Interviews

Improvisatie is de levensadem voor Angelo Verploegen

Voor wie Angelo Verploegen onverhoopt niet mocht kennen, kan een overzicht van zijn huidige activiteiten als musicus geen kwaad. Laaiend enthousiast vertelt hij daar zelf het liefste over. “Ik ben met een heleboel leuke dingen bezig. Eerstens met Three Horns And A Bass. Oh man, dat is zo’n ontzettend toffe band. De arrangementen zijn geweldig, de muziek waanzinnig. Die arrangementen moeten super worden gespeeld, plus moet er op het scherpst van de snede worden geïmproviseerd. Bandleider Paul van Kemenade is heel kritisch en daardoor uiterst gedisciplineerd. Zijn vrijheid komt voort uit een ijzeren discipline. Je komt in dit kwartet telkens andere dingen tegen. Het is een soort toeval dat die chemie werkt. Wij zijn alle vier zo verschillend. Het is te gek om met zo’n band te toeren, echt een cadeautje.”

Angelo2 Improvisatie is de levensadem voor Angelo Verploegen“Ik speel ook in de David Kweksilber Big Band. Het bijzondere van dit orkest is dat David zaken kansen geeft waarvan je denkt: moet dat nou? Hij neemt heel veel risico’s. De bigband heeft een ongelooflijk mooie bezetting. Het heeft trouwens weinig met een bigband van doen, met al die klassieke jongens. Met Egon Kracht doe ik weer andere dingen. In september voeren we Stabat Mater Stabat Pater weer uit. Met een nieuwe bezetting: Jan Menu op baritonsaxofoon, Rick Cornelissen op accordeon, Egon op contrabas en ik op flugelhorn. Drumloos dus en wat is dat lekker! Dit is ook zo’n kwartet dat langs de randen van de jazz scheert. Renaissance, barok en dan kijken hoe ver we met improvisatie komen. Met Egon en regisseur Dick Hauser ga ik later in het jaar naar China voor De Kleine Sneeuwman, een nieuw half-Nederlands, half-Chinees familieproject. We gaan het daar maken en in première brengen. In de herfstvakantie speelt het hier. Volgend jaar gaan we er in China mee op tournee. Zulk soort dingen komt steeds op mijn weg: wow!”

SPELEN MET OREN

“En dan is er nog The Blindfold Test van alt- en sopraansaxofonist Marc Scholten. Ik speel er alleen flugelhorn in. Het repertoire bestaat uit stukken van Marc, beetje fusionachtig. Maar zó consciëntieus. De zes musici spelen uitsluitend met hun oren. Als je in The Blindfold Test samenspeelt, hóór je dat de anderen je horen. Dat is trouwens precies zo bij Paul (van Kemenade, red).”

Angelo Verploegen grijpt de afgelopen jaren steeds vaker naar zijn flugelhorn in plaats van naar zijn trompet. Hij beaamt dat volmondig. “Klopt. Dat komt omdat ik er veel meer op kwijt kan. Die keuze heeft trouwens ook te maken met het eerste instrument in mijn leven: de bugel. Ik begon daarop in de fanfare van Oss, maar stapte over op trompet toen ik – ook in Oss – in de bigband wilde spelen. Mijn trompetspel ben ik toen gaan ontwikkelen bij onder andere Jeff Reynolds, The Houdini’s, Corrie & De Brokken. Dat vond ik maar wat leuk: knallen! Op zeker moment verdween die urgentie wat. Ik ga steeds meer terug naar de basis en daarbij merk ik dat ik mijn verhaal beter kwijt kan op de bugel (flugelhorn). Bij Three Horns and a Bass en The Blindfold Test speel ik uitsluitend flugel en daar merk ik hoe goed dat werkt.”

Het kan haast niet anders dan dat trompettist Dizzy Gillespie een van de voorbeelden is voor Angelo Verploegen? “Ik vind het grappig dat je dat zegt. Freddie Hubbard tel ik daar ook bij, evenals Wynton Marsalis. In eerste instantie was ik onder de indruk van hun technische hoogstandjes. Nieuwe conservatoriumstudenten komen allemaal binnen met Clifford Brown, niet met Chet Baker. Ze moeten leren dat je met minder noten veel meer kunt zeggen. Het bekendste voorbeeld daarvan is Ack van Rooyen. Art Farmer en Clark Terry ook wel. Het mooie van Ack is dat hij trompet speelt als is het een bugel. Hij speelt écht bugel.”

De naam viel één keer: The Houdini’s. Maar het is wel de formatie waarmee Angelo Verploegen de meeste bekendheid verwierf. De band startte in 1987 en kort daarna trad de trompettist toe. Het sextet ontwikkelde een soort Nederlandse, eigentijdse hard-bop. In de opsomming van bands waarmee Angelo Verploegen dit gesprek begon, komen The Houdini’s niet voor. Het zal toch niet zo zijn dat het ensemble van de aardbodem is verdwenen? Angelo Verploegen lacht smakelijk: “The Houdini’s zijn onkruid. Ik krijg dat niet gewied. De band is niet meer zoals vijfentwintig jaar geleden. Het gaat nu om een stelletje deugnieten dat regelmatig wil keten. Volgend jaar bestaan we dertig jaar. Het zou kunnen dat er dan weer een paar concertjes komen. Een heropvoering van Porgy & Bess, volgend jaar in Zeeland, zit in de pijplijn. Hangt af of het lukt met de rechten. In 1995 hebben we Porgy & Bess gedaan met Nieuw Sinfonietta Amsterdam. Een paar jaar later nog eens in Portugal.”

Angelo1 Improvisatie is de levensadem voor Angelo VerploegenOVERSPOELEN

The Houdini’s creëren oprechte hardbop. In een tijd waarin nog nooit zoveel fusionvormen de jazz overspoelen. Hoe kijkt Angelo Verploegen daar tegenaan? “Het gaat over de definitie van dat woord. Het North Sea Jazz Festival heeft het ook over fusion, al is het maar om de Ahoy’ vol te krijgen. Ga het liever maar anders benoemen. Improvisatie binnen de jazz is voor mij nog altijd een belangrijk element, swing ook. Jazz is voor mij Joris Roelofs, Reinier Baas, Ben van Gelder, Christian Scott. Die generatie heeft zóveel geabsorbeerd. Het is verbijsterend om dat te horen. Én Parker in de pocket én de Balkan én John Zorn en dan ook nog hun eigen ding doen. Zij krijgen de muziek wel verder. De geschiedenis van de jazz verhoudt zich altijd tot andere muziek. Kijk maar naar Miles Davis en Duke Ellington. Jazz heeft altijd een vermaakkant gehad. In de klassieke muziek was dat trouwens ook zo.”

Hard bop vereenzelvig je niet meteen met gloeiende improvisaties. Toch spelen deze een belangrijke rol in het leven van de musicus Angelo Verploegen. “In kleine, intieme bezettingen moet ik me vrij kunnen bewegen”, zegt hij. “Daar kun je iets gaan inzetten en niet weten waar je uitkomt. Improvisatie is een heel belangrijk element in mijn concept.” Hoe belangrijk schetst een recente ontwikkeling in zijn loopbaan. Hij maakte kort deel uit van het nieuwe ensemble A Traveller’s Tale, waarvan contrabassist Eric van der Westen en gitarist Aron Raams de kern vormen. “Eric en Aron wilden er een flugelhorn bij en zo kwamen ze bij mij uit. We hebben veel gesproken over het muzikale concept van de groep en zijn toen gaan spelen.” Je zou de muziek van A Traveller’s Tale kunnen omschrijven als een mengeling van Americana, de mix van country, folk, blues en jazz.

“We hadden de presentatie van de eerste cd van A Traveller’s Tale, J.J. We waren al aan het spelen toen ik me plotsklaps realiseerde: alles ligt vast. Dat had ik me niet genoeg gerealiseerd. Ik besefte dat ik alleen maar melodietjes aan het spelen was. Ik speelde ooit met Eric in het Amsterdam Jazz Trio. Ik wist natuurlijk wel dat de muziek van A Traveller’s Tale niet die van dit trio was, maar ik hoopte dat iets ervan hier ook in zou doorklinken. Dat losse, dat vrije. Tale gaat daar niet over, het is een soort country&westernbandje. Ik wist ineens: dit gaat mij niet lukken, om op deze manier in zo’n kleine, intieme bezetting te spelen.”

NIET PASSEN

Waarop de vraag zich aandient of Angelo Verploegen niet eerder had bemerkt dat hij niet paste in A Traveller’s Tale. “Bij de cd-opname speelden we voor het eerst samen, je weet dan niet hoe het in de herhaling is. Op dat moment was het voor mij niet duidelijk dat de muziek áltijd zo zou zijn. Bovendien werden er later op de cd lagen overheen gelegd; wat je hoort is geen trio maar ’n man of zes. Tijdens de cd-prresentatie kwam er nog een tweede gitaar bij om allerlei slagjes toe te voegen. Als trio hadden we nooit eerder live gespeeld. Als ik kijk naar Soo Choo, met wie ik het album Prayer opnam, weet ik dat daar ook veel vast ligt. Maar de ruimte bij Tale is nog beperkter. Die wetenschap werkte heel verstikkend, ik werd er chagrijnig van. Wat ik mezelf kan verwijten is, dat ik niet genoeg heb voorzien dat het zo zou uitpakken. Ik had meer moeten anticiperen.”

Angelo4 Improvisatie is de levensadem voor Angelo Verploegen“Ik kan zó goed met Eric en Aron overweg dat ik de beslissing heb kunnen nemen om me terug te trekken. Ik heb er heel erg mee gezeten: wat overkomt me nu weer? Bij mijn besluit heeft voor een belangrijk deel meegespeeld, dat improvisatie voor mij zo belangrijk is. Als ik sectiedingen doe bij het Metropole Orkest en het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, wordt er ook niet veel geïmproviseerd. Mijn rol in die muziek vind ik prima, omdat het daar alles heeft te maken met vorm en concept.”

Zonder improvisatie geen Angelo Verploegen, dat is overduidelijk. Een van zijn eerste contacten in de jazz was stemkunstenaar Jaap Blonk. “Jaap heeft mij voor een belangrijk deel gevormd”, zegt Angelo Verploegen stellig. “En Corrie van Binsbergen ook. In de jaren tachtig had Amsterdam een heel levendige improscene. Ik speelde met alleman. Jaap was een studiegenoot van mij: we volgden alle twee muziekwetenschappen. Veel van wat Jaap doet is geconstrueerd. Hij is onder meer bezig met klankleer en elektronische vervormingen. Er zit een belangrijk stuk wetenschap in hem, aan de bètakant wel te verstaan. We hadden elkaar snel gevonden. Ik heb veel van hem geleerd, zoals dat de klank op zich al een expressiemogelijkheid is. Het gaat lang niet altijd om de noten. Noten spelen is maar één ding, je kunt zoveel meer op een instrument. Die wetenschap gebruik ik graag, ik ga er bewust een stap mee verder.”

“Ik ben docent op de conservatoria van Utrecht en Arnhem. Daar leer ik mijn studenten ook wat je meer kunt doen dan nootjes op een rij leggen. Op de eerste plaats moet je benoemen wat voor jou vanzelfsprekend is, zelf gaan nadenken wat je doet. Daarom zal Anton Goudsmit nooit les gaan geven: dan moet hij gaan uitleggen wat hij allemaal doet.”

RUIME FANTASIE

Angelo Verploegen is niet alleen als uitvoerder bijzonder veelzijdig, ook de projecten die hij aanpakt of zelf initieert, getuigen van een ruime fantasie. Hij voerde samen met contrabassist Egon Krachts The Troupe een aantal malen de Matthäus– en Judas Passion van Johann Sebastian Bach op. Uiteraard in eigentijdse bewerking met de naam Stabat Mater Stabat Pater. Dit jaar had The Troupe ComPassion op de lessenaars, een nieuwe passie die oude en nieuwe passiemuziek met elkaar in contact brengt. “Bach is zó spannend, man! Zijn muziek klinkt vanzelfsprekend, maar geen noot is dat. Elke keer weer word je daarmee geconfronteerd, terwijl je die stukken al jaren speelt. Even je aandacht verliezen en je komt er niet meer in. In het begin bij The Troupe heb ik veel naar Bachs muziek geluisterd, om er mijn eigen klank mee te krijgen. Maar Egon doet het op zijn eigen manier. Op een aantal bekende dingen wordt geïmproviseerd, waardoor een eigen manier van improviseren wordt ontwikkeld. Hoe dieper je deze muziek induikt, hoe meer je erachter komt hoe geraffineerd zij in elkaar steekt. Bach is volstrekt geniaal. Je krijgt er geen vinger achter.”

Angelo3 Improvisatie is de levensadem voor Angelo VerploegenAngelo Verploegen was ooit producer bij het cd-label Challenge. Zijn aspiraties in die richting voorgoed voorbij? “Jammer genoeg wel, ja. Porduceren was heel leuk werk. Maar je krijgt het standaardverhaal als een musicus bij een platenmaatschappij gaat werken. De belangen liggen te ver uit elkaar. Voor een platenlabel is een cd een product. Begrijpelijk natuurlijk, het bedrijf moet draaiende blijven. Maar een musicus is bezig met zijn zieleroerselen, zijn hele hebben en houden. Daarmee wordt iets van een conflict geschapen. Challenge en ik kwamen er gewoon niet uit. Mijn integriteit kwam in het geding. Het is zó’n harde business, zeker in deze tijden. Zie maar eens te overleven. Ik raad musici aan: doe het in hemelsnaam zelf. Dan houd je nog meer over ook. Het is vaak een statusding, bij een maatschappij zitten. Maar je trekt altijd aan het kortste eind.”

Aan het kortste eind trekken doet het gehele Nederlandse jazzmilieu. Het gesprek met Angelo Verploegen vond plaats voordat het Fonds voor de Podiumkunsten zijn rampzalige beslissingen rond subsidieverdeling wereldkundig maakte. De jazzsector is hiermee in nog slechter vaarwater gekomen dan de laatste jaren al het geval was. Hetgeen de vraag rechtvaardigt hoe het met de speelgelegenheid van Angelo Verploegen is gesteld. Hij heeft in mindere mate last van de abominabele omstandigheden waarin de Nederlandse jazz- en improvisatiemuziek verkeert, zegt hij zelf.

OVERLEVEN

“Ik doe verschillende projecten, vaak in het buitenland. Met Three Horns and a Bass bijvoorbeeld. Met David Kweksilber speel ik op plekken waar het nog kan. Maar kunnen overleven als jazzmusicus is een enorm probleem. Ik klus bij bij het Metropole Orkest en het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Om tegenwoordig met een jazzband aan de bak te komen, is totaal uitgesloten. Met The Houdini’s en Corrie & De Brokken speelden we in het verleden tijdens tournees vijftien keer; met nieuwe cd’s hadden we wel dertig concerten. Dat is niet meer te doen. Dat circuit is volledig de nek omgedraaid. Het is overigens wel grappig om te zien hoe de jonge generatie zijn weg zoekt. Dat deden wij vroeger ook, maar dat circuit is volledig verdwenen.”

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

Muziekencyclopedie over Angelo Verploegen

 

Vorige bericht

Bij Vladimir Kostadinovic ontbreekt hand van meester

volgende bericht

Jazz Middelheim 2016 in Antwerpen vereert cijfer ‘35’

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *