Jazzgereedschap

Ada Rave en de noodzakelijke moed om te soleren

JazzNu heeft januari 2020 uitgeroepen tot de Maand van de Tenorsaxofonisten. In 2016, 2017 en 2018 kwamen respectievelijk de Maand van de Contrabas, de Maand van het Slagwerk en de Maand van de Piano aan bod. in 2019 was er geen ‘Maand van…’

De tenorsaxofoon krijgt aandacht middels vijf interviews met rietblazers, die op de vier zaterdagen van januari en de eerste zaterdag van februari worden gepubliceerd. Ieder van de gekozen musici leverde een specifieke bijdrage aan de ontwikkeling van de jazz- en improvisatiemuziek in Nederland. Ab Baars beet op 4 januari het spits af, op 11 januari werd Mete Erker belicht, op 18 januari volgde Yuri Honing, op 25 januari komt Ada Rave aan het woord en Ties Mellema sluit op 1 februari de serie af.

Ada Rave: "Ik verheug me er enorm op om de mogelijkheden van de basklarinet te verkennen."
Ada Rave: “Ik verheug me er enorm op om de mogelijkheden van de basklarinet te verkennen.”

Tenorsaxofoniste Ada Rave had in Buenos Aires al een professionele carrière voordat ze naar Nederland kwam om zich in de Nederlandse improscene te mengen. Paardrijden en rotsklimmen in het ruige Patagonië gaven haar de moed om solo op te treden.

“Ik heb een kamer voor mezelf nodig”, zegt Ada Rave (1974) met een lach naar de instrumenten die de halve woonkamer van het Amsterdamse tweekamerappartement in beslag nemen. In het midden troont het kinderdrumstel van haar zoon (bijna 4). Op de plankenvloer ligt, in een opengeslagen koffer, haar nieuwste aanwinst te glimmen: een basklarinet. “Is hij niet prachtig?” Ze zet het instrument even aan haar mond om een paar diepe tonen te laten horen en vertelt dan hoe fijn en belangrijk het was om de eerste levensjaren van haar zoon zoveel mogelijk samen met hem en zijn vader, pianist Nicolás Chientaroli, door te brengen.

Maar hoe tegelijkertijd de betekenis van Virginia Woolfs A Room of One’s Own tot haar doordrong: hoe noodzakelijk het is om ruimte voor haarzelf te hebben. Als zoonlief binnenkort naar school gaat, kan zij het dagelijks studeren weer oppakken. “Ik verheug me er enorm op om de mogelijkheden van de basklarinet te verkennen. Ik moet alles oefenen: de embouchure, de vingerzetting, de klank, de toonladders – het is allemaal anders dan op de tenorsaxofoon.”

Ada Rave: "In een solo ben je helemaal op jezelf aangewezen. Je moet in je eentje de spanning vasthouden.”
Ada Rave: “In een solo ben je helemaal op jezelf aangewezen. Je moet in je eentje de spanning vasthouden.”

Ada Rave is een Argentijnse tenorsaxofoniste die sinds 2013 in Amsterdam woont. Ze is een actieve, veelgevraagde muzikant, ze organiseert de Impro Jamsessies in café De Ruimte in Amsterdam en ze geeft les. Opvallend aan haar spel is de combinatie van een zelfverzekerde toon met een onderzoekende speelstijl. Dat laat ze niet alleen horen wanneer ze in groepsverband speelt, zoals met haar eigen trio met Wilbert de Joode (contrabas) en Nicola Hein (geprepareerde guitaar) en met het Kaja Draksler Octet, maar ook in soloconcerten die ze geeft.

“Ik hou gewoon van solo’s”, zegt ze eenvoudig. “Als publiek vind ik solo’s interessant omdat ze zo avontuurlijk zijn. Je voelt de adrenaline. In een solo ben je helemaal op jezelf aangewezen. Je moet alle concrete gedachten die in je opkomen wegduwen om op een emotioneel niveau verbinding te maken met het publiek. Je moet in je eentje de spanning vasthouden.”

SOLO

Hoe doet ze dat, als ze in haar eentje in bijvoorbeeld De Ruimte of Zaal 100 staat, twee podia in Amsterdam waar ze solo optrad? “Denk niet dat ik niet bang ben”, zegt ze meteen. “Dat ben ik wel. Maar als de wil vanuit je hart komt, moet je jezelf uitdagen. Je bent als een solozeiler, je moet al je technieken inzetten en alles wat je van jezelf als mens in je hebt, in al deze jaren op aarde, op de plek waar je nu bent. Dat is enorm uitdagend. Net als tijdens een solozeiltocht word ik soms overvallen door een gevoel van eenzaamheid. Daar moet ik op dat moment mee zien te dealen. Het publiek ziet alles. Ik ben bloot. Zo voelt het echt: dit ben ik, dit is wat ik ben. Soms word ik verlegen, dan moet ik mijn ogen dichtdoen, durf ik het publiek niet aan te kijken.” Aan haar eerste solo, in 2014, denkt ze niet met plezier terug. Maar dat geeft niet, vindt ze. “Hoe lelijk of ongemakkelijk ook, je moet het doen, je moet de ervaring opdoen. Je moet moedig zijn.”

De tenorsaxofoon van Ada Rave is een Selmer Balance uit 1938.
De tenorsaxofoon van Ada Rave is een Selmer Balance uit 1938.

Die moed deed Ada op in Argentijns Patagonië, waar ze werd geboren en tot haar negende woonde. “Het is fantastisch om op te groeien in Patagonië. Het is een ruig gebied. Als kind speel je met hagedissen, spinnen en stokken. Je beklimt rotsen. Je rijdt paard. Ik woonde honderd meter van de kust en honderd kilometer van een gletsjer. Ik ontsnapte thuis en jokte dan tegen een paardeneigenaar dat ik van mijn vader in mijn eentje mocht rijden. En daar ging ik, ik was één met het paard, met de wind, met de leegte.”

Haar jeugd heeft invloed op wie ze nu is en wat ze speelt, vertelt ze. “Je leert zó veel van de natuur, van dieren, bijvoorbeeld over leven en dood: je vindt skeletten met een vel en leert dat het dier de eenzaamheid heeft gezocht om te sterven. In Zuid-Amerika is veel oude wijsheid. Veel mensen zijn weliswaar analfabeet, maar ze bezitten veel kennis. Juist door deze mensen ben ik beïnvloed. Ik voel me nog altijd een natuurmens, al woon ik al jaren in de stad.”

JIMI HENDRIX

Al in Patagonië ontstond Ada Rave’s liefde voor muziek. Op haar zesde kreeg ze een radio-cassetterecorder, waarmee ze in de jaren tachtig muziek begon op te nemen. “Ik luisterde alles door elkaar: rock van Jimi Hendrix, Zuid-Amerikaanse muziek, veel Engelse rock, popmuziek, jazz, Louis Armstrong. Ik was niet gebonden aan een stijl.” Op haar twaalfde, het gezin was inmiddels naar Buenos Aires verhuisd, vroeg ze om een tenorsaxofoon en op haar dertiende verjaardag kreeg ze er een: een Weril, een “slecht, maar lief instrument” van Braziliaanse makelij. Dat jaar kocht ze haar eerste album van Branford Marsalis. Geweldig vond ze hem. “Maar Led Zeppelin net zo goed. En Charlie Parker.” Ze leerde zichzelf spelen door dagelijks uren te oefenen. Ze richtte bands op en speelde daarmee al tijdens haar middelbareschooltijd in bars: blues, reggae and rockmuziek.

Ada Rave is meer een improvisatiemusicus dan een notenlezer.
Ada Rave is meer een improvisatiemusicus dan een notenlezer.

Op haar zeventiende kreeg ze een cassette van het John Coltrane Quartet. “Dat was een scharniermoment. Toen wist ik dat ik jazz wilde spelen.” Hoe actief ze als muzikant ook was, het duurde nog een tijd voordat ze besloot haar leven aan de muziek te wijden. Na de middelbare school ging ze biologie studeren. Ze stopte zelfs met saxofoon spelen, en stapte over naar viool. Met een nieuw instrument zou het makkelijker zijn om muziek als hobby te beschouwen. Naast haar universitaire studie nam ze vioollessen. De truc mislukte.

“Toen ik op een dag een altsaxofoon zag staan in het conservatorium waar ik klassiek vioolles had en er voor de gein even op speelde, dacht ik: waar ben ik mee bezig?! Ik wil sax spelen!” Ze nam een kantoorbaan om een goede tenorsaxofoon te kunnen kopen, een professionele Yamaha uit de jaren tachtig. Een infrastructuur voor jazz was er nog niet. Ze nam privélessen van tenorsaxofonist Carlos Lastra en cornettist Enrique Noriz. Zij waren geweldige mentoren, vertelt ze.

Ada Rave vindt dat ze met de Selmer Balance tenorsaxofoon meer haar eigen ding kan doen.
Ada Rave vindt dat ze met de Selmer Balance tenorsaxofoon meer haar eigen ding kan doen.

Van haar tweeëntwintigste tot haar tweeëndertigste studeerde ze, speelde in bands, organiseerde jamsessies en gaf les. En toen in 2007 een conservatorium werd opgericht waar ze jazz kon studeren, schreef ze zich direct in, vanwege de revolutionaire aanpak. “Het ging er niet over leraren en studenten, en al helemaal niet over pedagogiek. Ze wilden geen leraren kweken, ze wilden een levendige muziekscene ontwikkelen met mensen die een professionele muziekcarrière wilden opbouwen. Ze probeerden studenten zo te selecteren dat ze makkelijk ensembles konden vormen.”

VRIJER SPELEN

Toen al wist Ada Rave dat ze meer een improvisatiemuzikant was dan een notenlezer. “We leerden verschillende jazzstijlen spelen. Dat was heel tof, maar het voelde niet als mijn muziek. Ik voelde me beperkt in de jazz. Ik wilde de sound meer openbreken. Dus ik ging mensen opzoeken die vrijer speelden. Er was destijds in Buenos Aires een kleine improvisatiescene, rond heel interessante muzikanten als bassist Pablo Vasquez en drummer Augusto Urbini. Met hen ging ik voor het eerst experimenteren en onderzoeken wat ik wilde spelen.” Ze had in die tijd haar eigen kwintet, Proyecto Organico Rave, waarmee ze in 2008 haar eerste album opnam: Los Ritos del Sueño.

Ada Rave: "Ik ging free-jamsessies organiseren om de jazzscene en de improscene samen te brengen en vertelde er ook verhalen bij – over Derek Bailey, Pieter Brötzmann, Han Bennink."
Ada Rave: “Ik ging free-jamsessies organiseren om de jazzscene en de improscene samen te brengen en vertelde er ook verhalen bij – over Derek Bailey, Pieter Brötzmann, Han Bennink.”

Tijdens een gig in 2006 ontmoette ze Nicolás Chientaroli. “Ik weet het nog precies, want het was erg grappig. We speelden Days of Wine and Roses. Toen iedereen stopte met spelen, bleven hij en ik en nog iemand doorgaan met improviseren. Op dat moment voelde ik hoe het was om echt vrij te spelen. Later vroeg ik hem om Mingus met mij te spelen in een hotelbar, en Ornette en Monk. Ik ging free-jamsessies organiseren om de jazzscene en de improscene samen te brengen en vertelde er ook verhalen bij – over Derek Bailey, Pieter Brötzmann, Han Bennink. Ik ben altijd hongerig naar kennis geweest en had in mijn research de Europese impromusici ontdekt. Lotte Anker, een Deense tenorsaxofoniste, vond ik ook fantastisch. Heel inspirerend om te zien en te horen dat een vrouw zo saxofoon kan spelen.”

JAZZ-JAS

Op een gegeven moment wilden Ada en Nicolás, inmiddels geliefden, hun muzikale vleugels uitslaan. Dat ze met die sprong in het diepe in Europa terecht zouden komen was meteen duidelijk, zegt Ada, want “in de VS zou ik nooit mijn jazz-jas af kunnen gooien.” Met z’n tweeën reisden ze van de ene naar de andere Europese stad. “Londen was interessant, maar te duur voor ons. En we kenden er niemand. Berlijn vonden we groot, en de voertaal is er nog altijd vooral Duits. Amsterdam beviel ons meteen. Peaceful vonden we het hier. De scene is leuk, het is een fijne community met heel veel verschillende stemmen. Hier zagen we mogelijkheden om een plek te verwerven. Plus: hier kun je Engels leren spreken. Ons eerste huis lag tussen de Count Basiestraat en de John Coltranestraat. Dat leek ons een goed voorteken. Weet je wat, zeiden we tegen elkaar, we blijven hier een jaar en dan zien we wel.”

Ada Rave over haar tenorsaxofoon: "De klank mag anders zijn, de sound zit in je hoofd, niet in het materiaal.”
Ada Rave over haar tenorsaxofoon: “De klank mag anders zijn, de sound zit in je hoofd, niet in het materiaal.”

Zeven jaar en evenveel verhuizingen later woont Ada met man en zoon permanent in Amsterdam. Naast solo en met haar eigen trio speelt ze onder meer in het Hupata Trio met pianiste Marta Warelis en percussioniste Yung-Tuan Ku, in het kwartet Hearth met trompettiste Susana Santos Silva, altsaxofoniste Mette Rasmussen en pianiste Kaja Draksler en in het kwintet van trompettiste Felicity Provan. Met Nicolás en contrabassist Raoul van der Weide vormt ze een trio. Daarnaast is ze aangesloten bij DOEK, het collectief van improvisatiemuzikanten.

INSTRUMENT

Haar instrument is een Selmer Balance uit 1938. “Ik zocht een Selmer Balance omdat een Yamaha alleen het Yamahageluid voortbrengt. Ik kon er niet uit ontsnappen. Met de Balance kun je meer je eigen ding doen. Ik kocht hem in 2005 in Buenos Aires, in een straat met alleen maar muziekwinkels. Daar was een saxofoonhandelaar die een lijst bijhield: wie wil wat voor instrument? Voor een Selmer Balance stond ik derde op de lijst. Maar de andere twee gegadigden namen de telefoon niet op. Ik had geluk. De saxofoon klonk levendig en helder. De vorige eigenaar had hem gekocht in 1955, zijn kleinzoon verkocht hem aan de saxofoonwinkel voor 2000 dollar. De verkoopwaarde moet toen 6000 – 8000 dollar zijn geweest, maar ik kreeg hem voor 3000. Vervolgens heb ik in een winkel die heel veel mondstukken had een aantal mondstukken geprobeerd. Daar heb ik wel een paar uur over gedaan, want dat is een belangrijke keuze. Nu heb ik een Otto Link USA 10,5 star. Het is een heel gedoe om het juiste te vinden, maar ik ben geen fanaat. De klank mag anders zijn, de sound zit in je hoofd, niet in het materiaal.”

Ada Rave: "Wat er in mijn hoofd opkomt, een gedachte of emotie, kan ik rechtstreeks op de tenor uiten."
Ada Rave: “Wat er in mijn hoofd opkomt, een gedachte of emotie, kan ik rechtstreeks op de tenor uiten.”

Ada speelt met de tenor zoals ze zingt, zegt ze. “Wat er in mijn hoofd opkomt, een gedachte of emotie, kan ik rechtstreeks op de tenor uiten. Met de basklarinet is dat anders. Die moet ik nog echt leren bespelen. Maar daarmee vergroot ik wel mijn palet van mogelijkheden. Met de sax kan ik geen tango spelen, met de klarinet wel. Met de tenor speel ik vaak luid; het is een luid instrument, gemaakt om buiten te spelen met veel volume. De klarinet is een veel intiemer instrument. Bovendien kan ik er thuis op spelen. De buren maken me af als ik veel tenor speel. Ja, ik heb echt een ruimte voor mezelf nodig, ha ha!”

ANNE-MARIE VERVELDE
Foto’s GEMMA KESSELS

 

ADA RAVE

 

Vorige bericht

Paradox Jazz Orchestra wil big band met een missie zijn

volgende bericht

De juichkreet van de triomf van het Tom Rainey Trio

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *