Festival Django Amsterdam biedt veel ruimte voor jazz
Het gypsy jazzfestival ‘Django Amsterdam’ opende voor de twaalfde keer zijn deuren met het kwintet van gitarist Stochelo Rosenberg en pianist Jermaine Landsbergen. Beiden zijn fakkeldragers van de snel veranderende Sinti-muziek, die met dit festival in de spotlights wordt gezet. In dit kwintet staat mondharmonicaspeler Hermine Deurloo in de schijnwerpers, zodat het project Gypsy Today niet alleen een eerbetoon is aan de populaire zigeunermuziek van Django Reinhardt, maar ook aan de niet minder populaire Toots Thielemans.
Het kwintet trad een half jaar geleden met veel succes op tijdens Jazz in Duketown, wat wellicht reden was om dit toevalskwintet een langer leven te gunnen dan enkel een paar losse concertjes. Bij dat optreden in Den Bosch werd in dit tijdschrift geconstateerd dat Stochelo Rosenberg afdreef van de klassieke zigeunerjazz. Toen werden nog enkele hits van Django Reinhardt op het programma gezet, en werd het programma verder gevuld met een paar eigen composities en met jazzstandards die door de Sinti-wasstraat waren gehaald. Pianist Jermaine Landsbergen liet toen horen dat zijn spel ver van de Django-muziek was afgedwaald en meer associaties opriep met de hedendaagse jazztraditie. De ontwikkeling van een kortlopend project tot een nieuwe jazzgroep met een langere tijdslijn, heeft de veranderingen van Stochelo’s muziek een duwtje gegeven. In het Bimhuis liet Stochelo de duizenden keren gespeelde zigeunerhits links liggen, en op één uitzondering na (September Song) werden ook de jazzstandards niet op de muziekstandaards gezet.
Wat wel werd gespeeld waren de composities van Stochelo en Landsbergen. Het voelde als een verrassing en een verademing. Stochelo’s eigen muziek gaf zijn spel een nieuwe dimensie, waarin de sfeer en loopjes uiteraard Django Reinhardt uitademden. Het waren mooie composities, geschreven met zijn kinderen in het achterhoofd. Zijn vingers vlogen over de snaren, speelden razendsnelle loopjes waarop de gitaar de antwoorden gaf. Hij liet gestolde liefde uit zijn gitaar komen, waarbij de noten in de lucht bleven hangen om langzaam als sneeuwvlokjes naar beneden te dwarrelen.
Maar waar Django rechtsaf ging, sloeg Stochelo linksaf, en omgekeerd. Dat alles zo goed lukte was mede te danken aan het ritmeduo van contrabassist Matheus Nicolaiewsky en drummer Sander Smeets. Zij werkten onopvallend, ondanks een drum- en twee bassolo’s. Onopvallend maar meer dan adequaat. Bij scherp luisteren viel op hoe precies het ritme werd gespeeld, waarmee het kwintet probleemloos zijn gang kon gaan.
Landsbergers manier van pianospelen kan, zoals hij in Den Bosch liet horen, spectaculair zijn. Die bevlogenheid hoorden we in het Bimhuis minder vaak, maar wel in het tweede nummer Strange Eyes, waarin hij de belofte van een wildeman leek waar te maken. Zijn woeste solo, vol met verrassingen en wendingen, lokte een open doekje van het publiek uit en beloofde veel. Pas in het laatste nummer Double Jeu waarin hij weer behoorlijk tekeer ging, maakte hij die belofte waar. Voor de rest speelde hij twinkelende nootjes, en had hij zijn subtiele jas aangetrokken. Even omschakelen dus, maar ook dat had zijn charme. Zeker in zijn tranentrekkende compositie Valse Manouche, wat een hoogtepunt van het concert was.
Dat was ook een nummer waarin Hermine Deurloo liet horen waar zij stond. Zoals ze dat trouwens het hele concert deed. Deurloo staat haar mannetje/vrouwtje in de mondharmonica-wereldtop. Toen zij voor het eerst in het Willem Breuker Kollektief met een mondharmonica naar buiten trad, was het nog een bij-instrument naast haar altsaxofoon. De saxofoon raakt ze inmiddels niet meer aan, wat haar de mogelijkheid gaf de mondharmonica te perfectioneren.
Daarin is ze geslaagd. Ze is in de leer geweest bij Toots Thielemans, wat te horen is. Niet in hoe en wat ze speelt, maar in de intentie en het gevoel die ze in dit mini-instrument weet te leggen. De breedte van haar geluid is opvallend en heeft niets te maken het woord ‘mini’. Haar lijnen en oplossingen zijn anders dan die van Toots, maar in haar liefde voor dit instrument is Toots nog steeds te horen. In haar hoofd zal Toots meeluisteren.
Haar rol in het kwintet, zonder dat ze een noot Sinti liet horen, was gelijkwaardig aan die van Stochelo. Kom daar maar eens om bij zo’n gitaarreus. Het was ook niet voor niets dat als toegift Bluesette werd gekozen, dat niets met Django te maken heeft en alles met Toots. Het was Stochelo’s eerbetoon aan zowel Hermine als aan Toots.
Foto’s en tekst: TOM BEETZ
DJANGO AMSTERDAM
Bimhuis Amsterdam, 22 januari 2026
Gypsy Today
Stochelo Rosenberg - gitaar
Hermine Deurloo - mondharmonica
Jermaine Landsberger - piano
Matheus Nicolaiewsky - contrabas
Sander Smeets - drums



