Interviews

Fred Jacobs legt verband oude en nieuwe baslijn bloot

Hebben oude muziek en jazz iets met elkaar te maken? Jazeker. Beide kennen improvisatie als raakvlak, maar ook de begeleiding in lage registers is een gezamenlijk kenmerk. En wat te denken van de cross-overs die bestaan tussen beide muzieksoorten? Fred Jacobs is een vooraanstaande musicus in de oude muziek, die voor JazzNu uitgebreid de opgeworpen vragen beantwoordt.

 

Fred Jacobs: "Als oude muziek zich gaat bewegen op het terrein van jazz, zeg ik dat jazzmusici veel betere uitvoerders zijn."
Fred Jacobs: “Als oude muziek zich gaat bewegen op het terrein van jazz, zeg ik dat jazzmusici veel betere uitvoerders zijn.”

Fred Jacobs is specialist barokmuziek en beoefent zijn favoriete muziek op een theorbe. Dit is een snaarinstrument uit de familie van de luit, met extra bassnaren. De theorbe dook aan het einde van de zestiende eeuw op als continuo-instrument, waarop baslijnen worden gespeeld. Zo’n continuo-instrument maakt deel uit van het wijder verbreide begrip basso continuo, de begeleidende baspartij die aangevuld met akkoorden, vooral in de barok voorkomt. In tijd uitgedrukt werd van basso continuo gebruik gemaakt tussen 1600 en 1750.

Dat was een interessante ontwikkeling en lijkt op de structurele opbouw van hedendaagse muziek. “Aan het einde van de zestiende eeuw werd de polyfonie en het contrapunt, als hoogste gezag in de muziek, verlaten”, legt Fred Jacobs uit. “Musici gingen zich meer bezig houden met de tekstuitdrukking van de zangstem en om de teksten zo goed mogelijk te laten horen was er bij de harmonische ondersteuning behoefte aan een sterke baslijn. Een groot deel van de zeventiende en de eerste helft van de achttiende eeuw werd die baslijn de basis van composities. De componisten dachten – denk ik – vanuit die lijn. Vroege opera’s zijn een aaneenschakeling van recitatieven, zij bepalen het dramatische verloop, daarbij ondersteund door de baslijn. De beginperiode was het spannendst, de gehele zeventiende eeuw kende veel vrijheid.”

“Aan het einde van de zestiende eeuw werd in Florence de expressie van teksten het belangrijkst in muziek. Hieruit ontwikkelde zich het instrument theorbe, dat onderdeel werd van het basso continuo, een los element bij grotere ensembles. Bij Beethoven was er wellicht geen sprake meer van basso continuo, bij Haydn en Mozart nog wel. Het denken vanuit basnoten en harmonie is er altijd geweest. De muziek van Debussy, Ravel en Poulenc is soms geïnspireerd door oude voorbeelden als Couperin en Rameau. Als ik 17e eeuwse muziek begeleid, is er alleen maar sprake van baslijnen en harmonie. De theorbe was toen niet alleen een harmonisch ondersteunend instrument, maar ook baslijn-melodisch. Een theorbe kent veel meer vrijheid dan een klavecimbel of orgel. Je kunt ermee ondersteunen door verschil in dynamiek te maken en daarbij de ‘dikte’ van akkoorden – het aantal noten – te variëren.”

Fred Jacobs en zijn theorbe: "In de 16e eeuwse dansmuziek was de basfunctie belangrijk. De baslijn bestaat al zó lang.”
Fred Jacobs en zijn theorbe: “In de 16e eeuwse dansmuziek was de basfunctie belangrijk. De baslijn bestaat al zó lang.”

“In de 16e eeuwse dansmuziek was de basfunctie belangrijk. De bas vormde de basis, daarbovenop kwam de improvisatie, al dan niet uitgeschreven. De bovenstem en baslijn als uitgangspunt bestond toen dus al. De praktijk van basso continuo op de juiste manier invullen, vereist dat je harmonisch getraind bent. Denkend vanuit de strenge polyfonie ontstond in de 17e eeuw veel meer vrijheid. 1600 is in de muziekgeschiedenis misschien even belangrijk als 1900 en 1800. De baslijn bestaat al zó lang.”

“Als theorbe-solist kan ik mijn eigen tempo bepalen. Dat moet echter kloppen met de structuur en herkenbaar blijven. Mensen die in maatstrepen spelen, lijken vaak stijf, ze hebben geen innerlijke pulse. ‘Als je alleen maar je instrument bent, wordt het nooit muziek: je moet de timing van andere instrumenten imiteren’, zei Gustav Leonhardt (gezaghebbend specialist oude muziek, overleden in 2012, rvdh) al. Tempovastheid is aangeboren. Bij jazzmusici tref je vaak zó’n ontzettend maatgevoel.”

Oude muziek heeft talloze uitvoerders uit andere muziekstijlen altijd geprikkeld. In de hedendaagse jazz slaan Nederlandse jazzcomponisten en –uitvoerders als bijvoorbeeld Martin Fondse, Rembrandt Frerichs, Jasper Blom en Steven Kamperman bruggen tussen barok en geïmproviseerde muziek. Zulke cross-overs kent met name Europese jazz al vele decennia. Hoewel ze in Afro-Amerikaanse muziek ook voorkomen, zij het sporadischer. Fred Jacobs is er niet direct een voorstander van. “Ik heb niks tegen op cross-overs, maar als ze tot doel hebben om subsidies binnen te halen, bezie ik ze als helemaal fout. Als oude muziek zich gaat bewegen op het terrein van jazz, zeg ik dat jazzmusici veel betere uitvoerders zijn. Waarom verzin je niet iets zelf, vraag ik me dan af. Of denk je dat jouw muziek dan aandacht krijgt? Mijn uitgangspunt is dat originele muziek het liefst op instrumenten uit haar tijd moet worden uitgevoerd. Dat is voor mij zelfs het ideaal.

Er was dus binnen de barok ruimte om te improviseren? “Ja, juist veel, je hebt bij de invulling van de harmonie en de manier waarop je die speelt, veel vrijheid”, is het antwoord. “Als begeleiding konden de harp, theorbe, klavecimbel en het orgel worden gebruikt. De theorbe stond in dienst van zangers, tegenwoordig lijken de bespelers ervan meer op solisten. Maar ja, zet een drumstel of ‘strumming guitar’ onder Bach en je krijgt van subsidiefondsen een miljoen.” Krasse uitspraken van een man, die gezien wordt als purist in de wereld van de luit. “Ik probeer bronnen toe te passen, ik hoef me niet te verdedigen. Ik houd me bijvoorbeeld aan de darmbesnaring van mijn instrument, je moet je in dienst stellen van de componist. Ego’s zijn soms iets te groot.”

 

Fred Jacobs: "Improvisatie in de 17e eeuw bestond soms uit een paar lijntjes, waar dan heftig op werd geïmproviseerd."
Fred Jacobs: “Improvisatie in de 17e eeuw bestond soms uit een paar lijntjes, waar dan heftig op werd geïmproviseerd.”

Improvisatie is in jazz een wezenlijk onderdeel. Maar ook de grote Johann Sebastian Bach (1685-1750) wordt gezien als de componist die zijn omvangrijke oeuvre improviserend tot stand bracht. En daarmee zou men kunnen aantonen dat er een rechtstreekse lijn ligt tussen oude- en hedendaagse muziekstijlen. Daar is Fred Jacobs het maar voor een deel mee eens. “Ik denk niet dat Bach in zijn tijd zo’n groot imago had als wij nu veronderstellen. Hij was vooral beroemd als organist en daarom automatisch ook als improvisator. Op papier zetten is weer een ander verhaal. Bach was een genie, maar als vakman bouwde hij wel voort op wat in de voorgaande eeuw al was gezaaid. Improvisatie in de 17e eeuw bestond soms uit een paar lijntjes, waar dan heftig op werd geïmproviseerd. Dat heeft Bach gehoord en begrepen.”

“Wij denken vaak dat wij improviseren zoals musici uit die tijd, maar dat kan niet. Je moet dat ook niet suggereren. Je moet je bescheiden opstellen als het over de 17e eeuw gaat. Nu is alles immers heel anders. Toen speelden ze alleen maar hun eigen muziek en dan ook nog hun hele leven lang. Improvisatie is een kunst op zich. Ik ken mensen die als je ze een thema geeft, er zomaar een fuga van maken. Ik hoorde Ernst Reijseger eens in het Bimhuis, jezus! Ik hoorde structuren die op het moment ontstonden, waar je bijna een wiskundige voor moest zijn.”

De baslijn heeft zich door de eeuwen heen kunnen handhaven én ontwikkelen. In de vroege jazz was de baslijn essentieel. Je kunt je geen New Orleans-straatorkesten voorstellen zonder tuba’s. Met zo’n instrument kun je je verplaatsen, maar toen de jazz zich ging nestelen in clubs en concertzalen werd de rol van tuba en euphonium overgenomen door de contrabas. De jazz heeft schitterende en historie bepalende uitvoerders op dit instrument voortgebracht. Denk aan Jimmy Blanton (een van de eersten), Charles Mingus, Charlie Haden, Oscar Pettiford, Ray Brown, de lijst is onafzienbaar.

En de popmuziek bewijst als geen andere muziekstijl, dat een baslijn bij gezongen teksten – precies zoals in de barok – onontbeerlijk is. Luister naar Money van Pink Floyd, met die voort marcherende baslijn. Of naar het album Graceland van Paul Simon, dat overloopt van baslijnen en zijn hoogtepunt vindt in het nummer You Can Call Me All. En de talloze hardrock- en metalgroepen, wat zouden die moeten zijn zonder een bonkende basondersteuning?

Fred Jacobs: "Ik hoorde Ernst Reijseger eens in het Bimhuis, jezus! Ik hoorde structuren die op het moment ontstonden, waar je bijna een wiskundige voor moest zijn.”
Fred Jacobs: “Ik hoorde Ernst Reijseger eens in het Bimhuis, jezus! Ik hoorde structuren die op het moment ontstonden, waar je bijna een wiskundige voor moest zijn.”

Een theorbe als jazzinstrument, kan dat? “Er is een collega in Londen die zich daarmee bezig houdt. Een theorbe is een zacht klinkend instrument. Met zangers kun je een heel goede combinatie vormen. Mengen van instrumenten uit diverse tijdvakken geeft altijd dynamische problemen. Of ik jazz zou spelen op mijn theorbe? Ik heb dat nooit gedaan, ik heb nog zoveel andere dingen te doen. Mijn prioriteiten liggen in de zeventiende en achttiende eeuw.”

Waarom zou je een brug moeten slaan tussen oude muziek en jazz, zo vraagt Fred Jacobs zich tot slot af. “Je gaat uit van verschillende principes. Eigenlijk is die verbinding al een achterhaald idee. Probeer muziek te maken op een originele manier die mensen aanspreekt. Waarom zou je daar andere stijlen bij betrekken? Bij muziek waar vrijheid een sterk aspect is, is meer mogelijk. Klassieke muziek is strikt genoteerd. Waarom zou je daar vrijheid toevoegen die er niet is. In jazz is er die vrijheid wel, daarmee ga je geen onmogelijke combinatie aan. Doe je dat wel bij klassiek dan doe je er de componist ook geen recht mee. Qua menu moet er een goede balans zijn. Kaas en een toetje ga je ook niet tegelijk eten.”

Fred Jacobs is op  
theorbe op twee cd’s
solo te beluisteren

Wie Fred Jacobs wil horen spelen, kan terecht bij diverse cd’s die hij opnam. De recentste is Virtù e Nobiltà, waarop hij het werk van de Italiaanse componist Giovanni Girolamo Kapsperger centraal stelt. Over improvisatie gesproken! De 32 stukken op de cd zijn uitgeschreven werken van de Italiaan, maar het zouden evengoed hedendaagse improvisaties kunnen zijn. Je hoort er zó gitarist Bram Stadhouders in terug. Niet alleen zoals deze speelde op zijn cd Cantata, maar veeleer als de gelouterde instrumentalist die zijn muziek à la moment kleurt en van franjes voorziet.

Fred Jacobs diept de schitterende klankkleur van de theorbe helemaal uit, tot in de kleinste details. Vooral het basregister, dat in de tijd van Kapsperger een luider volume meekreeg, is een tot klinken gebracht juweeltje. De muziek van de Italiaanse componist klinkt als die van de Napolitaanse overlevering: warm, romantisch, gearticuleerd, met diepgaande aandacht voor de tempi en de stiltes tussen de noten. Tempo, daar komt het hier op aan en daarin betoont Fred Jacobs zich een meester. Virtù e Nobiltà is daardoor het beluisteren meer dan waard, zeker ook voor in jazz gedrenkte oortjes.

Vijf jaar geleden bekommerde Fred Jacobs zich om het werk van de Franse componist Robert de Visée. In de zeven Pièces de théorbe in d klein, te horen op Fred Jacobs’ derde cd met dit oeuvre, legt hij een indrukwekkend klanktapijt neer, dat evenveel van Kapspergers muziek verschilt als de Perzische tapijten uit Isfahan en Shiraz. Ook hier weer zeven Pièces de théorbe met elk verschillende delen.

Opvallend is hoe Robert de Visée doorzichtige melodieën liefdevol drapeert op een heldere baslijn, waardoor de theorbe volledig tot zijn recht komt. Onder vrijwel alle stukken beweegt schimmig de klassieke Franse dansmuziek uit die tijd, vermengd met de erfenis van Jean-Baptiste Lully, in de zeventiende eeuw de Sur-Intendant de la Musique van koning Lodewijk XIV en tevens een boetseerder als het om transparante melodieën ging.

Zachtheid alom. Maar ook intimiteit en grootsheid. En dat is dan ook precies de ondertitel van deze cd: Intimité et Grandeur. Schitterend vormgegeven door Fred Jacobs, die de tijd stil laat staan. En overduidelijk toont hoe de baslijnen uit het verleden dezelfde functie hebben als die van nu. Waardoor de baslijnen van Robert de Visée de hand reiken van die van Pink Floyd. Op goede muziek heeft de tijd immers geen vat.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

FRED JACOBS – GIOVANNI GIROLAMO KAPSPERGER – VIRTÙ E NOBILTÀ

Metronome

Fred Jacobs – theorbe

 

FRED JACOBS – ROBERT DE VISÉE – INTIMITÉ ET GRANDEUR

Metronome

Fred Jacobs – Franse theorbe

 

Vorige bericht

Boek over NSJF-directeur Theo van den Hoek ondermaats

volgende bericht

Kika Sprangers (rondetijd 5.05,30)

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *