Teus Nobel, de stokjesdrager van de maand juni, wees als zijn opvolger Alexander van Popta aan. Maar de pianist liet weten ‘momenteel niet beschikbaar’ te zijn. JazzNu wendde zich tot Teus Nobel die zonder een moment te hoeven nadenken Koen Smits als de stokjesdrager voor deze maand aanwees. De 31-jarige trompettist is pas een jaar of acht ‘bekeerd’ tot de jazz. Dat gebeurde toen hij klassiek trompet studeerde aan het conservatorium. Inmiddels is hij een veelgevraagde steunpilaar in groepen zoals zijn ‘eigen’ trio Mudita, waarmee hij in 2019 een Edison Nationaal Vocaal binnen haalde, maar ook in Eric van der Westen’s Private Time Machine, The Hornaments, Red Light Jazz Society, Wicked Jazz Sounds, The Paradox Jazz Orchestra en nog een handvol andere. Koen Smits is een vlotte prater, met een uitgesproken eigen mening. “Ik vind niet dat ik excelleer binnen het genre jazz, wel dat ik heel blij word van improviseren.” Een harde werker is Koen Smits, maar op dit moment is hij zich super relaxed aan het vervelen. De lengte van deze aflevering van JAZZ-tafette duidt op de bezige bij die hij is, maar JazzNu ruimde er graag plaats voor in.

Koen Smits: “Ik hou ervan om mooie dingen te maken.”

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Met vakantie vieren. Ik heb het wat spelen betreft, altijd rustig tussen half juli en half augustus. Andere jaren had ik nogal veel stress, nu ben ik bezig aan een super relaxed jaar, dat er heel wat gebalanceerder uitziet. Ik deed altijd alles wat me werd gevraagd, nu heb ik keuzes gemaakt. Bovendien ben ik boven sommige zaken uitgegroeid. Bijvoorbeeld spelen in een coverband, wat ik tien jaar deed. Ik ben er super dankbaar voor, ik kon daardoor stoppen met werken in de horeca wat ik toen deed. In die coverband mocht ik er altijd mensen voor uitzoeken en muziek arrangeren, daar heb ik veel aan gehad. De band is ter ziele gegaan, ik heb niet voor een andere gekozen. Wat doe ik met al die tijd? Ik ben me super relaxed aan het vervelen. Ben nu wel weer wat aan het schrijven. Mijn eerste “zomerwerkje” staat al voor tachtig procent op papier. Ik heb altijd wel wat te doen. Ik mix bijvoorbeeld een paar cd’s per jaar en geef sinds dit jaar les aan het conservatorium in Utrecht. Enne, met spelen heb ik het ook druk.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Toen ik met het Metropole Orkest speelde op de Avond van de Filmmuziek in Ahoy’. Ik ben ooit begonnen als klassiek trompettist en speelde zodoende vaak in klassieke orkesten. Nadien miste ik dat erg. Ik ben lang niet goed genoeg om in zulk soort orkesten te spelen. Met het Metropole Orkest kwam die wens om nog eens in een groot orkest te spelen, heel dichtbij. Alles kwam samen; de droom om dit te mogen doen kwam uit en het werd nog betaald ook! Ik voelde dat ik op z’n minst goed bezig was.

Waarom doe je graag wat je doet?
Ik hou ervan om mooie dingen te maken. Als muzikant kun je dat op heel veel manieren doen. Ik moet onder mensen zijn, muziek maak je samen. Mixen doe ik ook altijd met iemand. Ik verveel me nogal snel, maar ik kan met mensen met wie ik wil werken, precies doen wat ik wil.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Laat. In het derde jaar van het conservatorium, rond m’n 23e. Ik denk wel dat de drang om te improviseren er eerder was. Ik ben me er nooit bewust van geweest, maar was altijd bezig door improvisatie zaken bij de muziek te verzinnen, tot ergernis van de musici van toen. Ik voel me geen jazzmusicus. Ik vind niet dat ik excelleer binnen het genre jazz, wel dat ik heel blij word van improviseren. Bovendien heb ik het idee dat jazz niet alleen een speelstijl is, maar zeker een genre. Ik ben niet zo goed in swingen. Ik heb het wel geprobeerd. En ik ben ook geen bebop-held. Ik vind trompetspelen heel leuk om te doen op de manier waarop het instrument ooit is gebouwd. Dan maakt het genre niet zoveel uit: als de muziek maar goed is en ik haar vind passen. Als ik improviseer speelt er een ander verhaal. Als ik jazzmusicus ben moet ik regeltjes volgen, dan kun je je verspreken, maar ook hakkelend een goed verhaal vertellen.

Koen Smits: “Als ik jazzmusicus ben moet ik regeltjes volgen, dan kun je je verspreken, maar ook hakkelend een goed verhaal vertellen.”

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Ik heb een lichte fascinatie voor… hoe moet ik het zeggen… perspectief van kwaliteit. Je hebt platen in je kast staan en als je dan gaat studeren, begin je halverwege de jazz die er was. Iedereen zegt: vroeger konden musici altijd de jazz spelen die ze zelf wilden. Maar ik denk dan: hoe zijn die mensen daarmee bezig geweest, hoe dachten zij daarover? Ik heb dus niet zoveel met periodes, wel met de context, wat daar de motivatie voor was. Soms vind ik het jammer dat er tegenwoordig zoveel muziek wordt gemaakt op de computer. Niet dat die slechter is, zeker niet. Wel denk ik, dat er dertig jaar geleden anders werd gewerkt. Daar had ik me ook wel prettig bij gevoeld.

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
We speelden eens in Hilvarenbeek op een buitenfestival. Ik kom uit Diessen, dat vlakbij Hilvarenbeek ligt. Ik zag in het publiek een man, een soort dorpsgek, die ik kende uit Diessen. Die nog geen vlieg kwaad deed. Hij had een schoen in zijn hand en het leek of hij die wilde gooien. Ik gebaarde naar hem: gooi maar, ik vang ‘m wel op. Iemand anders interpreteerde dat alsof er een schoen moest worden gegooid. Dat deed hij dan ook, terwijl ik stond te improviseren. Ik zag de schoen aankomen, ving hem op en gooide hem terug. Ik was erg boos, maar het liep wel met een sisser af.

Waar vind je inspiratie?
Achter mijn piano. En als ik onderweg ben. Vaak put ik inspiratie uit zaken die toevallig gebeuren. Als ik daarbij iets hoor of bedenk, sla ik ze op in mijn dictafoon. Soms kom ik er later op terug en ga ik ermee aan de slag als idee om iets te componeren. Ik heb een hele stapel notenpapier op mijn piano liggen. Daar blader ik af en toe doorheen. Ook klassieke muziek verschaft mij inspiratie. Het stuk dat ik vandaag bedacht ontstond toen ik op de piano een melodie speelde die ik herkende van Elgar. Ik kopieer nooit, maar heb het stuk wel een Elgar-quote meegegeven, omdat hij dat verdient.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Dat ik niet naar het Orkest Koninklijke Luchtmacht ben gegaan. Vanwege mijn voorliefde voor orkesten en klassieke muziek hoopte ik altijd in een semi-lichtklassiek orkest terecht te komen. Een militair orkest is mooi, omdat het niet alleen klassiek, maar ook andere muziek op het repertoire heeft. Bovendien zou ik bij de Luchtmacht een baan en een salaris hebben. Het was altijd zo ver weg dat ik er niet eens van durfde te dromen. Als ik het lef had gehad om solo-trompettist te worden bij het Luchtmachtorkest was dat het allergaafste geweest wat ik had kunnen bedenken. Ik deed twee keer auditie bij de mariniers en werd het net niet. Een jaar later kwam de baan van Teus Nobel bij dit orkest vrij. Ik was toen al bezig als solist en een baan bij het orkest was niet meer zo onbereikbaar als hij leek. Het ging goed met mij, met Mudita (groep waarin Koen Smits speelt, rvdh) hadden we een Edison gewonnen, ik speelde lekker met Kika Sprangers. De baan bij het Luchtmachtorkest zou een droom zijn die werkelijkheid werd, maar wat moest ik er allemaal voor laten? Het begon te knagen; ik merkte dat ik alle leuke dingen van dat jaar niet had kunnen doen als ik in dat orkest had gezeten. Op het laatste moment heb ik me toen terug getrokken.

Koen Smits: “Ik heb een hele stapel notenpapier op mijn piano liggen. Daar blader ik af en toe doorheen.”

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Music for 18 Musicians van Steve Reich. Voor mij is dat een van de weinige platen die ik kan opzetten om echt te luisteren. Gaat nooit vervelen.

Wat neem je altijd met je mee?
Nieuwsgierigheid.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Natuurkunde en koken. Mijn YouTube-algoritme bestaat uit het kijken naar video’s van die fenomenen, je krijgt een kijkje op hoe die concepten werken. Ik zie altijd mooie overeenkomsten tussen koken en mixen. Zuur is een bepaalde frequentie, zout smaakt als compressie, laag in de mix is een beetje vettig, ingrediënten zijn sporen en de volgorde waarop je bepaalde elementen gebruikt zijn belangrijk voor het eindresultaat.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Het antwoord hierop vind ik in meerdere mensen. Ik heb geen voorbeelden in de vorm van personen. Ik heb wel veel mensen om me heen die bepaalde eigenschappen hebben waar ik een voorbeeld aan wil nemen. Ik zou niemand van hen willen zijn, in ieder persoon schuilt wel een les. Daar word ik steeds bewuster van.

Wat intrigeert je aan je instrument?
Hoofdzakelijk twee elementen. Als ik – los van de klank – een van mijn trompetten pak en zomaar begin te spelen, dan is het o zo intrigerend hoe het instrument de muziek zoveel verschillende richtingen in trekt. Daarom probeer ik een instrument ook op die manier te kiezen. Een instrument kan iemand iets brengen. Het effect dat een instrument op het spelen ervan kan brengen, is nergens zo groot als op de momenten dat je improviseert.

Koen Smits: “Het effect dat een instrument op het spelen ervan kan brengen, is nergens zo groot als op de momenten dat je improviseert.”

Wat heb je geleerd van je muziek?
Voor een mooi eindresultaat is het belangrijker de juiste mensen om je heen te hebben dan dat je iets perfect gaat maken. Ik vind het belangrijk om nieuwe muziek mee te nemen naar mijn muzikanten en dan te horen wat zij ervan vinden. Vaak wordt het dan beter dan wat ik had bedacht. De les die ik hieruit trek: als je jouw ideeën deelt met anderen, komen ze vaak mooier uit.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Astronaut. Als kind wilde ik de eerste man op Mars worden. Later werd dat uitvinder, dat ik als eerste de waterstofauto zou ontdekken. En toen ben ik naar het conservatorium gegaan.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Dagelijks. Ik maak graag fouten, omdat het een illusie is dat je ze niet maakt. Als het zich zo voordoet, kun je ze alleen maar oplossen. Ik voel wel de drang om succes te hebben, maar heb in grotere én kleinere dingen onderweg wel iets geleerd.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
De productiekant. Ik vind het fijn meer en meer te gaan zien dat improvisatie het begin van de muziek is. Daar wordt iets van gemaakt. Het aspect improvisatie is “for life”. Veel jazzalbums zijn een afspiegeling van live-concerten, zonder dat ze live zijn. Als ik een plaat luister die ik te gek vind en ik ga daarna kijken hoe het live klinkt en de muziek hetzelfde is, dan mis ik iets. Als je de kans krijgt in de studio iets toe te voegen is improvisatie het middel en niet het onderdeel van de ervaring.

Met wie werk je graag samen?
Met mensen die een beetje hetzelfde zijn als ik, maar ik kom tot het beste resultaat met mensen die níet zijn zoals ik. Als je het snel allemaal met elkaar eens bent, waar kom je dan uit? Ik ben graag iemand die zijn kont tegen de krib gooit. Als iemand het steeds met mij eens is, kan ik dat niet doen!

Koen Smits: “Ik vind het fijn meer en meer te gaan zien dat improvisatie het begin van de muziek is.”

Welke dromen liggen nog voor je?
Ik droom van een eigen plek waar ik kan wonen en werken. Waar ik nu woon kan ik nauwelijks studeren. Ik heb ergens buiten de stad (Koen Smits woont in Tilburg, rvdh) een studio. Als ik er met de auto heen rijd, duikt er vaak inspiratie op. Ik wil graag een plek waar als ik inspiratie krijg, die meteen kan inspelen. Ik zou ook graag een eigen plaat maken én een leuke band beginnen om met een eigen blazerssectie te spelen.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan Sjoerd van Eijck. Hij is een studiegenoot, al lang een fijne collega en ook een klankbord. We spelen ook al heel lang in allerlei formaties. Het laatste jaar is Sjoerd zo waanzinnig vooruit gegaan. Hij is een mooie mens die zijn eigen weg vindt in het landschap van de muziek. Ik hoop dat-ie wereldberoemd wordt. Maar ik denk dat hij dat zelf niet zal willen…

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

www.koensmitsmusic.nl

Previous

‘Soft Steel’ van Deon zoekt én vindt verdieping en doorgronding

Next

De 360-gradenkunst van zangeres Latanya Alberto

Lees ook