‘Een bescheiden type’, zo omschreef Bert Lochs vorige maand de stokjesdrager voor de maart-editie van de JAZZ-tafette. Daarmee is niets te veel gezegd, want Leo Janssen is wel héél timide, zeker als het over zijn eigen verrichtingen als musicus gaat. En zoals dat vrijwel altijd geldt: de stilste wateren hebben de diepste gronden. Anders gezegd: Leo Janssen mag wat ons betreft best wat hoger van de toren blazen, want zijn vakmanschap op tenorsaxofoon en klarinet is van onberispelijke klasse. Dat weet ook het Metropole Orkest, want daar is hij al 35 jaar in vaste dienst. Met eigen groepen is hij nauwelijks aan het front getreden, maar met zijn Leo Janssen Group, waarmee hij naar eigen zeggen ‘fjordenjazz’ speelt, wil hij vaker de spotlights opzoeken. De leerlingen aan het Conservatorium van Amsterdam die klarinet- en saxofoontechniek van hem krijgen, mogen zich gelukkig prijzen.

Leo Janssen: "Pas de afgelopen tien, twaalf jaar durf ik mijn eigen stukken te spelen."
Leo Janssen: “Pas de afgelopen tien, twaalf jaar durf ik mijn eigen stukken te spelen.”

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Sowieso met de oorlog in Oekraïne. Daar doe je als sterveling niets aan. Maar ik ben ook op de computer stukjes aan het schrijven voor mijn bandje. Spelen is moeilijk. Mijn ‘fjordenjazz’ wordt vaak niet gehoord. Ook ben ik lid van het Metropole Orkest en doceer aan het Conservatorium van Amsterdam zeven uur per week klarinet- en saxofoontechniek. En dat vind ik ontzettend leuk en leerzaam, ook voor mezelf.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
De eerste keer dat ik aanwezig was op een sessie bij Charli Green. Dat gevoel, weet je. Pas de afgelopen tien, twaalf jaar durf ik mijn eigen stukken te spelen. De eerste keer was het, tjeetje… Een andere dierbare herinnering was een concert met de Brecker Brothers in New York. Ik durfde niet eens te praten met Michael. Ik was veertien jaar toen ik Billie Cobham hoorde spelen met Michael Brecker. Prachtig! Ik kon zijn geluid niet plaatsen, was er een heel weekeinde mee bezig.

Waarom doe je graag wat je doet?
Vanwege het gevoel dat ik ‘moet’. Ik wil op dezelfde manier als bij yoga en het boeddhisme bij het licht komen. Bij muziek heb ik dat ook, dichtbij de oerbron naderen. Muziek is trilling en die geeft geluid. Dat is toch oer!

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Voornamelijk toen ik Michael Brecker voor het eerst hoorde. Ik kende Dexter Gordon en Ben Webster al. Brecker kwam ik nadien altijd weer tegen. Charli Green heeft me verder op weg naar de jazz geholpen. Hij kwam elke week naar de big band waarin ik speelde en nam dan geluidsbandjes mee. Daar vertelde hij dan over en dat gebeurde ook wel eens bij hem thuis.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Bij de ontwikkeling van het ECM-label.

Leo Janssen: "Ik maak me ook zorgen om het milieu. Dat houdt me nogal bezig, vooral vanwege mijn kinderen."
Leo Janssen: “Ik maak me ook zorgen om het milieu. Dat houdt me nogal bezig, vooral vanwege mijn kinderen.”

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
We speelden met het Metropole Orkest eens in Heraklion, de hoofdstad van Kreta. Miljoenen krekels tjilpten zo hard, dat je het orkest niet meer hoorde.

Waar vind je inspiratie?
In de natuur en bij mijn vrouw, zoon en dochter. Ik heb een vrouw die al veertig jaar mijn geneuzel ondersteunt. Zij heeft me altijd gesupport. Als het met je kinderen niet zo goed gaat, stap je toch over je muziek heen. Inspiratie vind ik ook bij alle goede musici, zeker die in Nederland. Bij het Metropole Orkest staat dan die op en dan die en vervolgens denk je: nu ik ook. En mijn collega-docenten in Amsterdam inspireren me zeker ook.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik moest een stuk van Vince Mendoza inspelen voor een plaatopname. Hij zat in de controlekamer. Bij de eerste opname zei hij: Avoid the blues. Bij de tweede keer: Avoid bebop. ‘Blues is not your cultural background’, zei hij ook nog. Ik snap ook wel dat die blues meer van musici als Ben Webster komt. Vince hield er meer van dat stukken diatonisch werden gespeeld. In één uur heb ik tien jaar muziekles van hem gehad. Het was spannend, maar ik was er toch blij mee.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Planets, Rivers and… Ikea van Bendik Hofseth. Hij speelt fantastisch tenor- en sopraansaxofoon. Bendik is een Noor die alles zelf doet. In zijn spel zitten allemaal elementen die ik mooi vind. Zoals popinvloeden en klassiek, zaken die ik ook zie zitten en in zijn muziek samenvloeien.

Wat neem je altijd met je mee?
Mijn saxofoon of klarinet. Soms allebei.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Helaas de oorlog. Verder probeer ik te volgen wat er op het gebied van jazz in Nederland, de Verenigde Staten en Scandinavië gebeurt. Ik maak me ook zorgen om het milieu. Dat houdt me nogal bezig, vooral vanwege mijn kinderen.

Leo Janssen: "Probeer maar eens als Boeddha te zijn als de bommen op je afkomen."
Leo Janssen: “Probeer maar eens als Boeddha te zijn als de bommen op je afkomen.”

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Boeddha. Als we daar eens met z’n allen een beetje van mochten hebben. Geldt ook voor Christus, hij is eigenlijk vergelijkbaar met Boeddha. Maar ja, probeer maar eens als Boeddha te zijn als de bommen op je afkomen.

Wat intrigeert je aan je instrument?
Het is een enorme uitdaging om op mijn saxofoon een paar goede noten te spelen. Je kunt zóveel klankkleur maken. Als mensen op hetzelfde instrument spelen, klinkt ieder van hen anders. Een saxofoon kleurt met zoveel andere instrumenten, past in zoveel stijlen. Voor klarinet geldt dat ook, maar daar is het technisch wat lastiger.

Wat heb je geleerd van je muziek?
Het belangrijkste: dat ik nog een hoop heb te leren. Dat je nog altijd nieuwe dingen kunt ontdekken en open moet staan. En als je een keer goed hebt gespeeld, je niet op je lauweren moet gaan rusten: je bent er immers nog niet.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Muzikant. Dat was duidelijk vanaf mijn vijftiende, zestiende. Op de middelbare school moest je uitzoeken waar je nadien heen wilde. Ik ben naar het conservatorium in Maastricht gegaan, waar ik klassiek studeerde. Nadien studeerde ik drie jaar jazzsaxofoon bij Ferdinand Povel aan het Conservatorium van Hilversum.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Ik heb wel eens klassieke dingen op klarinet moeten spelen. Dat is lastig, je hebt geen vangnet, je moet spelen wat er staat. Als je tijdens een jazzsolo improviseert, geeft je dat een enorme vrijheid. Je kunt beginnen waar je wilt! De kans om te falen is dan veel minder.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Dat er over de hele wereld zoveel goede spelers zijn. Jazz leeft. Bij publiek zou dat wel even iets meer mogen zijn. Ik ben een hele grote fan van Noorse musici als Bendik Hofseth, Jan Garbarek, Jon Balke, Mats Eilertsen en Bugge Wesseltoft.

Leo Janssen: "Ik ben een hele grote fan van Noorse musici als Bendik Hofseth, Jan Garbarek, Jon Balke, Mats Eilertsen en Bugge Wesseltoft."
Leo Janssen: “Ik ben een hele grote fan van Noorse musici als Bendik Hofseth, Jan Garbarek, Jon Balke, Mats Eilertsen en Bugge Wesseltoft.”

Met wie werk je graag samen?
Met de saxofoonsectie van het Metropole Orkest, mijn collega’s aan het Conservatorium van Amsterdam en met mijn eigen band, de Leo Janssen Group.

Welke dromen liggen nog voor je?
Cd’s maken met mijn eigen band. Met hen in een studio het materiaal helemaal uitwerken.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan Charli Green. Hij was mijn mentor toen ik 15, 16 jaar was. Ik heb veel van hem geleerd. Met zijn passie is hij een en al jazz. En dat heb ik ook van hem opgepikt.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

Previous

Het North Sea Jazz Festival heeft wat in te halen

Next

Transition biedt weer de mooiste staalkaart aan jazz

1 comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook