Interviews

Blinddoektest met Karel van Eerd

Dat Karel van Eerd de oprichter is van de Jumbo Supermarkten is bij velen bekend. Dat hij naast zakenman ook een groot muziekliefhebber en in het bijzonder een jazzliefhebber is,  weet niet iedereen. Karel is niet alleen jazzliefhebber maar sponsort ook privé individuele jazzmusici, kleine bands tot big bands, en kleine en grote festivals waaronder Jazz in Duketown. Hij heeft daarnaast een jazzpodium in The Duke, zijn golfclub in Nistelrode, waar maandelijks voor iedereen toegankelijk een gratis jazzconcert is.

Karel van Eerd speelt zelf ook jazzpiano.

Karel van Eerd, zelf geen onverdienstelijke pianist, is daarnaast de bedenker van een plan voor een platform voor jazzclubs, en van de naar hem genoemde Music Award. De Karel van Eerd Music Award is een concours voor jazzbands met prijzen in de vorm van ondersteuning bij het vinden van speelmogelijkheden en publiek. Eelco van Velzen, trombonist van de jazzband Birdie Seven waarin Van Eerd piano speelt, is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan. In dit blad is eerder over dit plan en de Music Award geschreven. Het zijn belangrijke en interessante activiteiten en we vroegen Karel van Eerd om mee te doen aan een blinddoektest. We draaiden acht jazznummers zonder hem te vertellen naar wie hij luisterde en we noteerden zijn opmerkingen.

Mary Lou Williams: It Aint Necessarily So, Zonky (1940)
Dit is de swingperiode. Ik vind dit leuke muziek. Het swingt, het is levendig, er zit van alles in. Ik ken hem niet. (Nadat ik zeg dat het een vrouw is en de naam noem): Oh, Mary Lou Williams. Tjonge, wat een techniek voor een vrouw. Dat verwacht ik eigenlijk niet van een dame. Dat is natuurlijk onzin, maar zo ben ik wel opgegroeid. Met het idee dat achter de piano een man moest zitten die ervaren is. Dat was vroeger zo, maar ik vind dat eigenlijk niet meer.

 

Count Basie: Count Basie in London, Untitled (1956)Wie is dit nou? Eerst dacht ik dat kan Count Basie niet zijn. Als dat orkest begint is het duidelijk. Ik ben een fan van hem. Vanwege de manier waarop hij speelt. Freddie Green was daar belangrijk in met die gitaar plat op zijn schoot. Ik zat dertig jaar geleden als pianist bij de Big Band Uden en daar speelden we ook veel Basiestukken. Ik vind dat leuk, maar ik ben niet specifiek een big-band-liefhebber.

 

 

Art Tatum: The Tatum Group Masterpieces, I Guess I’ll Have To Change My Plans (1956)
Is dit Oscar Peterson? Nee, die heeft er wel heel veel van. Dan is het Art Tatum. Oscar Peterson is voor mij de voordeur. Tatum is geen voorbeeld voor mij. Hierbij kom ik toch niet in de buurt. Wat ik van Oscar Peterson zo leuk vind is, dat hij zo veel onverwachte dingen doet en dat zijn de dingen die ik probeer na te doen.

 

 

Thelonious Monk: Thelonious Monk Plays Duke Ellington, Black and Tan Fantasy (1955)
Dit is Monk. Hij speelt van die vreemde toonladders. Dat nummer herken ik niet. Oh, Black and Tan Fantasy. Dat ken ik wel, dat is van Ellington. Die Monk vind ik heel vreemd. Ik heb zijn toonladders bestudeerd, maar eigenlijk kan ik er geen touw aan vastknopen. Ik kan er nog steeds niets mee. Ellington wel. Die is veel doorzichtiger. Maar ik heb veel meer met Basie dan met Ellington.

 

Coolbone Brass Band: Kickin’Some Brass – Down In Honky Tonk Town  (opnamedatum onbekend; release 1998)
Komt dat uit Engeland? Nee, Amerikaans? Geen New Orleans toch? Ja wel? Ik vind dit niet karakteristiek voor New Orleans. Meestal is de karakteristiek van die muziek dat ze de vierde tel net iets later laten komen. Dat hoor ik hier niet. We zijn met Eelco (van Velzen) in New Orleans geweest. We hadden connecties gelegd om daar overal te kunnen spelen. We zijn daar een week geweest en hebben elke dag in andere clubs gespeeld, zowel in het uitgaanscentrum als in French Quarter. Dat is goed gelukt. We hebben ook op zo’n radarboot op de Mississippi gevaren en gespeeld. In de clubs trad dan een lokaal orkest op en dan werden wij op een gegeven moment op het podium gevraagd. Het publiek vond alles wel prima. Dat waren meestal ook geen ingewijden. De muzikanten vonden het wel redelijk goed.

 

Dirty Dozen Brass Band: Voodoo – Don’t Drive Drunk (1987)Ik kan dit nergens plaatsen, is wel een stuk later dan het vorige. Veel moderner. Dat is een verschil van dag en nacht. Die pianist, Ryan Henseler, die de Music Award heeft gewonnen komt ook uit New Orleans. We hebben hem daar ook ontmoet en horen spelen. Wat hij hier met die zangeres tijdens de finale deed was prachtig. Dat samenspel met haar was bijzonder. Ze kwamen zo mooi bij elkaar. Ze hadden van te voren alle mogelijkheden bekeken en voor de finale daaruit een keus gemaakt. Het was niet typisch New Orleans wat hij speelde. Het had ook uit New York kunnen komen, of eigenlijk overal ergens in de wereld vandaan. Deze Dirty Dozen Brass Band, hoe modern ook,  is toch ook wel typisch voor Mardi Gras.

 

John Coltrane and Johnny Hartman – Autumn Serenade (1963)Die zanger klinkt niet heel jong. Dit is ook wat later opgenomen, denk ik. Ik zou niet weten wie de zanger is. Die tenorist herken ik ook niet, maar die vind ik wel heel fijn. Die zanger is mij wat te zoetgevooisd. (Als ik vertel dat de saxofonist John Coltrane is, zegt Van Eerd verbaasd): Oh? Had ik niet gedacht. Ik heb niets met Coltrane. Te modern voor mij, denk ik. Dit vind ik overigens niet zo modern en hier luister ik graag naar. Hij was belangrijk, een echte hervormer in die tijd, maar Coltrane zou niet mijn eerste keus zijn om op te zetten.

 

Elmo Hope: Elmo Hope Trio – Minor Bertha (1959)
Is dat die Amerikaan met een beetje een Indiaans uiterlijk? Nee? Ik vind dit wel heel fijne muziek. Hartstikke mooi. Hij swingt lekker, raakt de noten op het juiste moment. Een geweldige timing. Hij heeft veel van Bud Powell, weinig van Monk die we net hoorden. Dit is echt een klassiek pianotrio. Heerlijk.

 

 

Tekst en foto TOM BEETZ

Previous post

Brabant begint aan twee nieuwe trompetevenementen

Next post

Tutu Puoana opent nieuw jazzpodium in Maastricht

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.