Jazzgereedschap is een rubriek die elk jaar in januari een musicus en zijn of haar instrument belicht. JazzNu publiceerde in januari 2016 de eerste aflevering met een vijfdelige serie over contrabassisten: De Maand van de Contrabas. De succesvolle reeks is een jaar later voortgezet met vijf verhalen over drummers en werd daarmee De Maand van het Slagwerk. In januari 2018 volgde de Maand van de Piano. In 2019 was er geen ‘Maand van…’. De serie werd in 2020 voortgezet met De Maand van de Tenorsaxofoon. In 2021 verviel de serie vanwege Covid-19. Dit jaar staat de stem centraal. We starten de serie op 1 januari met Kristina Fuchs, op 8 januari volgt Sanne Rambags, Mola Sylla treedt op 15 januari aan, Monica Akihary op 22 januari en 29 januari sluit een mystery guest deze serie af.

Kristina Fuchs: "Ik wist helemaal niet wat dat was, jazz."
Kristina Fuchs: “Ik wist helemaal niet wat dat was, jazz.”

Kristina Fuchs was 16 jaar toen ze voor het eerst jazz hoorde. Toen ze, zoals ze zelf zegt “van alles in handen kreeg geduwd: Weather Report, Charlie Parker, Stéphane Grappelli, Jean-Luc Ponty.” Haar reactie toen: ‘Hmm, hmm’. Dat hmm, hmm was kennelijk nodig om van haar een van de intrigerendste jazzzangeressen van Nederland te maken. “Ik denk dat er altijd weerstand nodig is die wrijving creëert.”

Jazeker, de van oorsprong Zwitserse Kristina Fuchs is zangeres geworden, maar ze had net zo goed een andersoortige muziekprofessional kunnen zijn. Want in haar jonge jaren zette zij op zesjarige leeftijd al de viool aan haar schouder. Ook piano, contrabas en percussie trokken haar aandacht en inderdaad, zij zong ook. In een kinderkoor. De viool speelde een hoofdrol in haar jeugd, want “ik ben vooral klassiek opgegroeid.” De klassieke vioolwereld trok haar echter niet. Improviseren op een instrument wel, maar daar zijn bij klassieke muziek niet zoveel mogelijkheden toe. “Tot iemand zei: jij houdt van impro, dan moet je eens naar jazz gaan luisteren. Maar ik wist helemaal niet wat dat  was, jazz. Dat was zo rond m’n zestiende. Ik vroeg er allerlei mensen naar en kreeg toen van alles in m’n handen geduwd: Weather Report, Charlie Parker, Stéphane Grappelli, Jean-Luc Ponty. Ik dacht ‘hm, hm’… Ik was echter een allesvreter en luisterde overal naar.”

Het kon niet uitblijven dat ook Ella Fitzgerald en Louis Armstrong in het luisterveld van Kristina Fuchs kwamen en toen raakte zij pas echt in de ban van jazz. “Toen ik Ella hoorde scatten wist ik meteen dat ik dat ook wilde. Ik kocht de plaat Best of Ella, dat was natuurlijk geen beste koop. Maar toen begon mijn ontdekkingsreis: Billie Holiday, Sarah Vaughan. Ik luisterde naar bekende interpretaties van standards, zo begon het voor mij. Dee Dee Bridgewater vond ik ook te gek, die draaide ik dan twee weken grijs om daarna toch weer bij Ella terug te keren. Stap twee werd voor mij de hard bop: Art Blakey, Horace Silver, Lee Morgan, Art Pepper, Hank Mobley, en Miles Davis ook wel. Heel veel mensen beginnen met fusion, blues en oudere muziek. Ik groeide met die zaken mee naar het heden.””

Kristina Fuchs: "Ik heb vóór mijn studie een geleend boek met standards helemaal doorgenomen."
Kristina Fuchs: “Ik heb vóór mijn studie een geleend boek met standards helemaal doorgenomen.”

De voorbeelden uit het verleden, zijn die essentieel voor Kristina Fuchs? “Op dit moment luister ik graag naar hen. Voor mij zijn ze iets uit het verleden, maar ook uit míjn verleden. Ik wil hen niet tekort doen, maar om te improviseren bewandel ik ook andere richtingen. Ik denk dat er altijd weerstand nodig is die wrijving creëert. Muziek keert zich soms tegen je. Maar of het belangrijk is om voorbeelden uit het verleden voor ogen te nemen is eigenlijk een vraag die belangrijk is voor docenten. Zeker als er leerlingen zijn die vragen of ze naar die oude voorbeelden moeten luisteren.”

“Op zeker moment ging ik met een vriendje naar Parijs. Toen we aan het wandelen waren, ontdekten we een platenwinkeltje. Helemaal achterin stonden de jazzplaten. Ik ontdekte daar het album The Newest Sound Around van Jeanne Lee en Ran Blake. Het eerste stuk op die plaat is Laura. Blake op de piano klinkt heel Debussy-achtig, Jeanne zingt sereen de melodie. Het klinkt heel klassiekerig, het is post-romantische muziek. Ik vond het fascinerend, de twee werelden die mij zo bezig hielden, kwamen hier bij elkaar.”

“In Bern was de Swiss Jazz School gevestigd, nu het conservatorium. Op die grote jazzschool kenden ze een algemene- en een beroepsopleiding. Ik ging ernaar toe en vroeg of ik eens een lesje mee mocht kijken. Rachel Gould gaf daar les en er was een meisje dat een boek vol jazzstandards had. Ik wist niet wat dat waren, standards. Ik kon in die tijd al pianospelen, goed muziek lezen en ook een beetje akkoorden spelen. Ik heb toen dat boek met standards van voor tot achter doorgenomen.”

Kristina Fuchs: "Als je vijftien jaar klassiek viool in je vingers hebt, is het moeilijk om je vrij te voelen. Ik heb gekozen voor de stem omdat die mij die vrijheid wel zou geven."
Kristina Fuchs: “Als je vijftien jaar klassiek viool in je vingers hebt, is het moeilijk om je vrij te voelen. Ik heb gekozen voor de stem omdat die mij die vrijheid wel zou geven.”

“Bij mijn toelatingsexamen moest ik één stuk spelen, maar ik was zo zenuwachtig dat ik het vooral klassiek speelde. Een lid van de jury vroeg of ik ook een beetje jazz kende. Ik begon opnieuw, helemaal verkeerd want ik deed maar wat, maar wel wat relaxter. En ik werd toegelaten. Ik had al zoveel training gehad, had al zoveel muzikale bagage dat het toen snel ging. Binnen een jaar ging ik over naar de beroepsopleiding. Ik moest toen beslissen of het de viool of de stem zou worden. Als je vijftien jaar klassiek viool in je vingers hebt, is het moeilijk om je vrij te voelen. Ik heb toen gekozen voor de stem omdat die mij die vrijheid wel zou geven. Ik kon overnemen was er al in mij zat, een nadeel was dat ik nog helemaal geen stemtechniek had.”

Na haar studie aan de Swiss Jazz School kwam ze in 1992 naar Nederland om in Den Haag aan het Koninklijk Conservatorium haar studie voort te zetten. Ze is hier gebleven. Op het conservatorium werd ze geconfronteerd met het feit dat ze zich echt als vrouw moest manifesteren. Soms moet dat nu nog wel eens, maar dat is een zeldzaamheid. “Ik kan goed noten lezen, dat zijn ze niet gewend van zangeressen”, lacht Kristina Fuchs. “Je mag soms gerust wat onzeker zijn, als je je maar veilig voelt.”

Op het conservatorium kwam Kristina Fuchs in aanraking met de afdeling sonologie en beeld en geluid. “Dan moest ik iets zingen, dat kon ik eigenlijk niet maar ik deed het toch maar. En dat was goed. Ik zie veel mensen die op een conservatorium komen en meteen gaan oordelen. Dan kun je maar één ding, al voordat je studie begint. Ik vind dat iedereen moet worden wat-ie is.” Wellicht is het aan het wegschuiven van zo’n vooroordeel te danken dat Kristina Fuchs zich vrij en breed beweegt in het Nederlandse jazzmilieu. Is ze daarmee een jazzzangeres? “Ik zeg altijd dat ik een jazzopleiding heb gehad”, is het antwoord. “In de beste traditie van de jazz ben ik een jazzzangeres, omdat de traditie zo inspirerend is voor mij. In Den Haag maakte ik kennis met de plaatselijke jazzscene, die is echt mainstream. Binnen het conservatorium trok ik op met een musicus als Wolfert Brederode. De eerste echte interessante scene was Tilburg: met Jeroen van Vliet, Pascal Vermeer, Mete Erker. Paradox is de leukste jazzclub van het land.”

Kristina Fuchs: "Ik denk dat je het begrip ‘mooi zingen’ los moet laten."
Kristina Fuchs: “Ik denk dat je het begrip ‘mooi zingen’ los moet laten.”

Het muzikale terrein van Kristina Fuchs is onbegrensd. Een van de hoogtepunten in haar carrière is het album Im Rösaligarte waarop ze Zwitserse volksliedjes in een volstrekt uniek jasje hijst. Een ander Bayram, waarop ze met haar ensemble Sonic Unit werk van Theo Loevendie vertolkt en weer een ander The World Over van Eric van der Westen’s Quadrant Extended met twee zangeressen, vier blazers en elektronica. Zij kon al die verschillende richtingen inslaan, omdat zij ervan overtuigd is dat de menselijke stem geen beperkingen kent. “Ik denk dat je het begrip ‘mooi zingen’ los moet laten. Zeker als je een bepaald volume wilt bereiken. Als je akoestisch met je stem tegen een big band op moet, heb je geen schijn van kans. Met een microfoon kun je gelukkig heel veel doen. Als je je onzeker voelt en zeker als het om vrij improviseren gaat, doe je gewoon wat je op dat moment doet. Daarbij is het natuurlijk heel belangrijk dat je met mensen op het podium staat die je aardig vindt. Het kan ook dat je met mensen speelt die je vertrouwt, want je kunt elkaar zo gemakkelijk voor schut zetten.”

De tijd staat bij Kristina Fuchs hoegenaamd niet stil. Na haar conservatoriumstudies volgde ze onder meer internationale jazzworkshops in Ierland en Lichtenstein, een studie klassieke (Indiase) Karnatische Zang en al zo’n jaar of vijftien de techniek Klankgeoriënteerd Zingen bij Ingrid Voermans. “Die techniek bestaat er uit dat je lange tonen zingt en luistert naar wat je hoort. Dat je echt naar je waarneming gaat, naar het positieve deel ervan en niet het negatieve opzoekt, zoals zenuwachtigheid. Een voorbeeld: als een stem hoog gaat hoor je veel resonans, dat zijn eigenlijk boventonen. Als je die probeert te horen kom je bij die resonans. Met je herinnering kun je triggeren wat je wilt. Je wordt zó afhankelijk als je eerst tien problemen moet oplossen. Het is eigenlijk een soort meditatie die je doet.” Om haar woorden te illustreren zet ze kort drie stemoefeningen achter elkaar.

Kristina Fuchs: "Soms ga je gewoon mee schreeuwen en weten dat je het besluit dat je nam, het juiste is.”
Kristina Fuchs: “Soms ga je gewoon mee schreeuwen en weten dat je het besluit dat je nam, het juiste is.”

Improviseren heeft Kristina Fuchs hoog in het vaandel. “Het maakt bij mij alles uit”, zegt ze beslist. “Bij klassiek is er heel weinig ruimte voor improvisatie. Het is er wel, maar dan noemen ze het interpreteren. Improvisatie is altijd de motor geweest voor muziek maken. In mijn groep met Jeroen van Vliet en Mete Erker is improvisatie altijd onderdeel van het geheel. Op de momenten dat ik niet soleer, begeleid ik. Ik probeer dan met mijn stem wat te duwen of zo. Soms moet je je bek houden en anderen wat laten doen. Heel vaak is het fijn de tegenpool te zijn. Ik denk dat er momenten moeten zijn dat je iemand de ruimte geeft, wanneer je weet dat je niets meer aan de muziek kunt toevoegen. En soms ga je gewoon mee schreeuwen en weten dat je het besluit dat je nam, het juiste is.”

Een stem heeft uiteraard alles te maken met dagelijkse omstandigheden. Toen Kristina Fuchs tien jaar geleden moeder werd, veranderden er wat zaken. “Als je moeder bent, versobert je situatie. Als je bijvoorbeeld op een avond alcohol hebt gedronken en je moet ’s ochtends om kwart voor zeven op, dan voel je dat heel goed. Als je lang  hoge, klassieke composities moet zingen, moet je in goede conditie zijn. Als ik echt klassiek doe, moet ik mijn hoog weer gaan trainen. Je fysiek op peil houden is niet moeilijk. In deze coronatijd kun je ineens beseffen: hé, ik zing al een week niet. Ik geef mezelf dan opdrachten, geef mezelf dus les.”

Les, het woord is gevallen. Volgt Kristina Fuchs les bij anderen? “Soms ga ik wel eens naar Ingrid Voermans voor Klankgeoriënteerd Zingen. Ook ga ik naar de Indiase zangeres R.A. Ramamani. Niet regelmatig, maar ik vind het wel leuk. Je bent immers nooit uitgeleerd. En ja, ze geeft ook zelf les. “Op dit moment een beetje veel. Ik ben al heel lang hoofdvakdocent jazzzang in Antwerpen. Op het conservatorium in Amsterdam geef ik les in advanced rhythm, gebaseerd op Indiase ritmische technieken. En sinds afgelopen jaar doe ik een paar uur les op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht in Musician 3.0 (opleiding tot Music Performance Artist, waarbij de deelnemers de regie houden over hun eigen ontwikkeling, rvdh). Mijn tijd is nog een beetje beperkt, ik  moet gewoon die tijd goed indelen.”

Kristina Fuchs: "Ik heb veel opgetreden en dat is belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling en staat van zijn."
Kristina Fuchs: “Ik heb veel opgetreden en dat is belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling en staat van zijn.”

“Ik heb geluk dat ik les geef”, beseft Kristina Fuchs. “Financieel is dat mijn redding. Bij de eerste lockdown was mijn dochter nog acht jaar, toen had ik een volle baan als thuisdocent. Ik merk dat nu we wat verder zijn dat ik meer tijd heb om bijvoorbeeld met Mark Tuinstra, uit het trio met Ned McGowan, op een boot kan gaan repeteren. Als kunstenaar moet je voldoende tijd hebben om je muziek te kunnen maken.” En nu haar dochter wat ouder is, is er ook meer ruimte om in haar huis in Amsterdam-Noord in een studiootje op zolder waar ze muzieklessen geeft, ook wel eens ’s avonds “iets te knutselen.”

Knutselen om wellicht dieper in de muziek door te dringen. Want met optreden alleen is het niet gedaan, vindt de zangeres. “Ik heb veel opgetreden en dat is belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling en staat van zijn. Die ontwikkeling is niet gestopt, ik ontwikkel me ook door andere zaken dan optreden. Door muziek te beluisteren, door dingen uit te proberen, door zelfstudie. Als je optreedt, stel je al die zaken op de proef. Optreden is niet belangrijk, muziek maken wel. Als ik een manier zou vinden om goede muziek te maken, zou ik niet hoeven optreden. Dat is me toch ’n werk! Ik wil gewoon goede muziek maken met anderen of in m’n eentje, dat mag ook!”

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

WWW . KRISTINA FUCHS . COM

Previous

Het allerbeste van JazzNu voor het komende jaar

Next

Eric van der Westen vaart met New Quadrant nieuwe koers

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook