple Singers.

Wie dacht dat daarmee het hoogtepunt van de bigbandmuziek was bereikt had het mis, zoals later bleek bij Gard Nilssen’s Supersonic Orchestra. De term ‘supersonic’ werd door altsaxofoniste Mette Rasmussen letterlijk genomen, toen ze het optreden opende met een solo vol flageolettonen en daarmee het orkest de ruimte in stuurde. Wie zou denken dat zij haar fenomenale optreden een dag eerder nog eens dunnetjes over zou doen, kwam bedrogen uit. Zij deed er nóg een schepje bovenop. Dit orkest met drie drummers, drie contrabassisten en de crème de la crème van de Scandinavische jazzmusici kon het als avant-garde orkest hoe dan ook opnemen tegen Charles Tolliver’s orkest en er een onbesliste bigband-battle van maken.

Gard Nilssen’s Supersonic Orchestra manifesteerde zich zonder meer als supersonic. Gard Nilssen is de meest rechts opgestelde drummer.

Wie van heftige muziek houdt, zat die zaterdag toch al goed. Basgitarist MonoNeon, vermomd en verpakt in een bizar breiwerkje, speelde heftige funk. Jacob Banks zong met een rauwe stem die niet zou misstaan bij een marktkraam, bepaald niet onverdienstelijke Britse soul, maar de jazzaandacht ging uit naar altsaxofoniste Lakecia Benjamin. Ze speelt heftige jazz, niet zo uit de box als bij Mette Rasmussen, maar veel meer met beide benen in de jazztraditie van de blues. Blues met een rauw randje waar de geest van John Coltrane boven zweeft. Haar eerbetoon aan John en Alice Coltrane bracht ze met een zinderende uitvoering van My Favorite Things, waarmee het echtpaar Coltrane zeer tevreden zou zijn.

MonoNeon had zichzelf verpakt in een bizar breiwerkje.

Bijkomen van al deze heftige emoties kon bij harpiste Brandee Younger, waar een rij van een kleine honderd meter voor de deur stond te wachten omdat de zaal al stampvol was. Ook zij baseert haar muziek op de inspiratie die Alice Coltrane haar biedt. Haar harpspel is echter veel minder jazzy en meer gebaseerd op de traditionele klassieke benadering van dit instrument.

Brandee Younger baseert haar muziek op die van Alice Coltrane.

Dat kan niet worden gezegd van de Canadese  freejazz-tenorsaxofoniste en fluitiste Anne Webber. Zij behoort tot de New Yorkse avant-garde die de meest rustige vorm van vrije jazzmuziek speelt. Het is knap en interessant, maar haar minimal freejazz was te veel naar binnen gekeerd om makkelijk contact met de luisteraar te maken.

De breekbare Abdullah Ibrahim bracht muziek die als een mokerslag binnen kwam.

De oude pianoreus Abdullah Ibrahim, inmiddels 88 jaar, zat er breekbaar bij en speelde ook breekbaar. Muziek waar je stil van werd en in zijn eenvoud en schoonheid als een mokerslag binnen kwam. Hij speelde met een duo van bas en fluit, niets mis mee. Zeker de bassist speelde mooi, maar het waren vooral uitgestrekte momenten waar Ibrahim onhoorbaar bleef.

Lakecia Benjamin speelt jazz die is gegrondvest op de bluestraditie.

Was er ook muziek waarop je los kon gaan? Zeker, want afgezien van de popacts die per definitie, voor zoveel mogelijk in de propvolle grote zalen, de beentjes doen bewegen werd er enthousiast meegezongen, meegeklapt en meegedanst bij de Staple Singers. Zij doen precies wat je verwacht. Ze schreeuwen de soul uit hun lijf en maken er een feestje van.

Kenny Garrett’s muziek is energie in gecondenseerde vorm.

Opnieuw een geslaagde North Sea-dag die werd afgesloten met saxofonist Kenny Garrett. Het album Sounds from the Ancestors heeft hij op zijn eigen sound geschreven. Je krijgt bij hem altijd wat je verwacht, niet meer en niet minder: energie in gecondenseerde vorm.

Foto’s en tekst TOM BEETZ

NORTH SEA JAZZ FESTIVAL

Ahoy’ Rotterdam, 8 juli ‘23

Jan Garbarek Group
Jan Garbarek – sopraan- en tenorsaxofoon
Rainer Brüninghaus – piano
Yuri Daniel – contrabas
Trilok Gurtu – percussie

Charles Tolliver & New Rotterdam Jazz Orchestra
Binker Golding– tenorsaxofoon
Charles Tolliver – trompet
Antonio Faraò – piano
Chris Dahlgren – contrabas
Alvin Queen – slagwerk
New Rotterdam Jazz Orchestra

Gard Nilssen’s Supersonic Orchestra
Maciej Obara
– altsaxofoon
Signe K. Emmeluth – altsaxofoon
Mette Rasmussen – altsaxofoon
Eirik Hegdal – baritonsaxofoon
Per Texas Johansson – tenorsaxofoon en basklarinet
Fredrik Ljungkvist – tenorsaxofoon
Kjetil Møster – tenorsaxofoon
Guro Kvèle – trompet
Thomas Johansson – trompet
Goran Kafjes – trompet
Erik Johannessen – trombone
Petter Eidh –basgitaar
Ingebrigt Haker Flaten – contrabas
Ole Morten Vagan – contrabas
Gard Nilssen – slagwerk
Hans Hulbaekmo – percussie
Hakon Mjaset Johansen – percussie

Jason Banks Trio
Jacob Banks
– zang
Daniel Byrne – gitaar
Garrit Tillman – drums

Lakecia Benjamin
Lakecia Benjamin – altsaxofoon
Zakkal Curtis – piano
Ivan Taylor – contrabas
EJ Strickland – slagwerk

Brandee Younger Trio
Brandee Younger – harp
Rashaan Carter – contrabas
Allan Mednard – slagwerk

MonoNeon
Xavier Lynn
– gitaar
Charlie Brown – toetsen
MonoNeon – basgitaar en zang
Devin Way – slagwerk

Anna Webber Simple Trio
Anna Webber – fluit en tenorsaxofoon
Matt Mitchell – piano
John Hollenbeck – slagwerk

Abdullah Ibrahim Trio
Cleave Guyton – fluit, piccolo, saxofoon
Abdullah Ibrahim – piano
Noah Jackson – contrabas en cello

The Staple Jr. Singers
Edward Brown – zang
Annie Caldwell Brown – zang
A.R.C. Brown – gitaar
Joe Caldwell Sr. – gitaar
Joe Caldwell Jr. – contrabas
Abel Caldwell – slagwerk

Kenny Garrett & Sounds from the Ancestors
Melvis Santa – zang en toetsen
Kenny Garrett – alt- en tenorsaxofoon
David Brown – piano
Corcoran Holt – contrabas
Ronald Bruner – slagwerk
Rudy Bird – percussie

www.northseajazz.com

Previous

North Sea Jazz Festival ruimt plek in voor beetje oud en veel jong

Next

Openingsconcerten Gent Jazz klinken als een klok

Lees ook