Concertrecensies

Shepp haalt op Middelheim angel uit de revolutie

Wat een bijzonder festival is het toch, dat Jazz Middelheim in Antwerpen. In plaats van de dolgedraaide waan van de dag na te jagen, komt er altijd een programmering tot stand die alles met jazz én met het verleden van deze prachtige muzieksoort heeft te maken. De 2015-editie maakt hierop geen uitzondering. Integendeel. Monumentale momenten uit de jazzhistorie spelen dit jaar een belangrijke rol. Vrijdag waren er maar liefst twee: een hernieuwde versie op Archie Shepp’s ‘Attica Blues’ en de vijftigste verjaardag van John Coltrane’s ‘A Love Supreme’. Een verslag van de twee eerste dagen van Jazz Middelheim.

Attica Blues is een sleutelwerk in het zo uitgebreide en afwisselende oeuvre van de Zwarte Rebel Archie Shepp. Hij nam het album op 24, 25 en 26 januari 1972 in New York op met toenmalige bulldozers uit de jazz als Leroy Jenkins, Clifford Thornton, Marion Brown, James Ware, Dave Burrell, Jimmy Garrison, Beaver Harris, Billy Higgins en Cal Massey. Archie Shepp, toen op zijn hoogtepunt in zijn solidariteit met de Black Powerbeweging in vaderland Amerika, droeg het album op aan George Jackson, die stierf door politiekogels toen hij probeerde te ontsnappen uit de San Quentin-bajes. Na het bekend worden van deze brute moord – het is nooit opgehelderd of Jackson bezig was uit te breken – brak er een massale opstand uit in Attica Prison, die ook voor het grootste deel werd bevolkt door zwarte Amerikanen.

Attica Blues is een schrijnende muzikale aanklacht tegen de onderdrukking, uitsluiting en vernietiging van de voorvechters van de burgerrechtenbeweging uit die tijd, de Black Panthers. Attica Blues uit 1972 gooit de luisteraar spreekwoordelijk vitriool in het gezicht, laat hem huiveren en nadenken over die woelige jaren. Of hij nu zwart of blank is. Shepp eiste met zijn Attica Blues dat mensen een standpunt innamen, dat zij zich maatschappelijk en politiek engageerden. En hij deed dat met de muziek van toen, met free jazz, modale jazz, rhythm&blues, soul natuurlijk en pop.

NIEUW JASJE

De inmiddels 78-jarige jazzreus Shepp heeft Attica Blues in een nieuw jasje gehesen. Met een achttien koppen tellend gezelschap tilt hij de muziek naar 2015. Behalve slagwerker Famoudou Don Moye – ook een Zwarte Rebel met zijn Art Ensemble of Chicago –  pianist Tom McClung en contrabassist Daryl Hall is Shepp voornamelijk aan het ronselen geweest onder Franse musici. Dat dit een ander muzikaal eindresultaat oplevert dan de 1972-versie mag duidelijk zijn.

De Archie Shepp Attica Blues Band benaderde op Jazz Middelheim het origineel nauwelijks. De woede, angst, opstand en verzet ontbraken volledig. De angel van de revolutie was er uit verwijderd. Deze eigentijdse uitvoering, die een tijdsspanne van 43 jaar overbrugde, had uiteraard alle kenmerken van de muziek van nu, maar werd daarmee ook in de fondant gedoopt. Shepp zelf was overigens op zijn best. Na 37 jaar, vier maanden en twaalf dagen lachte hij weer eens. Maar belangrijker was zijn passie op tenor- en sopraansaxofoon, waarvan de scherpte van veertig jaar geleden was afgesleten en toch nog alleszins acceptabel de festivaltent begeesterde.

Bovendien gaf hij met zijn krijsende, schorre en aanklagende stemgeluid Attica Blues nog wel iets van de agressie van toen mee. In het slotstuk van het concert, de titelsong, was Archie Shepp een ware bluesshouter, die de zaak funky naar de slotakkoorden schreeuwde. En heel fijn was dat hij, omdat Attica Blues niet genoeg materiaal bevat om een heel concert te vullen, in de voorraaddoos van zijn repertoire dook. Daaruit kwam Mama Too Tight uit 1966 tevoorschijn, dat hij aan het einde als – een onvermijdelijke – toegift, nóg een keer opvoerde.

Toch zaten er fraaie momenten in deze hedendaagse bewerking. The Cry Of My People zette in als een funeralsong uit New Orleans met aan het einde vage citaten uit St. James Infirmary. En in Steam, de muzikale herdenking voor een vermoorde neef van Archie Shepp, klonk alleen diens stem al als een regelrechte aanklacht tegen wat tóen gebeurde, maar over de hele wereld nog altijd onverkort speelt. Daar tegenover stond ‘de kwestie’ Famoudou Don Moye. Deze vrijheidsstrijder heden ten dage de ballad Come Sunday van Duke Ellington te horen spelen, doet je toch voorzichtig achter de oren krabben. Maar ja, the times they are a changin’, dat is zeker. En gelukkig maar.

Chris-Potter-en-Joe-Lovano Shepp haalt op Middelheim angel uit de revolutie
Chris Potter en Joe Lovano.

A LOVE SUPREME

Het is discutabel te stellen dat A Love Supreme het magnum opus is van John Coltrane. De in 1967 overleden tenorreus, wellicht de grootste die ooit op aarde rondliep, heeft zóveel meesterwerken op zijn naam staan, dat het moeilijk is te duiden welk Coltrane’s chef d’oeuvre is. A Love Supreme is echter het het scharnier waarop de carrière van Coltrane een andere wending nam: zijn overgang van modale jazz naar free jazz. Coltrane nam het album op 9 december 1964 op in de studio van Rudy van Gelder in New Yersey, waar hij zoveel mijlpalen liet registreren. In februari 1965 bracht platenlabel Impulse het uit.

Twee tenorgiganten van deze tijd, Joe Lovano en Chris Potter namen A Love Supreme als uitgangspunt voor Sax Supreme, een eigentijdse visie op het werk dat Coltrane als een spiritueel eerbetoon schreef aan De Allerhoogste – wie dat dan ook mocht zijn. De suite kent vier delen: Acknowledgement, Resolution, Pursuance en Psalm. Coltrane deed er op de plaat 42 minuten over om zijn lofdicht – ‘All Praise Be To God To Whom All Praise Is Due’ – uit te dragen, Lovano en Potter in Middelheim 85 minuten. Zij werden daarin bijgestaan door pianist Lawrence Fields, contrabassist Cecil McBee en slagwerker Jonathan Blake.

Dat dit resulteerde in een totaal andere versie van A Love Supreme ligt voor de hand. Alleen al de kwintetvorm – met twee tenoristen voorop – verschilt hemelsbreed van de kwartetvorm waarvoor Coltrane koos en die hem in staat stelde in zijn eentje de in feite gesproken lofzang op tenorsaxofoon te verbeelden. Lovano c.s. lieten het origineel niet los – om het religieuze aspect kun je absoluut niet heen – maar gaven er wel hun eigen blik op. Dat werkte betoverend. De speelstijl van Joe Lovano ligt mijlenver van die van Chris Potter af. Die twee zo verschillende benaderingen betoonden eer aan bedoeling en uitvoering van A Love Supreme zoals Coltrane die voor ogen had. Maar bovendien werd het werk door de uitgebreide tijd die de twee tenorsaxofonisten ervoor namen, vanuit alle denkbare hoeken bewerkt en beschouwd. Het karakter van de suite – pure blues neergelegd in vier manifeste noten – werd sterk benadrukt, nieuwe uitgangspunten doken niet op. En daarvan kun je slechts – wederom – zeggen: gelukkig maar.

Twee verwachte hoogtepunten van Jazz Middelheim 2015 derhalve, die verschillend werden ingevuld. Er was echter meer kwaliteit die nadere beschouwing verdient. Het concert bijvoorbeeld van Brussels Jazz Orchestra, dat werk speelde van Darcy James Argue, die zelf dirigeerde. Het orkest stond tien keer eerder op Middelheim, maar het bewees opnieuw dat de kracht aan de binnenkant schuilt en niet zozeer zoals bij de meeste andere bigbands aan de buitenzijde, waar ze  hun kracht slechts eruit jagen om een massieve totaalklank te produceren. De Canadees Darcy James Argue vertrok van zeer uiteenlopende uitgangspunten – de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog en vergeten solisten uit de jazz – maar BJO, dat altijd zoveel oog heeft voor details, bracht ze onberispelijk naar een dolenthousiast publiek toe.

Jeroen-van-Herzeele Shepp haalt op Middelheim angel uit de revolutie
Jeroen van Herzeele.

EIGEN LAND

Jazz Middelheim heeft immer oog voor musici uit eigen land. Ook dit jaar is dat zo en daarbij wordt duidelijk dat het niveau van Belgische jazzmusici uitzonderlijk hoog is. TaxiWars, de groep van tenorsaxofonist Robin Verheyen en zanger Tom Barman, toont dat het duidelijkst. Het kwartet dat wordt gecompleteerd door contrabassist Nicolas Thys en slagwerker Antoine Pierre, is er een van meester-musici. Die erin slagen de jazzmuziek met alle invloeden anno nu in een nieuwe mal te gieten. TaxiWars brengt muziek van de straat, rauw en onontgonnen, gehaast, pompend, onvoorspelbaar en adembenemend mooi.

Een andere prachtige loot aan de Belgische jazzboom is het LABtrio. Dit werd voor de gelegenheid uitgebreid met altsaxofonist Michaël Attias en cellist Christopher Hoffman. Waar slagwerker Lander Gyselink, contrabassist Anneleen Boehme en pianist Bram De Looze – de eerste letter van hun voornaam vormt de naam LAB – als trio al alleszins zijn te genieten, zorgde de uitbreiding voor magische momenten. Het spectrum spreidde zich uit van free jazz tot klassieke muziek, de duetten van cello en altsaxofoon waren contrapunten en de manier waarop contrabas en slagwerk daarop inspeelden was zo organisch als maar mogelijk. En dan was er nog saxofonist Jeroen Van Herzeele. Hij gaf in de kleine festivaltent viermaal visitekaartjes af die hun gelijke niet kennen. De kracht waarmee Van Herzeele zich met name op het gebied van vrije improvisaties beweegt, dwingt diep respect af. Zonder één concessie te doen jakkert hij door de rijke historie van de tenor- en sopraansaxofoon in de jazz.

Gizmo is een groep leerlingen van het Conservatorium van Antwerpen, die een project bracht van tenorsaxofonist/componist Chris Cheek. Het bracht voornamelijk luie swing voor een lome zomermiddag, vertolkt door vier musici waarbij je al op het eerste gehoor concludeert, dat die niet veel meer hoeven te leren.

ELEKTRISCHE DROOM

Pianist Jason Moran is dit jaar artist-in-residence. Op de tweede festivaldag musiceerde hij met gitariste Mary Halvorson en cornettist/trompettist Ron Miles. Improvisatie was hier het hoofdbestanddeel. Met composities van onder meer Paul Motian en Andrew Hill werd geëxperimenteerd met lange elektrische intro’s op gitaar, gestopte cornet en daarmee corresponderende gedempte pianosnaren. Prachtige en intrigerende luistermuziek, die telkens uitmondde in een soort elektrische droom

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

Jazz Middelheim 2015
Antwerpen, Park Den Brandt
13 en 14 augustus
www.jazzmiddelheim.be
vervolg op zaterdag15 en zondag 16 augustus
met o.a. Dr. John’s ‘Spirit of Satch’, Cécile McLorin Salvant, Steve Kuhn Trio, Romano/Sclavis/Texier en Bill Frisell Trio

Vorige bericht

Spotify Playlist Frans van der Hoeven

volgende bericht

Spotify Playlist Oene van Geel

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *