Jazzpianist Polo de Haas is op 17 april overleden. Nou ja, jazzpianist… De Haas was ook een uitvoerder die klassiek, eigentijds gecomponeerd speelde, voor elektronica zijn hand niet omdraaide, heel soms ‘gewoon’ een begeleider was, vakkundig uit allerlei culturen putte en vooral iemand die muziek ook graag mengde met andere kunstvormen. Polo de Haas stierf na een korte ziekenhuisopname aan een longontsteking. Hij werd 88 jaar.

Polo de Haas

Het was mei 1977 toen deze schrijver naar Leiden toog waar Polo de Haas zijn Konsert voor piano, synthesizer, stem en striptease ten gehore bracht. Het was de periode dat de grilligste vrije muziekvormen in Nederland – zoals de capriolen van het Willem Breuker Kollektief en de Instant Composers Pool – bij het grotere publiek druppelsgewijs hun intrede hadden gedaan. Polo de Haas meende het vuur weer een beetje te moeten opstoken met voornoemd concert. Konsert moest je natuurlijk zó schrijven, geheel naar de modus van die tijd. Voor de striptease had de pianist zich verzekerd van de medewerking van de indertijd tamelijk beroemde danseres Hannah de Leeuwe.

Het woordje striptease zal ongetwijfeld de meeste mannen naar het Leidse theatertje hebben gelokt. Polo de Haas speelde er behulpzaam op in. Hannah danste en wervelde om hem heen, steeds naakter om als een sirene zowel de uitvoerder als diens compositie volgens de regelen der vrij-muzikale kunst in te pakken. Een knallend succes, het vagevuur der eigenaardigheden was weer heftig opgelaaid.

Polo de Haas tijdens een uitvoering van een van zijn concertseries in het Concertgebouw in Amsterdam.

Het is steeds de leidraad van Polo de Haas geweest, een muzikantenleven lang: muziek uit haar keurslijf rukken, er nieuwe richtingen in vinden, de onderlinge stijlen met elkaar verbinden. Of – liever nog – uiteen te rafelen en waar nodig haar bijvoorbeeld aan Ramses Shaffy te binden – waar hij bij de begeleiding zonder blikken of blozen wat citaten van Eric Satie, Willem Pijper of Isaac Albéniz doorheen strooide – of aan dichters, beeldend kunstenaars en fotografen van elk pluimage. Het was Polo de Haas om het even en daarom is hij een vrij-improviserende musicus geworden die het maar een kleine groep concurrenten in Nederland lastig heeft gemaakt. Hij liep immers voorop.

Polo de Haas moet als een avonturier worden gezien, een die het keurslijf van concertzalen en eeuwenoude conventies, die vooral aan klassieke muziek kleven, met of zonder bijl te lijf ging. Dat deed hij bijvoorbeeld al aan het begin van zijn carrière die er voor de aanstormende concertpianist De Haas bijzonder rooskleurig uitzag. Weliswaar met andere argumenten dan Keith Emerson ooit deed – deze wilde de beste concertpianist ter wereld zijn en toen het ernaar uitzag dat dit niet ging lukken, maakte hij de overstap naar de symfonische popmuziek. Niet Polo de Haas, ook hij liet het klassieke podium achter zich om daaráchter naar de vrijheid in muziek te gaan speuren. Jazz ligt dan voor het oprapen. Drummer Pierre Courbois werd meteen zijn soulmate. En is dat vele decennia gebleven. Polo de Haas had een nieuwe periode in zijn leven gevonden: die van de improvisatie. Hij had die al wel toegepast in de klassieke muziek, maar nu lag er een eindeloze steppe voor hem open.

Polo de Haas thuis aan het werk achter zijn piano.
Polo de Haas thuis aan het werk achter zijn piano.

“Improviseren in de klassieke en eigentijdse muziek is tegenwoordig heel ongewoon”, zo blikt hij daarop terug. “In de tijd van Mozart werd er vaak geïmproviseerd. Mozart en Clementi hielden zelfs een improvisatiewedstrijd. Clementi won! Improviseren heb ik altijd al gedaan. Het is voor mij hetzelfde als praten. Ik vertel iets en de mensen kunnen het als een verhaal beluisteren. In principe begin ik uit het niets. Het publiek weet niet wat er zal gaan gebeuren, maar ik zelf weet dat ook niet. En dat maakt het dus heel spannend. Componist Simeon ten Holt heeft eens gezegd: ‘Mijn vingers vinden hun weg op het klavier en dat leidt tot een compositie.’ Mijn vingers leiden mij tot een improvisatie en ik laat me verrassen. Het zijn nooit loze noten – althans dat probeer ik te vermijden. Het zijn noten die iets uitdrukken.

Een van der eerste wapenfeiten die Polo de Haas op zijn naam schreef, samen met Theo Lovendie, was de vestiging van de STAMP-concerten. STAMP staat voor Stichting Alternatieve Muziek Praktijk en dat was de zelf aangelegde spartelvijver waar Polo de Haas zijn hart kon uitstorten: de stichting kende namelijk geen muzikale grenzen en programmeerde alles wat in de ogen van de twee oprichters waard was om onder de aandacht te brengen. Daar viel alles onder. Herhaal: alles. Met basklarinettist Harry Sparnaay verbaasde hij de wereld nóg meer door onder de naam Fusion Moderne over de aardbol te touren. En met stemkunstenares Greetje Bijma en koraspeler Zoumana Diarra verraste hij dezelfde aardbol wederom.

Spelen met muziek was de titel van een tv-programma, in handen van Polo de Haas, dat hem in de jaren zeventig warempel tot een publiekslieveling maakte. Hij vertelde er op zijn gemak over klassieke muziek en vooral de schoonheid ervan en scoorde met elke uitzending zo’n 800.000 kijkers. Later, vanaf 1994 organiseerde Polo de Haas een eigen concertserie in de Beurs van Berlage in Amsterdam. In 2010 verhuisde het project naar de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Het werd weer een bonte mengeling, zoals van deze onvoorspelbare grootheid gewend: klassieke muziek, hedendaags gecomponeerd en niet-Westers kregen extra dimensies door de mixage met film, tentoonstellingen, poëzie en beeldende kunst. Polo de Haas werd pas geremd toen Covid-19 in 2020 uitbrak. Niet zo héél erg vond hij: “In deze coronatijd zit ik thuis zoals ik altijd thuis zit. Ik zit altijd in quarantaine – met plezier – zoals sommige anderen ook met plezier in quarantaine zitten omdat ze kunnen lezen, gezellig babbelen, spelletjes doen of ongestraft veel opbellen.”

Polo de Haas is nooit onder één hoedje te vangen geweest.
Polo de Haas is nooit onder één hoedje te vangen geweest.

Een tweede golf van bekendheid spoelde over Polo de Haas heen toen hij voor zijn vriend Simeon ten Holt diens Canto Ostinato ging uitvoeren. Ten Holt had toen juist een drastische ommekeer in zijn loopbaan als componist doorgevoerd. Hij stapte van elektronische- en atonale muziek zomaar de wereld van de tonale muziek binnen: Canto Ostinato is er immers het dwingende voorbeeld van. Simeon ten Holt leek van zichzelf geschrokken: kon dat wel, zo’n ‘eenvoudig deuntje’? Polo de Haas overtuigde hem van het tegendeel door te stellen dat de componist er onverbloemd zijn ziel in had gelegd. De pianist pikte het op en speelde het honderden malen, tot aan de uitbraak van de pandemie toe. Een Canto Ostinato-album dat hij maakte met pianist Kees Wieringa werd in 2001 ‘vet’ goud.

“Ik heb om goed te kunnen spelen een luisterend oor nodig. Het is een soort onzichtbare band die er bestaat tussen het publiek en mij. Je ziet en hoort die band niet, maar ik merk vanuit mijn plek op het podium de lichtste reactie van het publiek.” Het zijn woorden van Polo de Haas die hij én zijn publiek niet meer gestand kunnen doen nu hij er niet meer is. Maar De Haas’ nalatenschap is rijk. Hij heeft er zelf, op overtuigende wijze, voor gezorgd dat hij nooit zal worden vergeten.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s RANJANI NIROSHA

 

WWW.POLODEHAAS.COM

Previous

Han Bennink's woordensolo mag gerust 80 jaar duren

Next

Brabant begint aan twee nieuwe trompetevenementen

2 comments

  1. Lieve, vriendelijke, alternatieve, muzikale
    veelzijdige, sympathieke Polo !
    Wat heb jij het leven mooi geleefd.
    Bedankt dat ik je mocht kennen.
    Adieu…..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook