Dit is een speciale aflevering van de JAZZ-tafette. Vorige maand gaf Leo Janssen het stokje door aan Charli Green, maar we plukken het uit de lucht om aandacht te kunnen schenken aan een bijzonder jubileum. Rinus van der Heijden, uitgever en (hoofd)redacteur van JazzNu, schreef deze maand vijftig jaar geleden zijn allereerste artikel over jazz. Daarom kapen we even het stokje, voor deze speciale gelegenheid, met excuses aan Charli Green. Hij komt volgende maand aan bod.

Het huis van Rinus van der Heijden (76), net buiten het Tilburgse centrum, ademt muziek. Langs de wanden en in stapels op de grond meer dan zeventig meter cd’s en duizenden elpees. Een installatie met buizenversterker en imposante boxen. Het bureau met computer op een centrale plaats in de kamer, onder een grote foto van Birdland in New York. Hier wordt sinds april 2015 JazzNu gemaakt, de online-wedergeboorte van het papieren periodiek met dezelfde naam dat  op 1 oktober 1978 in het Bimhuis het licht zag als  ‘maandblad voor aktuele, geïmproviseerde muziek’. Mede-initiatiefnemer en oprichter toen: Rinus van der Heijden. Zes jaar eerder, in april 1972, schrijft deze Tilburger voor het eerst over jazz. Jazzzone heet het bescheiden gestencilde Belgische blaadje. Rinus analyseert de modale John Coltrane versus de vrije John Coltrane. Een halve eeuw geleden dus. Het blijkt een opmaat voor een imposante carrière als jazz-journalist.

Rinus van der Heijden: vijftig jaar missionaris in de jazz.
Rinus van der Heijden: vijftig jaar missionaris in de jazz.

Voordat de vaste vragen in deze speciale JAZZ-tafette aan bod komen, duiken we in de persoonlijke geschiedenis van Rinus. Want zijn liefde voor de jazz, en dan vooral voor ‘de vrije jongens’, komt niet uit de lucht vallen. Achteraf gezien kun je misschien zeggen dat Rinus’ streven naar vrijheid in denken en handelen, al op jonge leeftijd aanwezig is en een belangrijke oorzaak van zijn latere kennismaking met de free jazz.

De geboren Helmonder, die op zesjarige leeftijd in Tilburg terecht komt omdat zijn vader een baan als verzekeringsinspecteur krijgt, voelt zich in zijn jeugd danig beknot. De opvoeding is eenvoudig, streng, gesloten, liefdeloos, aldus Rinus, met geen ruimte voor eigen dromen over en wensen voor de toekomst. Het leidt, onvermijdelijk, tot verzet. Muziek brengt verlichting. Rinus hoort Elvis Presley, de King, voor het eerst op elfjarige leeftijd, op Radio Luxemburg. “Ik wist niet wat ik hoorde. Een klap in mijn gezicht. Die maaiende beginakkoorden van Jailhouse Rock, dat wilde ik ook”. Rinus mag op gitaarles, maar ziet dit vooral als een mooie gelegenheid voor wat gefoezel met een vriendinnetje. Tot groot ongenoegen van zijn vader, die de gitaar op zijn rug aan diggelen slaat.

Maar de kiem is gelegd. Volgende stap: aansluiting bij de nozems in Tilburg, onder leiding van de Tilburgse Elvis Rinus van Roessel. ‘Angry young men’, die zich met hun ‘onmaatschappelijk’ gedrag proberen te ontworstelen aan de benauwende naoorlogse cultuur. Een vroeg huwelijk op zijn twintigste met zijn zwangere vriendin brengt geen rust. Van binnen vreet de hang naar vrijheid verder. Bij de kennismaking met politieke denkers als Marx en Lenin, en anarchisten als Bakoenin en Proudhon, breekt de wereld voor Rinus open. Anarchisme van de daad, dat is het. Activiteiten als het in brand steken van verkiezingsborden, brengen hem in aanraking met de politie. Met enkele maten richt hij de GAT op, Groep Anarchisten Tilburg. Het gaat niet alleen om de daad; Rinus geeft in die tijd ook gewaardeerde gastlessen over het anarchisme op Tilburgse scholen.

Rinus van der Heijden: "Die maaiende beginakkoorden van 'Jailhouse Rock', dat wilde ik ook."
Rinus van der Heijden: “Die maaiende beginakkoorden van ‘Jailhouse Rock’, dat wilde ik ook.”

In 1969, 23 jaar oud, gaat hij aan de slag bij het archief en de dimafoon, waar door journalisten ingesproken teksten worden uitgetypt, van het Brabants Dagblad in Den Bosch. Van verhuizen komt het niet. Tilburg, een rauwere stad, past beter bij hem. Een toekomst als journalist ziet Rinus niet zitten. Anarchisme en journalistiek, dat gaat niet samen. Wel schrijft hij vanaf 1972, nu een halve eeuw geleden, over jazz. In het Belgische Jazzzone, in JazzMaschine uit Wuppertal, in Jazz/Press. Het zijn interessante tijden. In Tilburg debuteren muzikanten als Paul van Kemenade en Henk Koekkoek.

In 1978 richt hij samen met Jan Rensen Jazz Nu op. “We hadden in die tijd alleen maar aandacht voor de vrije jongens, altijd maar die vrije jongens, vanaf de eerste helft van de jaren ’60. Niks ouders. John Coltrane Albert Ayler, Archie Shepp. Ornette Coleman… Geen Charlie Parker, Art Blakey of zo. Er was wel wat rek. ‘Giant Steps’ van Coltrane werd niet opzij gelegd.” De vrije jongens dus: Rinus schreef over de Engelse scene, met namen als Trevor Watts, Lol Coxhill, Evan Parker. De avant garde. “Mafkezen”, aldus Rinus, “van wie ik tijdens lange avonden doorzakken heel veel heb geleerd. Ze wezen me de weg naar nieuwe namen als Frank Wright.”

Als zijn afdeling bij het Brabants Dagblad wordt gereorganiseerd, moet Rinus kiezen. De journalistiek in, of naar een technische afdeling. Het wordt dan toch de journalistiek, uiteindelijk de kunstredactie. Met natuurlijk jazz in de portefeuille, naast theaterdans en klassieke muziek.

Inmiddels is  bij Rinus ook het besef ingedaald dat de vrije jongens op de schouders van reuzen staan. Geen John Coltrane zonder Louis Armstrong en Ella Fitzgerald. Het verleden wordt niet langer verloochend. Maar Trane blijft een aparte plek innemen. Toen Rinus de lezers er eens op wees dat Coltrane en ook James Carter misschien niet zonder reden dezelfde initialen hadden als Jezus Christus, viel dat niet goed bij katholieke lezers. Als kunstredacteur ontwikkelt Rinus zich gestaag verder. Hij is in 2004 jurylid van de Boy Edgar Prijs en is in 2010 auteur van het boek ‘Jazz in Tilburg: Honderd jaar avontuurlijke muziek’. Het is slechts een greep uit een halve eeuw schrijven over jazz, met ‘de vrije jongens, altijd die vrije jongens’ als rode draad.  

Tijd voor de vaste vragen van de JAZZ-tafette.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik fiets elke dag 60 kilometer. JazzNu neemt dagelijks een uur of vier in beslag. Interviews, zoals met Han Bennink en Pascal Vermeer, de voorbereiding van een gesprek met Eric Ineke, de necrologie van Polo de Haas; daar ben ik de afgelopen tijd mee bezig geweest. En ik zou meer cd’s willen bespreken, dat komt er maar niet van.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Een reis per auto naar Frankrijk, voor een interview met Johnny Griffin, die in Tilburg zou optreden tijdens de Jazz Meeting. Hij woonde in Mauprévoir, een heel eind ten zuiden van Orléans, op een kasteel in de bergen. Eten, drinken; het was een fantastisch verblijf en het leverde een mooi verhaal op. Maar bij zijn optreden in Tilburg zaten er nog geen honderd man in de zaal.

Rinus van der Heijden: "Ik wil mensen kennis laten maken met jazz en de daarin verborgen vrijheid, waarbij ik hoop dat die wordt opgemerkt en mensen vrijer maakt in hun blik op de wereld."
Rinus van der Heijden: “Ik wil mensen kennis laten maken met jazz en de daarin verborgen vrijheid, waarbij ik hoop dat die wordt opgemerkt en mensen vrijer maakt in hun blik op de wereld.”

Waarom doe je graag wat je doet?
Ik ben een missionaris. Ik kan niet stoppen. Ik wil mensen kennis laten maken met jazz en de daarin verborgen vrijheid, waarbij ik hoop dat die wordt opgemerkt en mensen vrijer maakt in hun blik op de wereld. Ik wil de aandacht voor jazz levendig houden en voor de mensen die jazz wel kennen wil ik informateur en spreekbuis zijn.

Wanneer is je passie voor de jazz ontstaan?
In militaire dienst, op mijn negentiende, liet een Rotterdamse dienstmaat mij Take Five van Dave Brubeck horen. Ik wist niet wat ik hoorde, ik zat nog voor een groot deel in mijn Presley-periode. Toen ik vanaf 1969 bij de krant werkte, was er een collega die mij op het spoor van pop en jazz bracht: Frank Zappa, Chicago (Transit Authority), Blood, Sweat & Tears. Dat zorgde voor een explosie in mijn hoofd die je kunt vergelijken met mijn kennismaking met Bakoenin. Maar doorslaggevend was een avond in de Gouwe Sleutel, het stamcafé naast de krant in Den Bosch. Daar trof ik vaste stamgast Antonio. ‘Ik laat jou John Coltrane horen’, bralde hij,  ‘breng mij met die grote bak van jou naar huis’. Ik reed met mijn zwarte Volkswagen Passat naar het appartement van Antonio in Engelen. Daar lag de hele tafel vol elpees van Coltrane. Antonio zette Chim Chim Cheree op van het album The John Coltrane Quartet Plays, uit 1965. Zulke klanken kende ik helemaal niet. Fabelachtig. Daarna A Love Supreme, Ascencion. Muziek die ik nog steeds draai en die mij rust in het hoofd brengt in tijden van grote stress en verdriet. Aan het einde van een gedenkwaardige nacht bij Antonio kreeg ik, bij hoge uitzondering toestemming van hem om acht elpees te lenen. Twee dagen, niet langer. Thuis, om half negen in de ochtend, begon ik te draaien. Non stop, tot de volgende dag half drie ’s middags. Een kantelmoment. Ik zag een link gelegd tussen de vrijheid van denken die ik bij de anarchisten aantrof, met de vrijheid tot handelen die ik bij John Coltrane hoorde. Het markeerde het begin van een lange ontdekkingsreis, die nog steeds niet is beëindigd.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Van de free jazz. Maar daar bén ik onderdeel van, zo voel ik dat. En ik had wel bij de loft jazz-scene willen horen, grenzeloos avontuurlijk, in het New York van de jaren ’70, met muzikanten als Phillip Wilson, Anthony Braxton, Lester Bowie, David Murray. Ik had zelf graag tenorsax willen spelen. Het kwam er nooit van, maar nu heb ik er een.

Rinus van der Heijden: "Ik zag een link gelegd tussen de vrijheid van denken die ik bij de anarchisten aantrof, met de vrijheid tot handelen die ik bij John Coltrane hoorde."
Rinus van der Heijden: “Ik zag een link gelegd tussen de vrijheid van denken die ik bij de anarchisten aantrof, met de vrijheid tot handelen die ik bij John Coltrane hoorde.”

Wat is het bizarste wat je ooit hebt meegemaakt tijdens een concert?
Dat is zonder meer een concert van Leo Cuypers met altsaxofonist Paul van Kemenade, in Paradox, Tilburg, in januari 1998. Cuypers rammelde, klapwiekend van de drank, wat op de piano en viel na een paar minuten met zijn stoel van het podium. Van Kemenade zag het verbijsterd aan. Toen Cuypers wat later weer opdook, heb ik hem toch maar aangesproken en gevraagd wat er nu gebeurd was. ‘Hoezo?’, antwoordde Cuypers, ‘dit was een van mijn beste concerten met Hank Mobley’. Die was al lang dood. Van Cuypers is hierna weinig meer vernomen.

Waar vind je inspiratie?
Bij de grote anarchistische denkers: Bakoenin, Proudhon, Malatesta. Ik lees ze nog regelmatig. Ik ben er zelf vrijer door geworden, zeker. Kranten lees ik nog maar globaal, mijn wereld lijkt steeds geestelijker te worden, ik ben mijn ervaringen aan het verinnerlijken. Je zou kunnen zeggen dat er een bepaalde wijsheid is ingetreden.

Wat is het spannendste wat je ooit hebt ondernomen?
Het spannendste? Dat is lastig. Spannend vond ik in ieder geval mijn interviews met Theo Loevendie. Die heb ik een paar keer gesproken; de eerste keer misschien wel veertig jaar geleden, zeven jaar geleden voor het laatst. De gesprekken gaan altijd de diepte in, hij is van mening dat er na 1935 niks nieuws meer is gebeurd in de muziek. Toch is zijn kijk op de muziek volkomen eigentijds, die lijkt in de tijd mee gegroeid, geëvolueerd. Ik beschouw hem als een leermeester, een goeroe.

Wat neem je altijd met je mee?
Fineliners, in de kleur zwart. En een lijstje met goede vragen.

Welk muziekstuk heeft voor jou een speciale betekenis?
Dan kies ik voor Sun Ship, van John Coltrane, een van de laatste opnames met Coltrane’s klassieke kwartet. Mijn toen al enigszins getrainde jazz-oortjes kregen een geheel nieuwe richting gepresenteerd. De mentale en fysieke vrijheid die ik altijd in Trane’s muziek meende te horen, komt in Sun Ship voor mij ademloos samen. ‘Mentaal’ vanwege de intuïtieve en absoluut vrije wijze waarop hij zijn muziek opbouwt en die de luisteraar vrijheid van geest biedt – met name in het titelstuk Sun Ship – en ‘fysiek’ omdat deze muziek voor mij het handvat is waarmee je nadat je de vrijheid van het hoofd hebt ondergaan, verder kunt in je dagelijkse doen en laten. Buiten de jazz op nummer 2 Golden Hair van Syd Barrett, en op 3 A Certain Kind van Soft Machine. Nummers die mij als Elvis-adept duidelijk maakten dat er nog veel meer te ontdekken viel. Wat jazz betreft had ik na Sun Ship ook kunnen kiezen voor Albert Ayler met zijn First Recordings of voor Archie Shepp, met Jasmina, a black woman.

Welke activiteit heeft je grote aandacht?
De ontwikkelingen in de Nederlandse jazz. Die lijken stil te staan. De nadruk ligt op het streven naar melodische schoonheid, de onderscheidingsdrift lijkt verdwenen. Maar jazz moet onderzoeken! Dit klinkt als ‘opa kijkt terug’, dat weet ik. En er zijn natuurlijk uitzonderingen. Jongens als Onno Govaert, Jasper Stadhouders en John Dijkman, die onderzoeken wel degelijk.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Dat is Anton Constandse, de Nederlandse schrijver, journalist, anarchist en vrijdenker, die in 1985 is overleden. Ik bewonder vooral de manier waarop hij jarenlang journalist is geweest. Hij schreef over lastige onderwerpen, zoals het anarchisme, maar deed altijd zijn best om het voor iedereen begrijpelijk te maken. Zijn denkbeelden zijn nog altijd actueel en zeker op deze tijd toepasbaar.

Rinus van der Heijden: "Ik voel me nog steeds een anarchist, het gedachtengoed inspireert me tot op de dag van vandaag. Daar heeft de jazz aan bijgedragen, aan dat vermogen tot vrijheidsdenken."
Rinus van der Heijden: “Ik voel me nog steeds een anarchist, het gedachtengoed inspireert me tot op de dag van vandaag. Daar heeft de jazz aan bijgedragen, aan dat vermogen tot vrijheidsdenken.”

Wat intrigeert je aan je instrument?
Ha, dat is voor mij mijn computer natuurlijk. Die geeft mij oneindige mogelijkheden om de wereld af te reizen. Bij de krant indertijd moest je naar het archief en kreeg je over een iemand of over een bepaald onderwerp een map mee met wat knipsels. Nu reis ik thuis de wereld over en vind van alles wat ik kan gebruiken.

Wat heb je geleerd van muziek?
De jazz heeft mij vrijheid van denken en handelen gebracht. Ooit was ik anarchist van de daad. Nu niet meer, maar ik voel me nog steeds een anarchist, het gedachtengoed inspireert me tot op de dag van vandaag. Daar heeft de jazz aan bijgedragen, aan dat vermogen tot vrijheidsdenken. Of iets uiteindelijk wel of niet gebeurt, is een tweede, het begint met nadenken, op een vrije manier.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Dokter, arts. Dat strandde al op de middelbare school. Ik was slecht in wiskunde, moest die eerst ophalen en mocht dus niet naar het gymnasium. Het werd HBS. Definitief einde verhaal waar het mijn ambitie voor school betrof.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Nu, in deze tijd. Ik ben niet bang meer om te falen. Ik maak fouten, maar los het altijd wel op. Ik ben er wel altijd bang voor geweest, die angst om de fout in te gaan heeft me lang achtervolgd. In het begin van mijn carrière als jazzjournalist bij het Brabants Dagblad heb ik een keer een onbegrijpelijke blunder begaan, door een optreden met trombonist George Lewis te recenseren, terwijl hij er niet bleek te zijn, er stond iemand anders op het podium. Onbegrijpelijk, omdat ik Lewis goed kende, ik had hem een half jaar eerder nog gesproken op North Sea Jazz. Een black-out. De Tilburgse jazz-scene viel over me heen. Dat heeft lang gevolgen gehad. Nu doe ik dingen gewoon niet meer, als ik denk dat het niet gaat lukken. De angst is weg en daarmee is de vrijheid toegenomen.”

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Ik twijfel, maar ik denk de aansluiting van de Europese vrije- muziek en improvisatiescene bij de free jazz-stroming uit de VS. Het zijn twee grootheden, die naast elkaar bestaan, nog steeds, met eigen kenmerken. De Europese scene is ontstaan op het aangeven van de Amerikanen, maar heeft een eigen karakter door de invloed van moderne Europese componisten. Dat juich ik toe. Onlangs nog ging ik in discussie met Han Bennink, over het verschil tussen free jazz en vrije geïmproviseerde muziek. Dat is er niet, vond Bennink. Maar dat is er wel. Free jazz komt van Afro-Amerikaanse bodem. De vrije geïmproviseerde muziek is daar een verlengstuk van. In Europa vormt die een eigen scene, die naast de free jazz kan bestaan. Zo had Bennink het nog niet bekeken; ik had een punt, vond hij.”

Rinus van der Heijden: "Ik ben niet bang meer om te falen. Ik maak fouten, maar los het altijd wel op."
Rinus van der Heijden: “Ik ben niet bang meer om te falen. Ik maak fouten, maar los het altijd wel op.”

Met wie werk je graag samen?
Op de eerste plaats natuurlijk met Gemma, mijn vrouw. Zij bepaalt voor een belangrijk deel de visuele kant van JazzNu. En met de medewerkers van JazzNu. Maar ik zou vooral graag samenwerken met de medewerkers die ik nog niet heb, want we kunnen wel wat mensen gebruiken bij JazzNu. Aan het recenseren van cd’s kom ik nauwelijks toe.

Welke dromen liggen nog voor je?
Ach, dromen niet zo. Hoop wel; hoop dat jazz meer erkenning krijgt. De belangstelling voor live-optredens lijkt terug te lopen, hoewel ze hier bij Paradox zeggen dat de concerten vrijwel altijd uitverkocht zijn.

Aan wie geef je het JAZZ-tafette stokje door?
Voor mij zou de cirkel rond zijn als ik het stokje aan John Coltrane zou kunnen doorgeven, dat zou wat zijn. Het stokje is echter uit de lucht geplukt, terwijl het onderweg was van Leo Janssen naar trompettist Charli Green. Dus ik geef het weer door aan Charli. Dan is die cirkel ook rond.”

JOS STRAATHOF
Foto’s GEMMA KESSELS

 

Jos Straathof is journalist en filosoof en geeft op beide terreinen les op de Fontys Hogeschool Journalistiek. Eerder was hij onder meer kunstredacteur en adjunct-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad.

Previous

BIM-feest met – natuurlijk – veel praatjes en muziek

Next

Column vervallen

2 comments

  1. Beste Rinus,

    Vrijheid staat bij jou hoog in het vaandel: vrijheid van zijn, denken en muziek luisteren en maken (dit dan wel door anderen; jouw helden). Wat een mooi inkijkje in jouw geschiedenis van 50 jaar journalistiek en jouw zoektocht naar vrijheid in dat werk en jouw leven en op jouw manier.
    Blijf enthousiast, blijf nieuwsgierig en blijf op zoek.

  2. Dag Rinus,

    Wat leven we nu in een rare wereld, waarin iemands mening door velen niet wordt begrepen en veroordeeld wordt. Dat kan en mag. Dat dit vaak, zo ook in jouw geval, gepaard gaat met anonieme bedreigingen, ja zelfs doodsbedreigingen is ontoelaatbaar. Dit mag echter niemand beletten het uiten van zijn of haar mening.
    Rinus laat je niet weerhouden, blijf overeind en blijf je column schrijven. Ik wens je veel sterkte.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook