JazzNu heeft januari 2020 uitgeroepen tot de Maand van de Tenorsaxofonisten. In 2016, 2017 en 2018 kwamen respectievelijk de Maand van de Contrabas, de Maand van het Slagwerk en de Maand van de Piano aan bod. in 2019 was er geen ‘Maand van…’

De tenorsaxofoon krijgt aandacht middels vijf interviews met rietblazers, die op de vier zaterdagen van januari en de eerste zaterdag van februari worden gepubliceerd. Ieder van de gekozen musici leverde een specifieke bijdrage aan de ontwikkeling van de jazz- en improvisatiemuziek in Nederland. Ab Baars beet op 4 januari het spits af, op 11 januari werd Mete Erker belicht, op 18 januari Yuri Honing, op 25 januari Ada Rave en Ties Mellema sluit op 1 februari de serie af.

 

Ties Mellema begint na een ziekte aan een tweede muzikale leven, met veel improvisatie.
Ties Mellema begint na een ziekte aan een tweede muzikale leven, met veel improvisatie.

Na een levensbedreigende ziekte die hem tweemaal trof, is Ties Mellema sinds kort aan een tweede muzikaal leven begonnen. Improviseren is daarin een kunst waarin hij zich verder wil bekwamen. “Vijfentwintig jaar heb ik heel goed geweten wat ik wilde”, zegt Ties Mellema. “En toen ik in 2015 lymfklierkanker kreeg, stond ik van de ene op de andere dag stil.”

Ties Mellema werd uitgebreid behandeld, waarna de kanker verdween. Maar kort daarop dook de ziekte weer op in zijn lichaam. Na nieuwe behandelingen is hij nu ‘schoon’. “Ik wil nu een nieuwe weg voor mezelf gaan vinden”, zegt hij. “Ik heb een klassieke achtergrond. En speelde die muziek ook vaak. Van alle muziek die ik maakte, was het grootste deel opgeschreven. Maar nu wil ik niet meer het podium op met een stapel papieren. Ik wil voortaan mijn eigen dingen gaan doen: elektronische muziek, minimal music, eigentijds gecomponeerd en vooral gaan improviseren. Dat vind ik noodzakelijk. Want al mijn ideeën komen voort uit improvisatie, anders lukt niet wat ik onder handen heb.”

Aan de tenorsaxofoon van Ties Mellema is een klep aangepast, omdat zijn rechterhand ooit zwaar geblesseerd raakte bij een ongeval. Normaal wordt deze klep bespeeld met de pink, Ties Mellema gebruikt hiervoor zijn duim.
Aan de tenorsaxofoon van Ties Mellema is een klep aangepast, omdat zijn rechterhand ooit zwaar geblesseerd raakte bij een ongeval. Normaal wordt deze klep bespeeld met de pink, Ties Mellema gebruikt hiervoor zijn duim.

Improvisatie heeft altijd een rol gespeeld in het leven van Ties Mellema. “Ik wilde me nooit ontwikkelen op een bebopmanier. Liever met weinig een verhaal vertellen. Ik heb altijd gevochten tegen de bewering dat jazz vrijer moet zijn dan klassiek. Dat was zo tot 2015. Nú vind ik dat als ik een compositie op de lessenaar heb staan met een andere naam dan die van mij, het reproductie is. Improviseren is zoals jij en ik nu met elkaar praten. Je speelt een noot, twee, drie. Dan heb je een improvisatie van drie noten, je doet er een rust bij en ziet: zo kan het!”

Om tijdens het improviseren niet in herhalingen te vallen, vindt Ties Mellema dat je een vocabulaire moet opbouwen. “Dat is heel persoonlijk, moet je goed voorbereiden. Voor John Coltrane ging dat heel bewust en ook onbewust, het was telkens anders. Voor anderen geldt misschien dat de noten goed getimed moeten zijn. Of ze beginnen telkens met een ander motiefje. In klassieke muziek speel je steeds dezelfde noten. Soms gebeurt dat niet. Hoe dat komt? Ik zou het niet weten.”

“Ik moet nog gaan focussen wat ik precies wil de komende tijd. Ik heb een dikke 25 jaar heel zeker geweten wat ik wilde met mijn saxofoons, nu ben ik onzeker over welke kant ik op moet. Ik heb wel wat conclusies getrokken, maar die moeten nog bezinken. Iets goeds wat ik aan mijn ziekte heb overgehouden, is dat ik nu scherpere keuzes maak. Fysiek en mentaal kan ik minder dan voorheen. Ik hoop dat mijn conditie nog wat verbetert. Mijn longen zijn trouwens nog goed, ik kan nog even lange frases blazen als altijd.”

Ties Mellema: "De tenorsaxofoon is vooral een beest, dat moet je overheersen, welke stijl je ook speelt."
Ties Mellema: “De tenorsaxofoon is vooral een beest, dat moet je overheersen, welke stijl je ook speelt.”

Goed, tot zover de ziekte en de nieuwe manier van improviseren. Deze serie gaat echter over tenorsaxofonisten. Ties Mellema is er één van, hoewel hij niet voor dat ene gat dat tenorsaxofoon heet, is te vangen. Hij speelt ze alle vier: de sopraan-, alt-, tenor- en baritonsaxofoon. “Toen ik ging studeren bij Arno Bornkamp, had ik alle vier die saxofoons. Ik wilde ze ook alle bespelen. Maar ik had toen al de meeste dispositie met de tenorsax: hij past bij mijn lichaam. Als je klassieke saxofoon studeert, is die toegespitst op de altsax. Maar omdat de alt een instrument is waar je alle kanten mee op kunt, is het ook een beladen instrument. Je moet er meer invulling aan geven. De tenorsaxofoon is vooral een beest, dat moet je overheersen, welke stijl je ook speelt. Als het over de baritonsaxofoon gaat is het meteen duidelijk: dát is een bariton.”

“In de klassieke muziek is er tegenwoordig veel repertoire voor saxofoon. Maar ik wilde gewoon alle muziek spelen,. Een saxofoon is voor mij gewoon een middel om muziek te kunnen maken. Daarom is het voor mij ook niet zo belangrijk op welke saxofoon ik dat doe. Bovendien is een saxofoon ook een relatief goedkoop instrument. Voor de prijs van een fagot kun je een auto kopen. De saxofoon is het kind van de industriële revolutie.”

“Als ik wil improviseren gaat dat ‘by far’ het best op de tenorsax. Ik heb daar een goede verbinding met hoofd-hart-vingers. Ik speel overigens wel het vloeiendst op de baritonsax. Dat komt door de vele uren die ik er op heb geoefend. Maar het liefst speel ik tenor. Welk instrument ik kies zal ik altijd wel van het repertoire laten afhangen. Als ik vier saxofoons nodig heb, neem ik ze alle vier mee. Het is immers het stuk gereedschap waarmee je je verhaal vertelt. Voor mij is het heel eenvoudig: zet hier een tubax (soort contrabassaxofoon, rvdh) neer en ik speel er op.”

De tenorsaxofoon van Ties Mellema is een Selmer Super Action Serie II uit 1996.
De tenorsaxofoon van Ties Mellema is een Selmer Super Action Serie II uit 1996.

Vier saxofoons bespelen, hoe ging dat met die instrumenten onder de knie krijgen? “Misschien is de tenorsaxofoon wel de moeilijkste, omdat hij zo weerbarstig is. Dat is de baritonsax ook, maar daar accepteer je het. Als je heel flexibel wilt zijn moet je minder weerstand zoeken, meer de diepte in. Een altsaxofoon blijft altijd flexibel genoeg. Wil je bij de tenor diep gaan en lange volle noten spelen, dan heb je een ‘set-up’ met meer weerstand nodig.”

“Bij de jazzsound is de saxofoon heel belangrijk, bij klassiek niet. Daar moet je in één programma Bach, Stockhausen en Rachmaninov kunnen spelen. In alle gevallen is de volgorde van belangrijkheid bij saxofoonspelen: de uitvoerder, het riet, het mondstuk, dan de hals, body en beker. Ik heb een tenorsaxofoon Selmer Super Action Serie 2 uit 1996. Vroeger speelden jazzsaxofonisten vaak op een instrument dat hun helden ook bespeelden. De Selmer Mark VI was nieuw in de tijd van Michael Brecker en John Coltrane. Als ik alleen jazz zou spelen zou ik ook kiezen voor de Mark VI of de Selmer Action. Mijn tenorsax is misschien niet zo geschikt, maar ik speel er alles op.”

Ties Mellema: "Ik wilde naar Leo van Oostrom op het conservatorium in Den Haag, maar ben uiteindelijk afgestudeerd bij Arno Bornkamp in Amsterdam.”
Ties Mellema: “Ik wilde naar Leo van Oostrom op het conservatorium in Den Haag, maar ben uiteindelijk afgestudeerd bij Arno Bornkamp in Amsterdam.”

Riet en mondstuk zijn bij saxofoons alles bepalend. “Ik heb twee heel extreme mondstukken. Het ene is een 10Mfan, het is vergelijkbaar met de Otto Link nr. 8. Maar de 10Mfan is veel gemakkelijker. Mondstuk en riet zijn het belangrijkst, het instrument veel minder. Mijn andere mondstuk is een Vandoren Optium type TL3. Een tenorsax drukt veel meer zijn stempel dan een alt, een bariton trouwens ook. Ik wacht op instrumentbouwer Benedikt Eppelsheim, hij maakt hele gekke instrumenten. De man is een genie. Die zou een alt-, bariton- en tenorsaxofoon moeten maken. Saxofoons kunnen niet ver meer doorontwikkeld worden, maar hij zou het wel kunnen.”

Ties Mellema begon op achtjarige leeftijd saxofoon te spelen. “Ik meen op een alt. Ik kom uit Tholen, ik volgde de muziekschool in Bergen op Zoom. Op zeker moment wilde ik naar het conservatorium. Maar docenten zeiden: jij kunt zo goed leren, ga liever naar de universiteit. Als puber van zestien ging ik voor een jaar naar Amerika, naar North Carolina. Op school daar plaatsten ze mij bij de ‘seniors’. Ik dacht het beste medicijnen of rechten te gaan ‘doen’. Tot iemand tussen neus en lippen door zei: ‘Ik dacht dat jij musicus was’. Dat opende mijn ogen. Terug in Nederland kwam ik in de vijfde klas van het gymnasium. Decaan Ome Leo liet mij weten dat hij nooit anders had meegemaakt dan dat jongens als ik voor kunst kozen. Waarop ik dacht: als dat zo is, laat ik het maar proberen. Ik ben me toen gaan voorbereiden om audities aan het conservatorium te doen. Ik wilde naar Leo van Oostrom in Den Haag, maar ben uiteindelijk afgestudeerd bij Arno Bornkamp in Amsterdam.”

De prachtige 'muziekmachine' van Ties Mellema.
De prachtige ‘muziekmachine’ van Ties Mellema.

Ties Mellema studeerde af als klassiek musicus. “Maar ik heb altijd veel met jazz gehad. Als je de saxofoon wilt horen, luister je naar jazz. Nu wil ik me niet meer vastpinnen op een stijl. Als klassieke saxofonist moet je op een podium zoektochten ondernemen. Een jazzsaxofoon heeft een hele weg voor zich liggen.” Heb je dan voordeel als je klassiek hebt gestudeerd? Ties Mellema lacht: “Nee. Rollins en Coltrane hebben dat ook niet gedaan. Veel jazzopleidingen bieden als bijvak klassiek. Als je studeert wat je wordt voorgeschreven, kom je er ook wel. Er zijn maar heel weinig mensen die jazz én klassiek onder de knie hebben. David Kweksilber is zo iemand, Wynton Marsalis ook. Klassiek heeft tienduizend uur nodig, maar jazz ook.”

Hoewel Ties Mellema zijn vier saxofoons uitermate kundig bespeelt, zal volledige beheersing een utopie blijven. “Dat lukt nooit. Hoogstens dat je tijdens pakweg twee concerten per jaar denkt: misschien wordt het wat. Elke twee jaar doe ik iets met mijn embouchure. Twee weken geleden heb ik besloten mijn mondstuk niet meer zo ver in mijn mond te doen. Over twee jaar wordt het weer wat anders. Zo nam ik in 2005 het besluit dat een saxofoon het gewoon moet doen zodat je er gemakkelijk op kunt spelen. Geen gedoe, niet te veel gehannes met intonatie, applicatuur. Allereerst moet de saxofoon geluid maken, daarna pas gaan we over andere zaken praten, zoals het geluid.”

Er zijn zoveel saxofonisten, maar het is niet zo dat ze allemaal hun eigen geluid hebben. “Het is een open deur, maar ik probeer het ook mijn leerlingen mee te geven: probeer vooral jezelf te zijn. Het is gechargeerd wat ik nu zeg, maar ik heb zeven jaar geprobeerd mijn docent Arno Bornkamp na te spelen. Ook tijdens mijn eindexamen. Arno zei later dat het niet slecht was wat ik deed, maar hij zou het nooit zo doen. Daarom moet je trouw aan jezelf zijn. Een goede techniek is een vrije techniek. Dan krijg je het natuurlijkste geluid dat bij jou past. Na de periode bij je leraar moet je je vrij vechten. Ralph van Raat, Remy van Kesteren, Paul van Kemenade, Martin Fondse, allemaal zijn ze hun eigen ding gaan doen. En John Coltrane ook!” Prima dat eigen geluid, maar hoe krijg je dat? “Je moet op twee dingen letten: veel ademsteun en zorgen dat je mondhoeken naar voren komen. Al het andere is te veel. En heel veel luisteren, uren en uren.”

Ties Mellema: "Een goede techniek is een vrije techniek. Dan krijg je het natuurlijkste geluid dat bij jou past."
Ties Mellema: “Een goede techniek is een vrije techniek. Dan krijg je het natuurlijkste geluid dat bij jou past.”

“Ik ben nu ook aan het componeren geslagen. Ik heb een ontwikkelingsbudget bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten aangevraagd en gekregen. Dat componeren is uit nood geboren. Ik lag veel in het ziekenhuis en kon toen geen saxofoon spelen. Dus heb ik daar wat gepield met een keyboard en samples. Voor mij was dat een manier om muziek te maken waarin ik niet ben geschoold. Zo kun je gewoon met composities meespelen. Ik studeer die muziek wel als een klassiek stuk in. Daar heb je niemand bij nodig en dat vind ik ook wel lekker.”

En zo is Ties Mellema bezig om een nieuwe wereld voor zichzelf te scheppen. Noodgedwongen door zijn ziekte, maar ook omdat hij vindt dat je het aan jezelf verplicht bent om je telkens te vernieuwen. “En dan bedoel ik niet de muziekwereld. Trane was de ultieme vernieuwer. Stel je voor dat je Coltrane bént. Je hebt net Giant Steps gemaakt en dan hoor je Ornette Coleman voorbij komen. Je denkt: zo open en zo vrij wil ik ook met muziek bezig zijn. Trane is dat ook gaan doen. En zo kwam Om er (een album van Coltrane, opgenomen in 1965 en uitgebracht in het jaar van zijn dood, 1967, rvdh). Een bak teringherrie, maar wel geweldig.”

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

WWW . TIES MELLEMA . NL

 

 

Previous

Paradox Jazz Orchestra staat meteen als een woudreus

Next

Sterk staaltje van Henneman, Branch en La Berge

Lees ook