JAZZNU HEEFT JANUARI 2017 UITGEROEPEN TOT DE MAAND VAN HET SLAGWERK. NADAT JANUARI 2016 TOT DE MAAND VAN DE CONTRABAS WERD BENOEMD, IS HET NU DE BEURT AAN DE DRUMS. ZIJ WORDEN VAN ALLE KANTEN BELICHT IN VIJF INTERVIEWS, DIE JAZZNU OP DE VIJF ZONDAGEN VAN JANUARI PUBLICEERT. DE REDACTIE MOEST EEN KEUZE MAKEN UIT 66 KANDIDATEN, WAARBIJ IN DE OVERWEGINGEN MEESPEELDE DAT DE VIJF GEKOZENEN IEDER EEN SPECIFIEKE BIJDRAGE HEBBEN GELEVERD AAN DE ONTWIKKELING VAN DE JAZZ- EN IMPROVISATIEMUZIEK IN NEDERLAND. NATUURLIJK ZIJN ER ANDEREN, MAAR DIT ZIJN DE UITVERKORENEN: 1-1 FELIX SCHLARMANN8-1 MICHAEL VATCHER, 15-1 MARTIN VAN DUYNHOVEN, 22-1 VINSENT PLANJER, 29-1 JOSHUA SAMSON.

 

 

De tweede slagwerker die in januari, Maand van het Slagwerk van JazzNu aan bod komt, is Michael Vatcher, (1954, Eureka, Californië). Hij emigreerde in 1979 naar Nederland, nadat hij het door jazzmusici overbevolkte New York City had verlaten.

De interviewer arriveert met de bus in de vogelbuurt in Amsterdam-Noord. Na een korte wandeling staat hij voor een zogeheten kwaliteitsarbeiderswoning uit de jaren ’10 van de vorige eeuw, rondom een plein met een stijlvol godshuis in het midden. Er hangen twee draden uit de deurpost op de plek waar ooit een deurbel hing. De drummer opent, nog voordat de interviewer heeft kunnen kloppen, de deur. “Kom binnen!” zegt de twee meter lange slagwerker, onderzoekend uit zijn lichtblauwe ogen kijkend. Hij steekt snel zijn hand uit en lacht gul vanonder zijn door asblonde, stekelige baardharen bedekte wangen. Vatcher heeft de avond ervoor opgetreden met de All Ellington Band. “Prachtig, de zaal was vol!” We lopen door een halletje naar de woonkamer.

“Bereid je voor op een gesprek over de grote thema’s van dit moment”, zegt hij fijntjes lachend en hij doorkruist de woonkamer, waar zijn partner en zoon aan het werk zijn. We lopen de keuken in. Ik neem plaats op een van de twee stoelen aan een smalle keukentafel. “Mijn vrouw maakt grote kans op een aanstelling aan een universiteit in de VS in augustus. Als het doorgaat zal mijn collega Onno Govaert deze woning van me huren.” Vatcher loopt naar het aanrecht, zet koffie in een mokkapotje en verwarmt de melk op het fornuis. Als koffie en melk klaar zijn gaat hij aan tafel zitten. “Mijn probleem is dat ik sommige mensen erg bewonder. Een tijdje terug kreeg ik onverwachts bezoek van Bill Frisell met zijn vrouw. Ik heb zo’n bewondering voor deze man. Ik heb hem een rondleiding gegeven door de buurt. Ik ga dan veel praten. Teveel, terwijl ik eigenlijk mijn gast aan het woord zou moeten laten.”

Vandaag ben jij aan het woord. Je biografie en je overdenkingen over slagwerk, jazz en geluid zijn te vinden op de website van het Nederlands Jazz Archief in de serie ‘Jazzhelden’. Nu kunnen we het over andere dingen hebben.
Yeah sure, let’s talk, laten we improviseren. Afgelopen week was contrabassist Thomas Morgan in het Bimhuis, samen met mijn collega Joey Baron en gitarist Jakob Bro. Morgan is iemand die telkens weer de juiste muzikale weg vindt. Wat hij doet is meteen raak, het maakt niet uit met wie hij speelt.

Zou je zelf zo willen zijn?
Ik ben anders. Ik ben een maximalist. Als iets goed is, is meer beter, maar waar is de grens? Ik heb bewondering voor mensen die elke keer als ze spelen er iets unieks van maken, zoals Steve Coleman, Cecil Taylor, Miles Davis, Steve Lacy…

De kunst van het weglaten.
Het is een compleet andere dimensie. Het gaat om wat je uitstraalt, niet om de techniek. Muziek is expressie. Ik ben de jonge hond op het strand. Ik probeer continu in interactie te blijven met mijn bandleden, maar soms mis ik mogelijkheden. Dat hoort erbij.”

Zit je jezelf dan in de weg?
Nee. Zo werkt improvisatie nu eenmaal. Improvisatie is het vasthouden van een verse lijn en het vervolgens weer los kunnen laten en daarmee is het onmiskenbaar verbonden met de jazz. Het mysterie, de spanningsboog, de samenwerking, de expressie. Zodra traditie een belemmering wordt, dan moet er een nieuwe lijn worden bedacht.

Mensen als Craig Taborn en Bill Frisell hebben het muzikale concept gewijzigd. Ze zijn na Miles Davis een compleet andere weg ingeslagen.

Jazz, en dan bedoel ik dat wat mensen als Ellington en Davis hebben voortgebracht, is sterk verbonden met de Amerikaanse geschiedenis. Ik beschouw mezelf als een sensitief persoon, maar de impact van wat de zwarte bevolking heeft meegemaakt is voor mij niet te vatten. Ik ben een verwende, blanke jongen uit de middenklasse. Mijn vader was arts. Ik heb nooit armoede gekend. Maar je moet je voorstellen hoe het in financieel opzicht belangrijk was voor Miles en zijn band om contracten binnen te slepen.”

Je bent eind jaren ’70 naar Nederland geëmigreerd. De periode Reagan heb je niet meegemaakt als inwoner van de VS. Ben je daar achteraf blij om?
Ja. A blessing in disguise.”

En nu ga je misschien weer terug naar het land van Trump.
Het land waar zoveel al of niet verborgen racisme heerst. Daar staat straks iemand aan het roer die een groot deel van de mensen in staat stelt onverholen racistisch te zijn.

Ik nam Roscoe Miscell mee uit eten waar ik al twintig keer eerder had gegeten. Toen we klaar waren en we hadden afgerekend liepen we de deur uit en de eigenaar rende ons achterna, omdat hij dacht dat we niet hadden betaald. Alleen omdat er een zwarte man naar buiten liep, dacht hij dat er niet was betaald. Ik ben er daarna nooit meer geweest.

In de tijd dat Obama senator was, weigerden sommige taxi’s voor hem te stoppen. Moet je je voorstellen wat dat met je doet? Gewoon omdat je zwart bent!

Ik was in Humboldt County (Californië), net terug uit Nederland en ik wilde mijn broers zien optreden. En ik reed er in de VW Kever van mijn moeder naar toe. Aan de weg stond een lifter met – wat ik aanzag als – een wandelstok. Het bleek een geweer te zijn. Hij was blootsvoets. Ik nam hem mee. Het eerste wat hij zei was: “Ik haat blanke mensen.” Hij gaf aan dat hij zojuist uit de gevangenis was ontslagen. Hij liet me zijn kogel- en snijwonden zien. Ik bracht hem naar het huis van zijn oom waar we wat joints hebben gerookt. En bij ons afscheid zei hij: “Nee, niet alle blanken zijn slecht.”

Dat is zeker een mooi verhaal.
Nu ken ik een beetje de geschiedenis van Californië en de afslachting van Indianen, maar je moet je best doen om het op te merken. De plaats waar ik ben opgegroeid, waar ik vijftien jaar heb gewoond en waar ik naar de middelbare school ging, een plek waar ik vaak barbecues heb gehad, bleek de grond van een massamoord. Een plek waar op grote schaal kinderen en vrouwen zijn vermoord. Er is niemand ooit voor gestraft. In 1850 gingen de mannen van de stam uit jagen en kort nadat ze vertrokken waren, werden alle achterblijvers vermoord. De ouderen, vrouwen en kinderen. Niemand is gestraft, hoewel iedereen ervan op de hoogte was: de burgemeester, de brandweerman, de politiecommissaris. Misschien hebben ze er zelf aan deel genomen. Of ze hebben eraan verdiend.

Ik moet denken aan het nummer van Bob Dylan The Masters of War: ‘You that build the death planes, you that build the bombs.’ Het door mijn grootvader verworven geld, waar mijn moeder nu nog van leeft, is verdiend met het maken van gevechtsvliegtuigen, wapens, bommen. En niet alleen mijn moeder, maar ook ik ben ermee verbonden.

Amerika is als een puber die slecht voor zich zelf zorgt. Trump appelleert aan het onderbuikgevoel van deze puber.

En alsnog wil je terug?
De schok van 8 november ebt nog steeds na. Het Amerikaanse systeem is rot en daar is Trump een exponent van. Maar je kunt je er niet voor verstoppen. Ik wil weer een tijdje dichterbij zijn. Er gebeurt veel in Amerika, er worden interessante discussies gevoerd. Ik wil met mijn muziek een bijdrage leveren. Trump is nu al zeventig. Wat gebeurt er na hem? Tomorrow is the question; Ornette! Wat gaat er muzikaal gezien gebeuren? Ik wil erbij zijn. Bovendien heb ik drie muzikale broers. We hebben regelmatig samengespeeld. Als ik in straks in de VS woon, kan ik vaker met ze spelen.”

Ben je bang om iets te missen?
Fouten maken we allemaal en ik maak er meer omdat ik impulsief ben. Gemiste kansen horen bij het leven. Mensen willen het daar liever niet over hebben.

Ik was in Chicago toen Obama net was gekozen. Wilbert de Joode was er ook. Iedereen was in feeststemming en we hebben een uur of drie heerlijk muziek gemaakt. Achteraf gezien had ik een taxi naar Grant Park moeten nemen om met tranen in mijn ogen Obama tijdens zijn overwinningstoespraak te horen zeggen: ‘Change has come to America.’ Gemiste kans.

Ik had de kans om met Steve Lacy te spelen, maar het is er niet van gekomen, omdat ik te veel tegen hem opkeek. Belemmering in de nabijheid van de held. Gemiste kansen zijn een deel van mijn leven en maken ook deel uit van mijn karakter. Maar naarmate ik ouder word, zijn er nog zoveel mooie kansen en muziek is nog steeds een mysterie. Hoe haal je het beste uit dingen? Hoe haal je het beste uit een solo? Wanneer moet je stoppen?

Dat lijkt me lastig te bepalen.
Het is onmogelijk. Het is een kunstvorm. Waarom luisteren we graag naar solo’s van Coltrane, Dolphy, Miles en Frisell? Aan de universiteiten krijg je de opdracht mee om Miles-solo’s uit te schrijven. En daar is een reden voor. Het gaat om de kunst van het opbouwen. Improvisatie of compositie. Waar ligt de grens?

Waar was je in je tienerjaren zelf mee bezig?
Ik was geïnteresseerd in Cream, Hendrix, Miles en Captain Beefheart. Beefheart woonde ook in Californië. Ik begon met muziek in de jaren zeventig, toen ik tiener was, in het pre-discotijdperk. We hadden twee universiteiten in de buurt en in de nabijheid bevonden zich tien plekken waar werd gedanst en waar live-muziek werd gespeeld. De combinatie van dans en muziek is magisch. Dat vond ik prachtig. Het heeft ook met ontluikende seksualiteit te maken. De meisjes kijken anders naar je als je achter zo’n instrument zit. Het geeft je een gevoel van macht!

Wat speelde je dan?
We speelden alle soorten muziek, eigen composities en improvisaties, maar ook muziek van onder andere Frank Zappa. Michael Moore was de toetsenist in die tijd.

En Moore staat nog altijd aan je zijde. Wat ga je doen aankomende tijd?
Een opname met de All-Ellington-band op 8 januari. De dag erna zal ik met pianist Julian Hamilton spelen. En ik ga in januari naar Myanmar om te spelen en instrumenten te kopen. Ik verzamel instrumenten!

Vatcher loopt naar de woonkamer en vervolgens naar een slaapkamer en laat een deel van zijn instrumentenverzameling zien: slagwerk, een gong, een snaarinstrument met 140 snaren et cetera

Ik heb enorm veel instrumenten. Ik ben benieuwd naar de combinaties. Sommigen bezit ik al dertig jaar en ik heb er nog nooit het door mij gewenste geluid uit kunnen halen. Ze liggen te verstoffen en ik weet dat ik ze moet verkopen. Ik verkocht mijn voetpiano afgelopen zomer. Ik heb een marimba die ik moet repareren. Maar zodra ik heb gerepareerd wil ik er zelf niet meer op spelen…

Muziek is een vast onderdeel in dit huishouden. Wat vindt je zoon ervan?
Mijn zoon vindt het leuk om mee te gaan naar concerten, maar hij geniet er vooral van om chocolaatjes te eten in de kleedkamer. Hij houdt niet zo van stilzitten. Ik probeer hem thuis te stimuleren muziek te maken. Hij speelt piano, maar de discipline om te oefenen is er niet elke dag. Hij wil liever dansen en plezier maken. Wat ik belangrijk vind is, dat hij merkt dat ik blij ben als ik muziek maak en dat hij proeft aan de muzikale sfeer die is ontstaan. Ik wil graag dat het tastbaar voor hem is.

Hoe oud was je zelf toen je de smaak te pakken kreeg?
Het heeft even geduurd. Ik was 35 toen ik de basis van het drummen heb geleerd. Ik ben een autodidact. Maar als tiener ontmoette ik George Marsh en wat hij me leerde is interessant.

Vatcher pakt een boek van Marsh uit de woonkamer en loopt weer terug naar de keuken.

Ik werk sinds 1975 met zijn methode. Het is een notenschrift dat is gevisualiseerd aan de hand van het menselijk lichaam, de ledematen. Het is een beweging waar je in moet groeien, je moet het eerst onder de knie krijgen voordat je het begrijpt. Zie het als een melodie met vier ledematen. Als je ze gebruikt aan de hand van de kaart die je hier ziet, dan stroomt de energie door je lichaam. Het mooie van deze oefeningen is dat je ze in verschillende volgordes kunt doen.

En je kunt ze overal doen, zonder slagwerk?
Ik doe ze vaak in het vliegtuig als ik niet kan slapen. Het is een methode met ongekend veel mogelijkheden. Je kunt dezelfde oefening op vier verschillende manieren doen. Een blad van zestien oefeningen bevat dus eigenlijk 64 mogelijkheden en je kunt ze op verschillende snelheden uitvoeren. Toen Joey mij hoorde zei hij: ‘Wow, je bent een en al golf!’

Is Joey Baron er ook bekend mee?
Ja. Joey heeft er zelfs zijn eigen dimensie aan toegevoegd: het accent. En ik kan de methode van Marsh terughoren in zijn drumspel. En hij bezocht mij, beluisterde mij, om de oefeningen onder de knie te krijgen. De methode-Marsh is een van de methodes en ik heb ook andere methodes geleerd. Maar ik herhaal die van Marsh elke dag en daarnaast probeer ik er bij te zingen. Ik houd van zingen.

Vatcher laat een oefening horen en gaat praten…

Spraak en ritme doen een beroep op hetzelfde gedeelte van je hersenen. Ik kan mezelf hier mee bevrijden… How to let it go! Ik hoop er ook op andere terreinen verder mee te komen. Zo hoop ik eens ‘standards’ te kunnen zingen en gelijktijdig deze oefeningen te kunnen doen.

We kijken naar de verschillende notaties van Marsh. Vatcher laat dertig seconden de oefening, genaamd Nuts and Bolts, horen. Hij stampt beheerst met zijn voeten en slaat met zijn handen op zijn knieën. Tijdens de oefening zegt hij: “Wijs maar een andere tekening aan.” Ik wijs op gevoel telkens een andere tekening aan en Vatcher wijzigt op zijn beurt de volgorde van zijn geklap en gestamp. In het begin beweegt hij langzaam en voorzichtig, maar naarmate we vorderen en Vatcher meer in zijn spel zit verlopen de bewegingen steeds sneller en vloeiender, totdat ik in zijn spel niets meer merk van mijn aanwijzigingen of mijn aanwezigheid.

Joey Baron heeft gelijk. Michael Vatcher is een en al golf.

ROBIN ARENDS
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

www.jazzhelden.nl

Previous

Lezeres Fay Claassen bekijkt de inhoud van JazzNu

Next

Fay Claassen denkt echt niet na of het allemaal wel jazz is

Lees ook