Het Noordzee Pop Festival
“Maar goed, we hadden het over Roel Raket. Daar spreek ik hier in de hemel regelmatig mee. Het is dat we in deze zevende hemel geen pijn en ellende kennen, anders was die Roel die altijd onrustig wordt als een nieuwe editie van het Noordzee Pop Festival op stapel staat, een chagrijnig ventje geworden. Dat bureautje dat hem is opgevolgd, dat heet toch Klojo of zo?” “Duke, Duke toch. Bobo bedoel je.” “Oké, mij best. Dat heeft nogal een vinger in de pap zeg, in dat land van jou. Er gaat geen festival of concert voorbij of Bobo heeft er zijn handtekening onder gezet. Jofel nootje voor de diversiteit van de programmering. En van de programmeurs van de paar jazzclubs die er nog zijn, moet je het ook al niet meer hebben. Ze vreten allemaal uit dezelfde ruif en dus krijgt de niet nadenkende goegemeente die de concerten in hun clubs bezoekt, alsmaar dezelfde artiesten voor de kiezen. Dat ze dat niet in de gaten hebben, zeg!” “Ja Duke, de mensen willen kennelijk bij de neus worden genomen. Gewoon overal naar toe, het maakt niet uit wie er optreedt, als je er maar bij was. Hé luister, het Noordzee Pop Festival is begonnen.”
De massa beneden zet zich in beweging. Eén grote golfbeweging op de klanken van De mooiste jaren komen nog. Groots en meeslepend vertolkt door een van de toppers van het Noordzee Pop Festival: Frans Bauer. Duke kijkt me met vochtige ogen aan. Zijn standvastige houding heeft hij laten varen. “Denk je dat het allemaal nog goed komt, Rinus?” “Zeker weten, Duke.” Vastberaden scheurt hij de partituur van The Rise and Fall of Jazz Music in snippers.RINUS VAN DER HEIJDEN




